Het koningshuis, dat is een kwestie van geloven

De koning komt

Rationele argumenten tegen de monarchie glijden bij gelovigen af als water op een vette huid. Alleen Oranje-affaires doen het draagvlak voor de monarchie afbrokkelen.

Medium koningshuis

DE TWEEDE KAMER blafte, hapte een beetje, maar daar bleef het bij. Zo gaat wijlen prins Claus nog gelijk krijgen: ‘Het laatste hoofdstuk van de monarchie zal door de leden van het koninklijk huis zelf geschreven worden.’
Terwijl diezelfde Claus toch ook eens heeft gezegd: ‘Als het Nederlandse volk een eind aan de monarchie zou willen maken, dan geloof ik niet dat u leden van het koninklijk huis op de barricaden zou vinden om het te verdedigen.’ Dus als de burgers van Nederland echt voor de republiek zouden gaan, dan…
Maar het Nederlandse volk gaat daar in meerderheid nog niet voor, ook al mort het over de vakantievilla van de kroonprins in Mozambique, over de trustfunds van prinses Christina die via Noordeinde liepen en als doel hebben belastingbetaling te ontwijken, over de privé-reisjes op staatskosten van wel heel veel leden van de koninklijke familie, en over de groei van de toelage van koningin en prins in tijden van economische crisis waarin menig ander de broekriem juist fors moet aanhalen.
De kranten kopten een paar weken geleden dat nu zelfs de voorzitter van de Bond van Oranjeverenigingen, Michiel Zonnevylle, vindt dat de prins zich terug moet trekken uit het vakantieproject op het eiland Machangulo. Dat ook de meest trouwe aanhang van het koninklijk huis kritiek had, dat was toch wel een veeg teken voor de Oranjegezindheid in het land, was toen de teneur. De opmerkingen van voorzitter Zonnevylle deed onder republikeins gezinden een licht gejuich opgaan. Hoe opmerkelijk ook, zo werd daar nog aan toegevoegd, zo kort na de massale steunbetuigingen aan de koninklijke familie na de dramatische gebeurtenissen op Koninginnedag, toen Karst T. inreed op het publiek.
Maar de kritiek van Zonnevylle kwam juist voort uit aanhankelijkheid aan de Oranjes, uit angst dat het voortbestaan van de monarchie erdoor in gevaar zou kunnen komen. De voorzitter van de Bond heeft blijkbaar haarfijn door dat in deze tijd het koningschap alleen door het volk wordt geaccepteerd ‘zolang een karaktervol, integer koningschap als geweten van de natie weet te functioneren’, zoals hoogleraar Coen Tamse eens in een essay over de Nederlandse monarchie heeft geschreven.
En iemands integriteit is in een tijd dat transparantie en normen en waarden hoog in het vaandel staan en rangen en standen geen ontzag meer inboezemen, snel bezoedeld. Weinig blijft nog geheim, en als twee gedeclareerde haringen of een zonnebril al genoeg zijn om politici verwijten te maken, geldt dat zeker voor door de staat gefinancierde privé-vluchten van prinsen en prinsessen die gaan shoppen buiten Nederland, laat staan dat mogelijke projectontwikkelingsperikelen van de kroonprins onbesproken zouden blijven.
Het schuurt rondom de koninklijke familie, zei de sP onlangs tijdens de behandeling in de Tweede Kamer van de begroting ‘de Koning’ naar aanleiding van alle affaires, en vroeg aan de minister-president om een visie op het koningschap aan het begin van deze 21ste eeuw. Een goed moment bovendien, meent de sP, tenslotte zit er een troonswisseling aan te komen. De koning komt, ook al weten we niet precies wanneer. Als door een wesp gestoken reageerde minister-president Jan Peter Balkenende op de sP met de opmerking dat dit schuren nog geen vrijbrief is om het koningschap als zodanig aan de orde te stellen.
De sP is een warm voorstander van de republiek; met zijn verontwaardiging meende Balkenende zich de ware aanhanger van Oranje en de monarchie te betonen. De vraag is echter of de minister-president, de woorden van Tamse indachtig, daarmee bereikt wat hij wil bereiken: juist dit soort affaires zijn tegenwoordig dé aanleiding om de monarchie principieel ter discussie te stellen. Over misbruik van politieke macht gaan die affaires niet, welhaast logisch, die macht heeft de koning in de praktijk niet meer, zoals Balkenende zelf zei. Al moet daar deze kanttekening bij dat we niet weten hoeveel invloed de huidige koningin op de achtergrond uitoefent.

EEN CEREMONIEEL koningschap, zoals sP, GroenLinks, D66 en de PVV bepleiten, lost voor de ware republikein dan ook niks op, want als er een stevige premier en Tweede Kamer zit bestaat dat de facto al. Omgekeerd schieten de monarchisten, die de koning niet los willen weken uit de regering, er in hun verdediging van het koningshuis niets mee op door te zeggen dat het toch ‘slechts’ om affaires gaat. In beide gevallen, formeel ceremonieel, of zoals het nu is, zal het koninklijk huis vooral als geweten van ons Nederlanders moeten weten te functioneren om draagvlak in de samenleving te behouden; in beide gevallen zullen de leden van dat huis zich onberispelijk moeten gedragen. Het maakt ook dat de functie niet los is te zien van de persoon die de kroon op het hoofd krijgt, hoe ongepast Balkenende het ook mag vinden om over individuen te praten en de PVV hard aanviel toen die daarover begon.
De recente discussie in de Kamer liet vooral zien hoe onmogelijk het is om als gelovigen en ongelovigen met elkaar te praten; die twee groepen verstaan elkaar niet. Het koningshuis, dat is een kwestie van geloven in een mythe, de Oranjemythe, en zoals Tamse in zijn boek Het Huis van Oranje en andere politieke mythen schrijft, zijn politieke mythen niet vatbaar voor rationele verwerping. Hoe hard de sP of een andere partij ook roept dat een erfelijk koningschap niet meer van deze tijd is, dat iedereen tegenwoordig zijn functie op eigen kracht moet verdienen en dat de macht bij het volk moet liggen – dit soort rationele argumenten maken op leden van het CDA, de ChristenUnie en de SGP geen indruk.
Dat de zoon van de Franse president Sarkozy mogelijk door nepotisme aan zijn functie komt, daar wordt afwijzend op gereageerd. Maar dat de kroonprins door de zoon-van te zijn in het Internationaal Olympisch Comité zit en dat Máxima door de vrouw van die zoon te zijn een eervolle functie heeft gekregen bij de Verenigde Naties, wordt daarentegen geprezen. Er wordt zelfs gezegd: kijk eens hoeveel taken wij in Nederland de leden van het koninklijk huis gunnen, zodat ze geen bestaan als lintjesknipper hoeven te leiden en hoe waardevol zulke eervolle banen zijn voor de Nederlandse economie. Voor een republikein is het met twee maten meten, een Oranjeklant vindt het de normaalste zaak.
Pogingen politieke mythen te ontmaskeren, zijn gedoemd te mislukken, is een wijsheid van Tamse: ‘Politieke mythen zullen zo lang blijven bestaan als mensen er behoefte aan hebben ze te laten functioneren; ze verdorren wanneer ze geen behoefte meer vervullen.’

AAN WELKE BEHOEFTE hebben de Oranjes vanaf 1813 voldaan? In het begin van de negentiende eeuw was dat het symboliseren van de eenheid van het kleine Nederland ten opzichte van externe gevaren. De koning had toen overigens nog politieke macht. In 1848 ontnam de herziene grondwet hem die en deed de ministeriële verantwoordelijkheid zijn intrede. Dat achtte Willem III, de laatste koning voordat we meer dan honderd jaar vrouwelijke vorsten zouden krijgen, in strijd ‘met de natuur, met de ware vrijheid en met de rechten van de kroon’. Hij zou zich binnenskamers ook vaak furieus hebben gedragen als hij zijn zin niet kreeg.
Hoe ver de ministeriële verantwoordelijkheid moest reiken, wist men overigens destijds niet. Zoals ook nu minister-president Balkenende de Kamer niet echt kon verduidelijken wat zijn verantwoordelijkheid is nu inmiddels een stichting voor de kroonprins het vakantiehuis in Mozambique gaat beheren, maar de kroonprins wél nog steeds aan het begin en het eind van die stichting zit.
De Tweede Kamer mocht onlangs dan redelijk kritisch tegenover het koningshuis hebben gestaan, daarmee menend de stemming in het land te verwoorden, echt bedreigend voor de monarchie was het niet. Het is dan ook niet te verwachten dat er over honderd jaar een e-mail opduikt waarin Máxima aan een goede vriendin laat weten dat ze noodgedwongen terugkeert naar Argentinië.
Dat was anders in de begintijd van Willem III. Zijn eerste vrouw, koningin Sophie, dacht een paar jaar na de herziening van de grondwet dat het met het koningshuis was gedaan. In 1853 schreef ze aan haar Engelse vriendin Lady Malet: ‘Onze verkiezingen zijn zo reactionair geweest als maar mogelijk is. De wind van staatsgrepen waait door Europa; dezer dagen word ik misschien wel op transport gesteld naar Siberië – hetgeen after all niet erger kan zijn dan mijn huidige bestaan.’ Waarmee ze ook aangaf, zoals in menige brief aan haar vriendin, hoe ze haar leven aan het hof en aan de zijde van Willem haatte.
Er kwam geen staatsgreep en in 1861 kon Sophie zelfs schrijven, al was het dan met wederom een hatelijke ondertoon: ‘De koning is op het ogenblik buitengewoon populair, omdat hij zich steeds te midden van het volk begeven heeft – iets dat hem met zijn robuuste gezondheid en kracht, niets kost.’
Dat lijkt een opmaat voor wat pas echt vorm krijgt onder koningin-regentes Emma, de tweede vrouw van Willem III, en hun dochter Wilhelmina. Waar het koningshuis aanvankelijk naar buiten toe de eenheid symboliseerde, ging het Huis van Oranje aan het eind van de negentiende eeuw staan voor continuïteit en nationale eendracht binnen een sterk verzuild Nederland waar veel sociale onrust was en katholieken, protestanten, liberalen en socialisten heftig botsten.
Met het oog op die onrust werd het vieren van een gebeurtenis uit de Tachtigjarige Oorlog, zoals tot dan toe gebruikelijk was maar wat slechts leidde tot nog meer ruzie, vervangen door het vieren van Prinsessedag. Dat was op de verjaardag van Wilhelmina en gebeurde voor het eerst in 1889. Na haar kroning werd de dag omgedoopt in Koninginnedag. De liberalen omschreven dat destijds als een volksfeest ‘waarop wij alle grieven en veeten ter zijde stellen en ons alleen herinneren, dat wij landgenooten zijn en er althans nog een band is, die ons allen vereenigt’.
Ook Balkenende ging onlangs in op de symbolische betekenis van het koningschap van de Oranjes voor Nederland. Hij benadrukte dat het gaat om continuïteit, stabiliteit en identiteit. Ook hoogleraar Tamse schrijft daarover. Hij analyseert dat sinds de jaren zestig critici erop wijzen dat Nederland de staat, en daarmee de monarchie, niet meer nodig heeft om ‘nationalisme te doen wortelen in de samenleving’.
Tamse meent echter dat het een vergissing is te denken dat de monarchie niet meer nodig is als sociale integrator. ‘Als Nederland een republiek zou zijn, zouden staat en samenleving zich genoodzaakt zien veel exclusiever en nadrukkelijker de huidige nationale identiteit te benadrukken.’ Met andere woorden: dan zouden we volgens hem bewust op zoek moeten gaan naar wat ons bindt, naar onze nationale identiteit, terwijl we nu daarvoor de koningin en het kroonprinselijk paar hebben, met Máxima als een soort adellijke Frau Antje als troef.
Dat zoeken naar onze nationale identiteit doen we inmiddels overigens toch volop, koningshuis of niet. Het is een gevolg van de Europese eenwording, de globalisering en de immigratiestromen. Dat menigeen verontwaardigd was toen Máxima een paar jaar geleden tijdens een toespraak zei dat dé Nederlander niet bestaat, is daar als het ware een bewijs van. Toch zou Tamse gelijk kunnen hebben. Het kan de ergernis rondom het jetsetbestaan van de troonopvolger verklaren: wel leuk en heel Hollands op het Wassenaarse strand familiekiekjes laten maken, maar verder het liefst in het buitenland vertoeven.
Dat laatste is menselijkerwijs begrijpelijk. Het is een manier om aan het glazen huis te ontsnappen, om niet constant via allerlei camera’s de ogen van alle Nederlanders op je te voelen, die toch vooral willen weten of je je ‘karaktervol en integer’ gedraagt, wat een onmenselijke opdracht is maar nog de enige manier waarop je het draagvlak voor het voortbestaan van je overgeërfde baan garant kunt stellen.
Precies daar wringt het. Als symbool voor de Nederlandse identiteit kan de koning niet constant buiten de grenzen verblijven, maar tegelijkertijd is voor de koning Nederland één grote gevangenis, zij het een luxe gevangenis. Maîtresses, buitenechtelijke kinderen, steekpenningen: in het verleden is het allemaal voorgekomen, de vraag is of het volk het nu nog zou accepteren als zijn vorst of diens partner zich zo zou gedragen. Juist daarom valt of staat het koningschap wel met het individu dat de functie van gekroond staatshoofd bekleedt.
Maar gelovigen zijn door zulke rationele argumenten niet te overtuigen. Dus is ’t wachten op de volgende affaire. Met als vraag wie er als eerste genoeg van krijgt: de Oranjes van het volk of het volk van hen. Maar eerst is het nog: de koning komt.


Begroting de Koning
De jaarlijkse uitkering aan drie leden van het koninklijk huis, te weten Beatrix, Willem-Alexander en Máxima, bestaat uit de zogenoemde A- en B-component, waarbij de eerste het inkomensdeel is en de tweede bestemd is voor personele en materiële uitgaven.
In 2010 ziet dat er als volgt uit:
Personele en
Inkomensdeel materiële uitgaven
de koning: € 843.000 € 4.268.000
troonopvolger: € 248.000 € 1.128.000
echtgenote troonopvolger: € 248.000 € 376.000

Daarnaast zijn er wat wordt genoemd de functionele uitgaven. Daaronder vallen Personeel Dienst van Koninklijk Huis, Materieel Dienst van het Koninklijk Huis, uitgaven voor luchtvaarten, onderhoud de Groene Draeck en bezoeken aan de Nederlandse Antillen en Aruba. In totaal staan deze in 2010 begroot voor € 26.818.000.
De personele uitgaven in dit onderdeel gaan onder meer naar het personeel van het Koninklijk Huisarchief, het Koninklijk staldepartement en het departement van de Hofmaarschalk; de gelden die de drie leden van het koninklijk huis rechtstreeks ontvangen voor personele uitgaven zijn bestemd voor personeel in de familiesfeer.
Ruim zeshonderdduizend euro van de uitgaven voor luchtvaarten staat geboekt onder privé-vluchten. De Tweede Kamer wil dat daar paal en perk aan wordt gesteld.
Vervolgens zijn er ook nog uitgaven voor het koninklijk huis die op andere begrotingen terechtkomen, bijvoorbeeld kosten voor voorlichting en uitgaven voor het kabinet van de koningin. Het gaat om een bedrag van € 5.723.000.
Wat er jaarlijks wordt uitgegeven aan beveiliging is niet in bovenstaande cijfers opgenomen en wordt ook niet bekendgemaakt. Daarnaast zijn er nog de uitgaven voor de staatsbezoeken en de paleizen. Een totaal kostenplaatje is daardoor niet te geven.


Oranje-affaires
In de loop van de tijd zijn er heel wat affaires geweest rondom leden van de koninklijke familie. Een – niet uitputtende – opsomming:
– koning Willem III komt in aanraking met de Zwitserse politie vanwege potloodventen;
– koningin Sophie maakt in haar brieven openlijk gewag van de maîtresses van haar man, koning Willem III: ‘Vandaag zie ik hem de hele dag niet, omdat hij bij zijn maîtresse eet’;
– prins Hendrik, de man van koningin Wilhelmina, heeft een relatie met Willemina Wenneker, bij wie hij ook kinderen verwekt; ook is er sprake van een relatie met ene Elisabeth le Roi, een schuilnaam overigens;
– de Greet Hofmans-affaire, hetgeen tot spanningen leidt in niet alleen het huwelijk van koningin Juliana en prins Bernhard, maar ook tot een constitutionele crisis;
– prinses Irene verliest haar aanspraak op de troon door haar huwelijk met de katholieke Carlos Hugo de Bourbon Parma, een man die
tot 1979 probeerde op de Spaanse troon te komen;
– de Lockheed-affaire, waaruit blijkt dat prins Bernhard steekpenningen heeft aangenomen;
– prins Bernhard blijkt net als zijn schoonvader buitenechtelijke relaties te hebben gehad en net als prins Hendrik buitenechtelijke kinderen te hebben verwekt;
– Willem-Alexander maakt tegenover journalisten opmerkingen over Jorge Zorreguieta, staatssecretaris ten tijde van de Argentijnse dictatuur en vader van de vrouw met wie hij zich wil verloven. Daardoor wekt de kroonprins de indruk het voor zijn aanstaande schoonvader op te nemen, hetgeen hem op een reprimande komt te staan van de minister-president;
– Máxima Zorreguieta verlooft zich met de kroonprins. Haar vader mag niet naar het huwelijk komen;
– Marguerita-gate: koningin Beatrix heeft door de AIVD de handel en wandel laten nagaan van Edwin de Roy van Zuydewijn, de echtgenoot van haar nichtje Marguerita, de oudste dochter van prinses Irene;
– Mabel-gate: Mabel Wisse Smit – de aanstaande echtgenote van de tweede zoon van koningin Beatrix, Johan Friso – heeft langere tijd in de kennissenkring van maffiabaas Klaas Bruinsma vertoefd dan ze had toegegeven aan de minister-president. Deze besloot daarop de toestemmingswet voor het huwelijk in te trekken. Johan Friso verloor toen zijn positie als lid van het koninklijk huis, omdat hij toch met haar trouwde;
– de Trustfund-affaire: prinses Christina gebruikt het werkpaleis van haar zus Beatrix als postbus voor twee fondsen waarmee ze het betalen van belastingen ontwijkt;
– Machangulo: prins Willem-Alexander en zijn vrouw nemen deel aan een vastgoedproject op een eiland voor de kust van Mozambique waar wordt geïnvesteerd in luxe vakantiehuizen, een hotel, scholen en een ziekenhuis.