Met veel bombarie werd eind mei de nieuwe grote moskee aan het Taksimplein in Istanbul geopend. Daarmee zette Recep Tayyip Erdogan voor lange tijd zijn ideologische stempel op het centrale plein van de grootste stad van Turkije. ‘Als God het wil, zal hij hier tot het einde der tijden blijven staan’, sprak de Turkse president tijdens de inauguratie van het gebouw met zijn grijze koepel en twee grijze minaretten.

Het gebedshuis staat pal voor het Monument van de Republiek, midden op het plein, een beeldengroep met vader des vaderlands Kemal Atatürk en een aantal getrouwen tijdens de stichting van de republiek in 1923. De moskee torent ruimschoots boven Atatürk uit. Honderd meter verder ligt het betrekkelijk kleine Gezipark, in 2013 de geboorteplaats van een massale protestbeweging tegen de autoritaire Erdogan.

Met de opening van de moskee gaat een oude wens van de president in vervulling. Hij hoopt ermee te verzinnebeelden dat de islam een plaats heeft in het hart van de Turkse natie.

Er is één probleem: er komen maar weinig gelovigen op de moskee af. Tegen één uur op een aangenaam warme vrijdagmiddag in oktober knielen enkele honderden mannen op gebedskleedjes in de grote hal van het drieduizend plaatsen tellende gebouw. En dat is dan nog het drukste moment van de week, het vrijdaggebed. De rest van de week is het hier stil. Druk is het vooral buiten, waar tot ’s avonds laat onafgebroken een mensenstroom passeert, Istiklal in, de belangrijkste winkelstraat van Istanbul. Burger King, Espresso Lab en het Franse consulaat zijn de overburen van de moskee.

‘Alleen vrijdag komen hier mensen’, zegt Ertan Sakar, de besnorde eigenaar van visrestaurant Neptün aan de Bosporus, na afloop van de dienst, terwijl hij zijn arm om de schouder van een bevriende politieagent slaat. En lachend: ‘We zijn alleen moslims op vrijdag! Dat is detox-dag. Zes dagen drinken we, op vrijdag doen we rustig aan.’

Zo verzinnebeeldt de Taksim-moskee iets heel anders, iets wat Erdogan niet graag hoort: Turkije wordt steeds minder religieus. Hoewel de meeste mensen nog in God zeggen te geloven, trekken met name jongeren zich steeds minder aan van de godsdienstige regels, praktijken en voorschriften. De islam is op de terugtocht, zowel in het dagelijks leven als in de hoofden van de burgers. Wat Atatürk nooit echt lukte – de Turkse samenleving seculier maken – lijkt onder president Erdogan vanzelf te gebeuren, al diens pogingen Turkije islamitischer te maken ten spijt.

Een aanwijzing daarvoor is de toename van het aantal atheïsten in Turkije, volgens onderzoeksbureau Konda van twee procent van de bevolking in 2008 naar vijf procent in 2018 – wat gelijkstaat aan ruim vier miljoen zelfverklaarde atheïsten. Sinds 2014 heeft het land een atheïstenvereniging, Ateizm Dernegi, de enige in het Midden-Oosten. ‘De islam is in gevaar’, waarschuwde de radicaal-rechtse krant Yeni Akit na de oprichting. ‘Word wakker, moslims!’ kopte Milli Gazete.

De islamisten hebben reden genoeg tot zorg, want meer nog dan het atheïsme is een breder fenomeen bezig hun positie te ondergraven: het deïsme. Steeds meer – vooral jonge – Turken geloven nog wel in een God, maar laten zich niet langer door de religie voorschrijven hoe te leven. God heeft de wereld geschapen, sindsdien moet de mens het zelf maar uitzoeken.

In Turkije is ‘deïsme’ sinds een jaar of vijf een beladen term. Uit onderzoek van het ministerie van Onderwijs en de Sakarya-universiteit bleek dat het deïsme een hoge vlucht heeft genomen, nota bene onder leerlingen van de ‘imam hatip-scholen’. Die vorm van onderwijs, met veel aandacht voor de koran en het leven van de profeet, is het ideologische speeltje van Erdogan. Vooral op deze manier hoopt hij een ‘vrome generatie’ te kweken, zoals hij diverse malen verkondigde. De afgelopen tien jaar is onevenredig veel geld naar de imam hatip-scholen gegaan.

Het was voor Erdogan en zijn AK-partij dus een bittere pil dat uitgerekend op de imam hatip de rot in het islamitische bouwwerk zichtbaar werd. Op een akp-bijeenkomst drie jaar geleden riep Erdogan zijn minister van Onderwijs Ismet Yilmaz op het podium. Doordat hij niet wist dat de microfoons open stonden, was voor eenieder te horen hoe hij de verbouwereerde minister tot de orde riep over diens rapport De jeugd glijdt af naar deïsme. ‘Nee, het kan niet waar zijn!’ riep de president uit. Een paar weken later werd Yilmaz vervangen.

Een jaar eerder had de progressieve theoloog Mustafa Öztürk al een knuppel in het hoenderhok gegooid met zijn artikel De voetstappen van het deïsme, waarin hij stelde dat ‘de nieuwe generaties onverschillig worden over het islamitische wereldbeeld, en daar zelfs afstand van nemen’. De religieuze conservatieven, aldus Öztürk, vervreemden de meer kosmopolitisch ingestelde jeugd van zich met hun archaïsche dogma’s.

De publicatie lokte een stroom artikelen en tv-debatten uit over thema’s als ‘deïsme en nihilisme’, waarin menigeen zijn zorgen uitsprak over de ‘plaag van het deïsme’. En het ministerie van Onderwijs besloot, zoals gezegd, het verschijnsel nader te onderzoeken.

Intussen hebben ook Turkse deïsten zich verenigd. Deizm Dernegi splitste zich in 2018 af van de atheïstenvereniging. Oprichter Özcan Pali (42), eigenaar van een schoonmaakbedrijfje in Istanbul, voelde zich met zijn geloof in een schepper uiteindelijk toch niet thuis bij Ateizm Dernegi.

In zijn kantoortje op de eerste etage aan een winkelstraat in Kadiköy, de seculiere wijk in het Aziatische deel van Istanbul, hangt een rij portretten aan de muur. Naast de onvermijdelijke Atatürk zien we Plato, Voltaire, Einstein, Leonardo da Vinci, Rousseau, George Washington, Napoleon, Victor Hugo, Edison, Abraham Lincoln, Clint Eastwood, Marlon Brando. Allemaal deïsten? ‘Daar ga ik maar vanuit’, lacht Pali. Ook Atatürk? ‘Zeker! Hij wilde niets weten van religie. Soms bad hij tot God, maar hij dronk veel. En naar het vrijdaggebed ging hij niet.’

Pali denkt dat hij met zijn bescheiden club (amper driehonderd leden), die door corona nog nauwelijks de vleugels heeft kunnen uitslaan, een aanzienlijke minderheid in Turkije vertegenwoordigt. ‘De nieuwe generatie soennieten gaat niet meer naar de moskee’, zegt hij. ‘De islam is iets van vorige eeuwen, wij leven in de 21ste eeuw, het tijdperk van sociale media. De wereld is een dorp. Jongeren kennen andere culturen, andere religies. Vijf keer per dag bidden? Kom nou toch.’

Alle jonge alevieten, de minderheid waar Pali zelf uit voortkomt, zijn volgens hem deïst. Het is een levenshouding die sowieso al goed aansluit bij het alevitisme, in veel opzichten meer een cultuur dan een religie. ‘In mijn omgeving is iedereen deïst’, zegt Pali. ‘Veel mensen zijn in de praktijk helemaal niet religieus meer. Geen moskee, geen koran, niet bidden. Daarom ziet de regering-Erdogan deïsme als een groter gevaar dan het atheïsme. Atheïsme is veel kleiner.’

Uitgaanspubliek in de wijk Beyoğlu. Istanbul, 2007 © Carsten Koall / Getty Images

‘Secularisering’, zo zou je het proces van religieuze verdunning in Turkije ook kunnen noemen. Dat wil zeggen secularisering van de samenleving. Niet van de staat, die sinds bijna twintig jaar immers in handen is van een islamitisch geïnspireerde partij. In de Turkse steden is dat proces tastbaar. Niet slechts in de straten van de moderne wijken van Istanbul. Ook in andere steden, niet alleen die in het westen van het land, is te zien en te horen dat de nieuwe generaties Turken weinig oog hebben voor de plichten en tradities van de islam, en liever aanhaken bij de mondiale stadscultuur. Een moeder met hoofddoek met haar ongesluierde dochter, dat is een gebruikelijk straatbeeld. Niet andersom.

Kiymet Aksoy (27) is zo’n ongesluierde dochter. Ze groeide op in een boerengezin in de omgeving van Trabzon aan de Zwarte Zee. Haar conservatieve, religieuze, laagopgeleide ouders zagen tot hun afgrijzen dat hun rebelse jongste dochter weigerde de hoofddoek te dragen en steeds verder afdreef van de religie en van wat zij fatsoenlijk achtten voor een meisje.

‘Met mijn moeder had ik altijd ruzie’, zegt Aksoy. ‘Al toen ik acht was, besloot ik niet langer naar de moskee te gaan voor koranles. Ik haatte het daar, ik mocht de mensen niet. Later moest ik naar een kostschool, streng en religieus. Vreselijk. Vroeg opstaan om te bidden. Nare mensen. Misschien heb ik daarom de islam verlaten. Ik heb het er een week uitgehouden.’

‘Ik moest altijd helpen in huis, maar mijn broers niet. Ook daarover had ik voortdurend ruzie met mijn moeder, ik haatte het. Het komt voort uit de islam. Soms worden vrouwen door de islam opgehemeld, soms hebben ze geen rechten. Mijn vader dwong mijn zusters een hoofddoek te dragen. Bij de jongsten werd hij minder streng.’

‘Op de middelbare school haalde ik hoge cijfers. Mijn grote droom was om weg te gaan uit Trabzon, onafhankelijk worden. Ik wilde per se toegelaten worden tot een universiteit in Istanbul, de grote stad, ver weg van huis. Dat lukte, ik ging technische bedrijfskunde studeren. Daar ervoer ik de vrijheid, samen met vriendinnen in een huurhuis. Mijn ouders bezocht ik niet vaak. Ik besefte dat ik niets met ze kon delen. “Ik was gisteravond op een feestje”, dat kon ik niet zeggen.’

‘Bidden heb ik nooit meer gedaan, daar heb ik me nooit schuldig over gevoeld. Veel vrienden van me zijn net als ik. Minder religieus dan hun ouders, of helemaal niet religieus meer. Maar ze willen geen ruzie met hun familie. Ik ook niet, ik bewaar de lieve vrede.’

Minder anekdotisch pakt socioloog Volkan Ertit het aan. Uitgangspunt van zijn werk, de afgelopen dertien jaar, was dat de Turkse samenleving steeds minder gelovig en meer seculier wordt. Tal van onderzoeken – ook van anderen – bevestigen dat godsdienst in het leven van de Turkse burgers gestaag een minder bepalende rol speelt.

Ertit bedacht een slimme redeneerwijze. Wordt, zoals menigeen vooral in het buitenland meent, Turkije steeds islamitischer? Dan zou dat zich op allerlei maatschappelijke gebieden en in het gedrag van mensen moeten manifesteren. Het tegendeel is echter het geval, zo toont Erit goed onderbouwd aan.

Wordt de islam steeds serieuzer gepraktiseerd? Integendeel. Het aantal vrome moslims daalde tussen 2013 en 2018 van dertien naar tien procent. Het aantal mensen dat vast tijdens de ramadan nam af van 77 naar 65 procent. Vooral per generatie vindt die verandering plaats.

Dragen de vrouwen – wat je in het geval van islamisering zou mogen verwachten – vaker een hoofddoek en andere zedige kleding? Integendeel. Het aantal vrouwen zonder hoofddoek steeg in tien jaar van 34 naar 37 procent. Het aantal vrouwen met de strakkere hijab daalde van dertien naar negen procent. Bovendien wordt ook de kleding van jonge, gesluierde vrouwen steeds moderner, minder islamitisch.

Stel dat Turkije islamiseert. Dan zou je mogen verwachten dat de islamitische regels over zedelijkheid meer worden nagevolgd. Het tegendeel is het geval. Steeds meer jongeren hebben seks voor het huwelijk en wisselende relaties. De huwelijksleeftijd is gestegen.

Dragen de vrouwen – wat je in het geval van islamisering zou mogen verwachten – vaker een hoofddoek en andere zedige kleding? Integendeel

Stel dat Turkije islamiseert, dan zouden de vrouwen zich schikken in de secundaire rol die de reëel bestaande islam voor hen in petto heeft. Het tegendeel is het geval. Verstedelijking, geboortebeperking en deelname aan onderwijs en arbeidsmarkt hebben de maatschappelijke positie van de vrouw verbeterd. De Turkse vrouwenbeweging is het meest vitale onderdeel van de civil society. Ook de lhbti-beweging groeide tijdens het Erdogan-tijdperk in zichtbaarheid en populariteit, ondanks de gure conservatieve tegenwind de afgelopen zes jaar uit het akp-kamp.

Toen Ertit met zijn nieuwe inzichten naar buiten kwam, verklaarden seculiere collega’s hem voor gek. Turkije minder islamitisch? Kom aan! Zo makkelijk lieten zij zich hun geliefde angstbeeld – Erdogans shariastaat – niet afnemen. ‘Mensen werden boos’, zegt hij. ‘Ze vonden dat ik Erdogan onderschatte.’ Voor een promotieplaats aan de prestigieuze Middle East Technical University werd hij afgewezen. De hoogleraar, een kemaliste, was geschokt. ‘Turkije lijkt elke dag meer op Iran’, zei ze. ‘Hoe kun je dat verdedigen?’ Ertit week voor zijn promotie uiteindelijk uit naar de Nijmeegse Radboud Universiteit.

Waar de progressieve collega’s niet bij stilstonden, was het verschil tussen staat en samenleving. Met grote vrees hadden de kemalisten sinds 2002 moeten aanzien hoe de Turkse regering in handen was gekomen van de islamisten van de akp. Erdogan zagen zij als een wolf in schaapskleren, die zich aanvankelijk handig inlikte bij de Europese Unie maar er op termijn op uit was van Turkije een islamitische staat te maken.

Het vertrouwen in de democratische bedoelingen van Erdogan, dat vijftien jaar geleden in Europa – niet zonder reden – overheerste, getuigde volgens hen van grenzeloze naïviteit. Onder kemalisten heerste boosheid over het domme Europa. In 2007 werd onder de noemer ‘Republikeinse Protesten’ een reeks demonstraties gehouden met miljoenen deelnemers. ‘Nee tegen de sharia!’ was een van de leuzen. Wantrouwen wekte vooral het streven van de akp het hoofddoekverbod in het onderwijs en bij de overheid af te schaffen. De hoofddoek was hét symbool van de cultuurstrijd tussen seculieren en akp.

Toen Volkan Ertit zijn onderzoek begon, was dat nog altijd de stemming in het kemalistische kamp, zeker toen Erdogan zich vanaf circa 2010 steeds meer autoritair en conservatief betoonde. ‘Ik werd uitgelachen, niemand geloofde me’, zegt hij. ‘Maar als ik vroeg naar hun data, dan zwegen ze. Die hadden ze niet.’ Een collega hield hem voor: ‘Zie je dan niet dat de hoofddoek in Turkije oprukt? Er zijn tegenwoordig veel meer gesluierde studenten.’ Minzaam kon Ertit de man erop wijzen dat het hoofddoekverbod in het hoger onderwijs kort daarvoor was opgeheven.

De laatste tijd is de kritiek grotendeels verstomd. Op zijn boek (titel van de Engelstalige samenvatting: God Is Dying in Turkey as Well) kwam uit wetenschappelijke hoek geen serieuze repliek. Dat Turkije een tweede Iran wordt, beweert bijna niemand nog. Rusland is een reëler schrikbeeld.

De socioloog werkt aan de Universiteit van Aksaray in Centraal-Anatolië. De keurige, middelgrote en niet bijzonder bruisende stad in het meest conservatieve deel van Turkije is een bolwerk van de akp. Als Erdogan érgens in staat moet zijn een ‘vrome generatie’ te kweken, dan hier wel.

Maar bij een wandeling door de stad met Ertit wijst niets erop dat de president daar in geslaagd is. Op het rechthoekige centrale plein houdt, wie anders, Kemal Atatürk vanaf zijn sokkel de wacht. Commercie en handelsgeest bepalen het straatbeeld, zoals bijna overal in Turkije. Wat opvalt is eerder de aanwezigheid van ongesluierde jonge vrouwen met strakke jeans en naveltruitjes, ook op de vele terrassen van wat ‘Café Straat’ wordt genoemd. ‘Nou, waar is de islam? Ik ziet het niet’, roept de socioloog telkens uit.

In een van de koffiehuizen, even voorbij Café Charlie Chaplin en Pizzeria Amsterdam, schuift hij aan bij vijf van zijn studenten. Drie jonge mannen en twee vrouwen, allen uit gelovige, deels conservatieve gezinnen in de regio Aksaray en wijde omgeving. Op het eerste gezicht vallen te noteren twee hipsterbaarden, een T-shirt met ‘Grunge’ en vijf motorjacks – allen rijden motor. In het gesprek ontpoppen de studenten zich als atheïst (driemaal) dan wel deïst (tweemaal). Enkelen verhalen van moeders die slapeloze nachten hadden nadat hun kind als ongelovige uit de kast was gekomen, van anderen reageerden de ouders hooguit teleurgesteld. >

‘Op de middelbare school begon ik me vragen te stellen over de islam’, zegt Enes Karakaye (28), een lange man met een grijs wollen mutsje, net afgestudeerd in muziekwetenschappen. ‘Ik geloof in een schepper, maar ik laat me niets opleggen, ik heb mijn eigen regels. Een religie van veertienhonderd jaar geleden geeft geen antwoord op de problemen van deze tijd. De koran is mensenwerk.’

Student moleculaire biologie Tuba Gök (23) is naast ‘sjamanist, anarchist en feminist’ een fan van de Clash zowel als van de sixties. Haar moeder is nog altijd bang dat ze later naar de hel gaat, maar een probleem is het niet meer tussen hen. Ook niet dat ze af en toe alcohol drinkt, een gewoonte die Tuba deelt met de vier anderen. En net zo makkelijk zijn ze over seks voor het huwelijk.

De vijf zijn, vanzelfsprekend, niet representatief voor de hele jeugd van Aksaray, maar wel degelijk voor een onmiskenbare trend onder Turkse jongeren. Met vrees (door conservatieven) dan wel verwachtingsvol (door progressieven) wordt in Turkije gekeken naar generatie Y, de millennials, en generatie Z, het na 1995 geboren cohort. Zij zijn beter opgeleid dan vorige generaties en krijgen met het internet alternatieve denk- en levenswijzen voorgeschoteld. Ook op een andere manier heeft het onderwijs hun leven veranderd. In achttien jaar is het aantal universiteiten in Turkije verdrievoudigd tot 210, het aantal studenten steeg van 1,6 miljoen tot 8,4 miljoen. Veel van hen verhuizen voor hun studie naar een andere stad, weg van het ouderlijk huis. De vrijheid en zelfstandigheid die ze zo genieten, maakt het eenvoudiger los te raken van de traditie, van het oude Turkije.

Vooral voor jonge vrouwen betekent dit een ongekende breuk met het verleden. Gevoed door het feministische discours botsen zij aan tegen de genderongelijkheid die in Turkije, hoewel niet in de wet verankerd, onderdeel is van de cultuur en de religieuze praktijk. Het is een van de belangrijkste oorzaken van geloofsafval. ‘Vrouwen zien het onrecht in de islam zoals ze die kennen’, zegt de Duitse filosoof Pierre Hecker, die aan de Universiteit van Marburg onderzoek doet naar het afkalven van de islam in Turkije. ‘Sommigen zoeken een feministische herinterpretatie van de islam, anderen verliezen het geloof helemaal.’

Andere factoren die jongeren doen afdrijven van de religie zijn het wangedrag en de hypocrisie onder gelovigen (met name degenen die zich het fanatiekst op God en de profeet beroepen) en de autoritaire machtspolitiek van de regering-Erdogan. Zo heeft het hardhandig neerslaan van de Gezi-beweging in 2013 velen de ogen geopend. ‘Ik heb diverse mensen gesproken met een conservatieve achtergrond die van hun geloof zijn gevallen door wat rond Gezi gebeurde’, zegt Hecker.

Waar conservatieve scribenten de opmars van het deïsme wijten aan de hedonistische invloed van het Westen ligt volgens journalist en historicus Mustafa Akyol de oorzaak van het afbrokkelen van de status van de islam in Turkije zelf: ‘Het is een reactie tegen alle corruptie, arrogantie, bekrompenheid, onverdraagzaamheid, wreedheid en botheid uit naam van de islam’, schrijft Akyol (49), die naam maakte met het boek Islam without Extremes: A Muslim Case for Liberty. De auteur wijst op de ‘schaamteloze exploitatie van de islam voor politieke doeleinden’. Die is volgens hem ‘contraproductief en zal de secularisering alleen maar verder versnellen’.

De vijf studenten in Aksaray; Enes Karakaye (uiterst rechts) en naast hem Tuba Gök © Rob Vreeken

Zo stuit de conservatieve agenda van Erdogans akp op een eenvoudige werkelijkheid: ook in Turkije is de samenleving maar in zeer beperkte mate maakbaar. Wat met Turkije gebeurt, wordt niet in de eerste plaats bepaald door wat Ankara wil, maar door diepgaande processen van modernisering: economische groei, kapitalisme, enorme toename van het onderwijs, kleinere gezinnen, internet en verstedelijking.

Het is niet voor het eerst dat elites in Turkije dachten het land naar eigen inzicht te kunnen boetseren, zegt Soner Cagaptay, hoofd Turkije van het Washington Institute for Near East Policy. ‘Die tijd is voorbij. Het jacobijnse model van modernisering werkt niet langer.’ Zoals Atatürk Turkije seculier en Europees wilde maken, zo heeft Erdogan een geheel ander Turkije voor ogen, conservatief en islamitisch. ‘Maar de maakbare samenleving is verleden tijd. De samenleving neemt het voortouw, de regering hobbelt erachteraan.’

Hoe harder je de jongeren de islam door de strot perst, hoe harder ze het afwijzen. ‘Dat is de ironie’, zegt Cagaptay. ‘Misschien laat Erdogan Turkije wel seculierder achter dan waarvan Atatürk ooit heeft gedroomd.’

Veel van Erdogans conservatieve uitspraken zijn bovendien niet meer dan dat: retoriek. Vaak worden de balletjes die hij opgooit nooit in wetgeving omgezet. Toen hij bijvoorbeeld pleitte voor gescheiden studentenhuizen voor jongens en meisjes was de reactie buiten Turkije: zie je wel, het gaat de verkeerde kant op! De maatschappelijke werkelijkheid is dat jongeren in Turkije steeds vaker ongehuwd samenwonen. Bovendien wáren die slaapzalen al gescheiden.

Het imam hatip-onderwijs, zijn meest concrete poging de Turkse samenleving religieuzer te maken, is uitgedraaid op een mislukking. De scholen staan slecht aangeschreven en verliezen leerlingen, mede doordat veel tijd wordt verspild aan vakken als koranles. Ook in Turkije willen ouders het beste onderwijs voor hun kinderen, niet het meest religieuze.

De eigenzinnigheid van de Turkse jeugd is ook politiek interessant. In 2023 vinden in Turkije zowel parlements- als presidentsverkiezingen plaats. Een scharniermoment voor Turkije – voortzetting van het autoritaire Erdogan-bewind of terugkeer naar de rechtsstaat en wellicht Europa?

De akp staat er niet goed voor. De economie kwakkelt en de coronacrisis heeft de populariteit van de regering geen goed gedaan. Afgaande op de peilingen zal de coalitie van akp en de rechts-nationalistische mhp haar meerderheid in het parlement verliezen. Herverkiezing van Erdogan als president wordt waarschijnlijk een dubbeltje op zijn kant.

De jongeren kunnen de doorslag geven. Generatie Z vormt in 2023 twaalf procent van het electoraat. De onmiskenbare successen van Erdogan uit de eerste tien jaar van zijn bewind spelen voor jonge Turken geen grote rol meer. Voor hen is dat alles een vanzelfsprekendheid.

Anderzijds kan de ontkerkelijking niet één op één worden vertaald in minder stemmen voor de akp. Veel Turken steunden tot nu Erdogan niet vanwege zijn islamitische retoriek, maar vanwege zijn economische beleid en zijn imago als krachtig en effectief bestuurder. De president is een bekwaam manager, dat valt niet te ontkennen.

Veel zal afhangen van het soort politieke machinaties waarin de akp-leider meer dan wie ook een meester is, en uiteraard van de stand van de Turkse economie op dat moment. Erdogan kan alleen maar bidden dat het in 2023 beter gaat.


De terugtocht van de islam in het Midden-Oosten

Ook elders in het Midden-Oosten lijkt de islam geleidelijk op de terugtocht te zijn. Volgens een onderzoek van Arab Barometer, een project van Princeton University en de universiteit van Michigan, steeg het aantal mensen in elf Arabische landen dat zich ‘niet-religieus’ noemt van acht procent in 2013 tot dertien procent in 2019. De stijging was het grootst onder jongeren tot dertig jaar. Van hen zei in 2019 achttien procent niet-religieus te zijn (dit was elf procent). Ook het aantal jongeren dat zich ‘enigszins religieus’ noemt nam toe. ‘Ik zie een meer relaxte vorm van geloof ontstaan’, zegt Brian Whitaker, oud-redacteur Midden-Oosten van The Guardian en auteur van het boek Arabs Without God. ‘Mensen in de Arabische wereld bewegen zich stilletjes weg van de religie.’

Ook in het niet-Arabische Iran wordt de islam minder nagevolgd dan algemeen gedacht. In Iran zegt circa twintig procent van de bevolking in God noch in een hiernamaals te geloven. Dit blijkt uit een onderzoek vorig jaar van de Group for Analyzing and Measuring Attitudes in Iran (GAMAAN), een project van Iraanse onderzoekers aan de universiteiten van Utrecht en Tilburg. Ongeveer de helft van de vijftigduizend ondervraagden zei geleidelijk het geloof te verliezen. Bijna zeventig procent zei dat de islam geen invloed mag hebben op de wetgeving.

Moslims in Turkije zijn aanzienlijk gematigder dan die in andere islamitische landen. Het aantal aanhangers van de sharia is er veel lager, zo bleek in 2013 uit onderzoek van Pew Research. In Turkije vond twaalf procent dat de sharia officieel wet moet worden. De percentages elders: 83 procent in Marokko, 74 in Egypte, 84 in Pakistan, 71 in Jordanië, 72 in Indonesië en 99 in Afghanistan. Bovendien is onder de Turkse aanhangers van de sharia het aantal voorstanders van een strenge sharia (steniging, doodstraf voor afvalligen) veel lager dan elders in de moslimwereld.