Het Migrantenmuseum

De Koran

Meneer Terra rookte de hele tijd in de klas. Deze man die op zijn veertigste al grijs was en over biologie onderwees, stond bijna nooit op van zijn stoel en wist als geen ander hoe een man zichzelf geliefd kan maken bij de grote groep. Zijn methode was dat hij een zondebok uitkoos en de hele tijd de draak met hem stak. Terwijl de leerlingen zoveel pret hadden en wegliepen met meneer Terra huilde de gepeste stiekem in de wc van de mavo.
De vader van het nieuwe slachtoffer van Terra ging in die weken waarin de hele klas onder aanvoering van meneer Terra het kindslachtoffer om elke taalfout, om elke misstap, om elke verspreking, om zijn veel te ouderwetse blouses en om het slecht geknipte haar uitlachte elke avond bij een andere kennis op bezoek. De vader van het slachtoffer ging langs al zijn kennissen met enkel het doel om de volgende zin uit te spreken: ‘Mijn zoon gaat naar de mavo.’
Het was het jaar 1980. In die jaren werden alle migrantenkinderen naar de Lagere Technische School gestuurd. En de prestatie van Kani – dan hebben we het dus over het slachtoffer van meneer Terra – was er een om over te pronken. ‘Zo kort in dit land en hij heeft het toch tot de mavo geschopt. Kunnen jullie je dat voorstellen? Die deugniet van mij toch…’ De vader van Kani sprak deze woorden en hoopte tegelijkertijd dat er een kentering in het slechte lot van de familie was geschied.
Kani begon als laatste de klas binnen te komen. En wanneer de zoemer ging, was hij de eerste die met zijn ruim op tijd ingepakte spullen de klas uit rende. Voor meneer Terra een nieuwe bron van pret. Een keer stelde hij leerlingen voor om pas met de les te beginnen als Kani binnenkwam. Drie minuten lang hebben ze op Kani gewacht. En toen de deur openging en de bedeesde Kani naar zijn stoel liep, trilden de muren van het lokaal door het schateren van de leerlingen met de blonde haren.
De vader wist dit allemaal niet. Hij zette zijn pronktour voort en kwam uiteindelijk in het huis van een kennis terecht die in tegenstelling tot andere kennissen protest aantekende. Deze kennis hield bij hoog en laag vol dat het onmogelijk was dat Kani naar de mavo ging. Hij onderbouwde zijn stelling met het volgende argument: ‘De zoon van mijn Nederlandse baas gaat naar de mavo. Ik heb een keer in de boeken van die jongen gekeken. Wat er allemaal in dat boek staat geschreven is onmogelijk te volgen voor zo’n migrantenjongen als jouw zoon.’ Hij verdedigde zijn stelling zo fanatiek dat de vader van Kani begon te twijfelen aan de echtheid van de mavo waar zijn zoon op zat. ‘Hoe heet die mavo waar je zoon op zit precies?’ vroeg die kennis met argwaan in zijn ogen. De vader antwoordde bang: ‘Mavo Merwede.’ De kennis greep zijn kans: ‘Zie je wel, het is geen echte mavo, het is een Merwede-mavo. Die stellen niets voor.’
Een migrant kan als geen ander de schouders laten hangen. Als een migrantenkind de schouders laat hangen en begint te spijbelen is het alsof in de hele wereld het gitaarconcerto van Rodrigo te horen is. Helemaal als het kind een hoofd heeft dat snakt naar kennis.
Meneer Terra zag Kani niet meer verschijnen in zijn klas. Hij lurkte met meer plezier aan zijn sigaretten dan voorheen. De trotse vader van Kani wilde geen afspraak maken met de schooldirecteur om de situatie van Kani te bespreken. Waarom zou hij? De jongen ging toch naar een nep-mavo.
De hongerige hersenen van Kani vonden voedsel in de moskee die in de buurt openging. Hij leerde het vers ‘En twist met de mensen van het Boek slechts op de goede wijze; doch zeg tegen de onrechtvaardigen: “Wij geloven in hetgeen ons is geopenbaard en hetgeen u is geopenbaard; en onze God en uw God is Eén; en aan Hem onderwerpen wij ons”.’ Hij leerde duizenden van deze verzen uit zijn hoofd. Uiteindelijk heeft hij de hele Koran meer dan duizend keer uit zijn hoofd opgelezen.
Kom naar de Koran kijken van Kani de vrome. Thans een door zijn landgenoten bewonderde man vanwege zijn kennis van het heilige schrift, doch wel met nog steeds die hangende schouders.