Shakespeare zonder fratsen

De koning wil met pensioen

Een relatief jonge Lear te midden van een overwegend jong gezelschap van twaalf toneelspelers. Dat is de nieuwe Shakespeare van het verse toneelseizoen door Het Toneel Speelt. Wat ruw afgeserveerd door de kritiek. Toch zeer de moeite waard.

We zijn in de laatste scène van het eerste bedrijf. Het is een paar dagen nadat Lear zijn rijk heeft verdeeld onder zijn dochters Goneril en Regan. Dat was op dezelfde dag dat hij zijn lievelingsdochter Cordelia heeft verstoten en zonder bruidsschat liet vertrekken. En de dag dat hij zijn vertrouweling Kent heeft verbannen – die overigens ondertussen in vermomming weer bij hem in dienst is. Zijn nar is Lear al een paar dagen kwijt – hij zat de hele tijd op het dak van de blokhut die de speelvloer domineert.

Lear heeft om liefde gevraagd. Van zijn jongste kreeg-ie niets dan een paar nuchtere opmerkingen in de trant van: ik hou van u zoals een dochter van een vader, niks meer, niks minder. Van zijn beide oudere dochters kreeg hij liefde in grote porties, opgediend met pathos en tranen, ook in grote porties trouwens.

Nu, een paar dagen later, komen die twee dochters met Lear afrekenen. Ze vinden dat hun rare papa een beetje soberder moet gaan leven, met minder ruw volk uit het old boys network om hem heen. En die hondsbrutale Nar van hem mag weg, zijn grappen worden onverdraaglijk. Lear begint in de gaten te krijgen dat hij achterwaarts in een valkuil is gelazerd die hij zelf heeft gegraven. Zijn nar is eindelijk van het dak af gekomen. Niet om hem te troosten. Maar om zout in verse wonden te wrijven.

Nar: Ik weet waarom een slak een huis heeft.

Lear: Waarom?

Nar: Om er zijn kop in te steken. Niet om het aan zijn dochters weg te geven zodat iedereen zijn horentjes kan zien.

Lear: Ik wil vergeten wie ik ben. Zo’n aardige vader! Staan mijn paarden klaar?

Nar: Je ezels zijn ze gaan halen. Waarom het Zevengesternte niet meer dan zeven sterren telt, da’s ook een mooie grap.

Lear: Omdat het er geen acht zijn?

Nar: Ja precies. Jij zou een goeie nar zijn.

Lear: Alles met geweld terug nemen! Ondankbaarheid – monster!

Nar: Als jij mijn nar was, noompje, zou ik je laten slaan. Je bent oud voor je tijd!

Lear: Hoe zit dat?

Nar: Je had niet oud moeten worden voordat je wijs was.

Lear: O maak mij niet gek, niet gek zijn, lieve hemel! Ik wil niet gek worden! Houd mij in toom, maak mij niet gek.

Het is een stille scène. En ze leggen er niks bovenop, die twee. Niet Mark Rietman (Lear) in rijlaarzen, zwarte broek, wit overhemd, met een soort radeloze kalmte. Niet Fabian Jansen (Nar), met een buitenmodel speelgoedkroon op die rare vette kuif van ’m, korte broek van Tiroler Holzhackerbuben over dat reusachtige lijf, twee koffertjes, temerige, pesterige toon in zijn stem. Na de scène sloffen ze weg. Ik heb ontelbaar veel voorstellingen van King Lear gezien. Iedere keer weer, bij de rust van deze scène, is er dezelfde huivering. Geen idee waarom. Ze is er gewoon. Het is een signaal. We zijn definitief vertrokken!

King Lear is het enige toneelstuk van William Shakespeare met een volgroeide subplot, die trouwens ook over een vader-kind-conflict handelt. Een van de vertrouwelingen van Lear, de graaf van Gloster, heeft twee zoons. De wettige heet Edgar, hij is de oudste. En er is ook een bastaard, één jaar jonger, Edmund, een ambi­tieuze jonge kerel die dezelfde rechten wil als de legale spruit. Waar de vader wel oren naar heeft. Maar Edmund kan niet wachten. Hij belastert zijn broer, die vervolgens vermomd als de landloper ‘gekke Tom’ moet vluchten. Vader Gloster raakt verstrikt in de conflicten rondom Lear. Hij wordt door een van Lears schoonzonen blind gemarteld. Gek van verdriet loopt hij aan de arm van zijn eigen kind, die ‘gekke Tom’ blijft spelen, naar de ‘white cliffs of Dover’ om daar zelfmoord te plegen.

Die dubbele plot Lear/Gloster is een nachtmerrie voor veel Lear-regisseurs (cineast Akira Kurosawa sneed in zijn geniale _Lear-verfilming _Ran de twee verhalen vernuftig in elkaar) en het maakt van de integrale versie van King Lear ook een extreem lang stuk. Het is een raadsel hoe het indertijd kon worden gespeeld tijdens één enkele matinee in The Globe – er is wel gesuggereerd dat ‘Lear’ in de dagen van Shakespeare als sequel werd vertoond: twee afleveringen op twee achtereenvolgende middagen.

Shakespeare begon aan King Lear te schrijven in 1604 of 1605. Met op zijn werktafel enkele historische bronnen over het Keltische Engeland uit de vroege Middeleeuwen, plus twee eerdere toneelstukken over ene Koning Leire en zijn drie dochters Gonorilla, Regan en Cordeilla. Er is veel gespeculeerd over het waaróm van deze tragedie. In het recente Shakespeare-nummer van De Groene brengt Willem Jan Otten het stuk in verband met de vader van de auteur, die in 1601 op ongekend hoge leeftijd stierf en die de familie nogal wat ongemak had bezorgd – niet in de laatste plaats omdat hij koppig bleef zweren bij het katholieke geloof, geen populaire gewoonte in het geprotestantiseerde Engeland van Elisabeth de Eerste. Recente bronnen onthullen een ander motief. Shakespeare was als getuige betrokken bij een rechtszaak rondom een oude vriend die op jonge leeftijd was gaan dementeren, waarna zijn oudere dochters probeerden hem via de rechter ontoerekeningsvatbaar te laten verklaren en beslag te leggen op zijn bezit. De jongste dochter procedeerde dáár weer tegen. Haar naam: Cordell.

En dan is er nog het verhaal over de nieuwe koning, James I, aangetreden in 1603, zoon van Mary, Queen of Scots die in 1587 op bevel van Elisabeth I was onthoofd. James, een zoon van het oude geloof (katholiek) en de vorst van het nieuwe (protestant), wilde Engeland en Schotland verenigen in een United Kingdom, waarover hij sprak in nieuwtestamentische visioenen, zoals blijkt uit zijn eerste koninklijke toespraak in 1604, waarin hij zichzelf ziet als de door het Opperwezen benoemde ‘echtgenoot’ van het vrouwelijke eiland Albion: ‘What God hath conjoined, let no man seperate. I am the husband and all of the whole isle is my lawful wife. I am the head and it is my body.’ Shakespeare, in 1605 de steenrijke en (politiek) conservatieve ingezetene van James’ unionistische droom, moet er een satanisch genoegen in hebben geschapen om zijn stuk te openen met een regerend monarch die iedereen de stuipen op het lijf jaagt met de tekst: ‘Verneem dat wij ons rijk/ in drieën gaan verdelen en dat wij/ onwrikbaar het besluit genomen hebben/ de staatszorg van onze leeftijd af te schudden/ en die aan jonger krachten op te dragen/ terwijl wij opgelucht naar de dood kruipen.’

De voorstelling King Lear door Het Toneel Speelt in de regie van Jaap Spijkers opent zonder dubbele bodems. Hier niet het gesaboteerde gezelschapsspel met vooraf afgesproken spelregels (regie Johan Doesburg, het Nationale Toneel, 2001). Hier geen vaudeville-uitmonstering op een reusachtige trap, met plakwenkbrauwen en rare pruikjes (regie Alize Zandwijk, Ro Theater, 2010). Hier geen circus_-Lear_ met Beckett-clowns, zoals eerder dit jaar bij de jonge toneelspelers van ’t Barre Land. Lear is hier een man in de kracht van zijn leven die geen zin meer heeft in zijn werk en met vervroegd pensioen wil. Punt. Klaar. Als iedereen zich doodschrikt van de mededeling dat hij naar zijn dood gaat kruipen, is hij de eerste die lacht om die grap. En dat is ook de enige knipoog die hij hier tolereert. Verder begroet hij de liefdesbetuigingen van zijn dochters Goneril en Regan met het nonchalante gegrom van de man die op vaderdag zijn zestigste stropdas krijgt. De woede over de nuchtere Cordelia komt uit zijn tenen. Mark Rietman onderstreept in woord en gebaar dat Lear hoort tot de mannensoort die nooit op een besluit terugkomt.

Meteen in de openingsrituelen laat deze voorstelling zien dat het verhaal zonder fratsen gaat worden verteld. Voor een breed publiek, gedurende een tournee die ruim drie maanden duurt en die voert naar schouwburgen en plaatsen waar het reguliere gesubsidieerde toneel niet meer automatisch is te zien. De voorstelling komt uit in het DeLaMar-theater van Joop van den Ende, waar Shakespeare ook niet tot het reguliere repertoire behoort. RTL Boulevard was bij de première. Niet omdat ze daar opeens van Shakespeare houden (Albert Verlinde spreekt de naam van de bard uit alsof-ie bedorven etensresten voor zich uit schuift), maar omdat Bracha van Doesburgh (dochter Regan) en Daan Schuurmans (bastaard Edmund), in het leven een zwanger stel, de komende drie maanden ‘met z’n drieën op tournee gaan’. Dat mag allemaal zo wezen, deze twaalf acteurs, waaronder de veteranen Rietman, Jules Croiset (Gloster) en Dries Smits (Kent), spelen wel een potje toneel waar misschien wat op aan te merken valt, maar dat er wezen mag.

De blokhut van ontwerper Guus van Geffen is een vondst die ritme en sterke beelden oplevert, met als bijproduct vaart in het op gang brengen van de twee plots. Rietman produceert een paar rare Bokito-grommen in het ontluiken van zijn waanzin in de tweede akte, maar verder is zijn Lear monumentaal mooi. Fockeline Ouwerkerk speelt een fraaie en kalme Cordelia. Jules Croiset creëert een stil aura om Gloster heen en met Tijn Docter als Edgar/gekke Tom aan zijn zijde levert dat scherpe en ontroerende scènes op – de poging tot zelfmoord op de hei blijft een hoogtepunt, ook in deze voorstelling.

Daan Schuurmans heeft als de schurk Edmund lekkere een-tweetjes met het publiek, maar glijdt in de loop van de avond weg, of uit, de ijdelheid gaat in ieder geval te veel met hem op de loop, dat is jammer. De regie geeft hem tegen het slot een verandering van uitmonstering die een reuzen-knipoog is naar Bernhard de schavuit van Oranje, overbodig en ook erg jammer. Nogal wat jonkies halen het raffinement van de teksten niet of nauwelijks (vertaling Evert Straat, een gouwe-ouwe, in de bewerking van artistiek leider Ronald Klamer). En die vechtscènes, jongens, begin er niet aan! Je krijgt er hoogstens de lachers mee op de hand. De slotscène met de gehangen Cordelia en de stervende Lear is een mooi staaltje pathos-vermijding, door het verleggen van de publieksfocus naar de bungelende nar, waardoor de koning er bijna langs zijn eigen neus weg tussen uit kan knijpen.

De dagbladkritiek wilde er niet aan. In rommelig, saai en zouteloos geschreven stukjes werd gesignaleerd dat de mise-en-scène rommelig was, de verteltechniek saai en de personage-opbouw zouteloos. Hier noemt de pot de ketel beige, zou Wim Sonneveld zeggen. Ik houd het bij het aloude adagium: ga vooral zelf kijken!


King Lear speelt nog t/m half november door het hele land. Inlichtingen: hettoneelspeelt.nl