De Koreaanse sympathie voor Japan hield twee weken stand

Seoul - Vol enthousiasme snelden Zuid-Koreaanse hulptroepen naar Japan, toen de tsunami daar huisgehouden had. Zuid-Korea zal alles op alles zetten om te helpen, beloofde president Lee. De sympathie voor de aartsrivaal was hartverwarmend, maar van bijzonder korte duur. Nog geen twee weken later lagen de twee landen weer ouderwets met elkaar overhoop. Oorzaak: Japan geeft nieuwe schoolboeken uit waarin de eilandengroep Dokdo - in Japan Takeshima genaamd - opnieuw wordt geclaimd als Japans grondgebied. Het gaat hier om een stel rotsen ergens in de ruwe zee tussen Japan en Korea, waar weinig meer is dan een wandelpad, een dok, en vuurtoren en een paar gebouwen van de kustwacht. De Zuid-Koreaanse kustwacht welteverstaan, want de eilanden zijn Koreaans; daar valt volgens Zuid-Koreanen niet over te twisten. Japan en Zuid-Korea hebben beide geen heldere eigendomspapieren en baseren hun claims op interpretaties van antieke reisverslagen en rapporten.

Om de rotsige eilanden zelf gaat de ruzie natuurlijk niet, wel om eer en geschiedenis. Door 35 jaar bloederig koloniaal bewind heeft Japan een diepe wond geslagen in Korea, die nog steeds niet is geheeld. Nog altijd bagatelliseert Japan zijn koloniale en oorlogsverleden; betekenisvolle excuses en compensaties voor Koreaanse troostmeisjes en vermoorde families blijven uit. De woede daarom barst elke keer uit als iets of iemand in Japan die paar hectares rotsen claimt. Ditmaal ook met materiële gevolgen. Een grote Koreaanse ngo kreeg na de Japanse aardbeving in maart meer dan 150.000 donaties per dag voor de Japanse slachtoffers, de dag na de schoolboekcontroverse stortte dat ineen tot een paar dozijn. Ook de Zuid-Koreaanse regering trok eerst enthousiast de portemonnee, maar stuurt nu symbolisch ministers naar Dokdo en dreigt met de bouw van legerbarakken. Conservatieve Japanse politici dreigen terug met nieuwe wetten die de eilanden claimen en zelfs met een boycot van de Zuid-Koreaanse hulptroepen in de rampgebieden.

Dit bracht zelfs die andere vijand, Noord-Korea, ten tonele. Dokdo is Koreaans, schreeuwden de communistische staatsmedia. Het zorgde voor een kortstondig moment van hartverwarmende inter-Koreaanse verbroedering, wat vooral de intensiteit benadrukte van al het oude zeer in deze regio van de wereld. Uitgerekend nu bevestigde het Zuid-Koreaanse constitutioneel hof dat de Zuid-Koreaanse staat haar burgers mag onteigenen als die hun rijkdom danken aan collaboratie met de Japanners. In Japan slaan de scholieren intussen de nieuwe, maar weinig veranderde boeken open: jullie zo barmhartige vaderland hielp Korea te moderniseren. En die eilanden zijn van ons.