Menno Hurenkamp

De koning is dood

Noemt u eens een beroemde Saoediër. Nee, het is uw eerste zorg niet. Maar doet u het toch eens. Een voetballer, een schilder, een acteur, een filosoof, een zanger, goochelaar, hoogspringer of natuurkundige. En dan dus niet Lawrence of Arabia, maar een echte onvervalste held of cultuurdrager uit Saoedi-Arabië. Dat is moeilijk. Sterker, dat is onmogelijk. De enige beroemde Saoediër is Osama bin Laden. En dan zijn er nog de elkaar nu opvolgende koningen, lees: genadeloze dictators, met lange namen en geverfde baarden, maar als u uit uw blote hoofd nog weet welke nu dood is en welke inmiddels de scepter zwaait: chapeau.

Uit de oliestaat komt niets wat de belangstelling op een positieve manier vasthoudt. Een paar prinsen hebben er de macht. Ze gebruiken die om zelf heel erg rijk te worden of blijven. De rest van de bevolking wordt onder de duim gehouden met een onverkort fascistoïde interpretatie van de islam, waarin het demonteren van lichaamsdelen – hand, hoofd – een courante beloning voor afwijkend gedrag is. Voor de natuurliefhebbers onder u; vrouwen lopen er over straat gehuld in de De Waard waarin u thans op de camping staat.

Het was daarom, laten we zeggen, verrassend om vóórin álle grote Franse dagbladen een paginagrote advertentie aan te treffen waarin Saoedi-Arabië laat zien hoe het een gift aan het Louvre doet. Ene prins Alwaleed geeft twintig miljoen dollar als bijdrage aan een nieuwe tentoonstellingsruimte voor de grote collectie islamitische cultuur van het Louvre. Dat zorgt namelijk voor «een beter begrip van de ware aard van de islam, een geloof van menselijkheid, vergeving en tolerantie». De inzet is meer aandacht voor de bestaande collectie, niet het tentoonstellen van de voorkeuren van de prins. Dus het Louvre valt niet zomaar iets te verwijten.

Maar het lijkt een gotspe dat een Saoedische prins de tolerantie uitdraagt en de Franse president daarvoor een zak met geld in ontvangst neemt. Deze prins Alwaleed schijnt een relatief verlicht figuur te zijn, een vooruitstrevende mecenas met onder meer een vrouwelijke piloot in dienst. (In zijn land mogen vrouwen bijna niks, maar zeker geen vliegtuigen besturen.) Toch is hij met zijn prinsentitel een vertegenwoordiger van het regime. Daarom is de kern van de zaak vergelijkbaar met Balkenende die geld van de Russische president Vladimir Poetin aanneemt om in Nederland meer aandacht te schenken aan de Russische interpretatie van democratie – te weten televisiezenders verbieden, tegenstanders opsluiten en journalisten vermoorden.

Het is inderdaad erg belangrijk dat we in Europa veel meer te zien krijgen van de verworvenheden van de islamitische cultuur. Het kan helpen om degenen te isoleren die op basis van die cultuur geweld prediken. Maar deze prins Alwaleed, hoe verlicht ook, blijft lid van een clan die de vrijheid van meningsuiting haat, die minderheden haat, die democratie haat. Die de ontevredenheid in de straten van het Midden-Oosten dagelijks voedt, die energiek bijdraagt aan de groei van het aantal terroristen dat zich op destructieve wijze voor een andere maatschappij wil inzetten. Zelfs OBL’s flauwekul van de islamitische heilstaat komt veel boze Arabische jongelui beter voor dan de corrupte samenleving die ze nu al decennia kennen. Generositeit in naam van Saoedische «tolerantie» houdt kritiek op de dictaturen in het Midden-Oosten uit de wind en kan dus maar beter twee keer bekeken worden. Al was het maar voor eigen veiligheid.