Over Tarzanvaders en de moedermaffia

De korte zomer van de superpapa

Brad Pitt, Wouter Bos, Guus Meeuwis: een generatie übervaders verovert de straat, de zandbak en de pagina’s van de mamabladen. Maar hun houdbaarheid is beperkt.

Medium brad pitt web

Scènes uit de speeltuin, deel 1. De man trekt zijn T-shirt uit. Hij gaat aan het klimrek hangen. De spieren in zijn bovenarmen spannen zich. Hij trekt zich op: vijf keer, tien keer, twintig. De moeders op het bankje doen alsof ze zijn ontblote torso niet zien. Net als zijn dochtertje, dat onverstoorbaar heen en weer schommelt.

Scène 2. Luid schreeuwend rent een man achter twee kinderen aan. Op de touwen, over de loopbrug, van de glijbaan. De kinderen lachen. De vader giert. Iedereen hoort het. Móet het horen. Moet denken: tsjonge, die is lekker bezig.

Scène 3. Een kluwen ouders verdringt zich rond de kleine glijbaan. Handen worden uitgestoken naar de één- en tweejarigen. Er klinken de gebruikelijke loze waarschuwingen: pas je wel op? Vooraan staat de weekendvader. Hij is er misschien niet vaak, maar áls hij er is, neemt hij zijn verantwoordelijkheid. En hoe. Hij wijkt geen moment van zijn dochter. Van een afstandje roept een moeder: ‘Hoeft niet! Ze kan al lopen hoor!’

Er was een tijd dat vaders zich kenmerkten door hun afwezigheid. God zat in de hemel. De kostwinner op kantoor of in de fabriek. Die tijd lijkt voorbij. Over de hele aardbol beginnen mannen zich anders te gedragen. In Hollywood laten filmsterren als Brad Pitt zich gretig fotograferen met hun kinderen op hun arm. In Duitsland vullen mannen met Bugaboo’s de trottoirs. Dankzij de genereuze Duitse overheid kunnen zij maximaal een jaar lang ‘vaderschapsverlof’ opnemen. Betaald. In sommige steden zijn al ‘papacafés’ ontstaan, waar over voetbal, werk en slaaptekorten kan worden gepraat.

De trend gaat ook aan Nederland niet voorbij. Het ene na het andere boek verschijnt met intieme ontboezemingen van mannen over het vaderschap. Of met klachten over de ‘moedermaffia’. Het is het genre van de ‘dad-lit’, in navolging van de door vrouwen gelezen ‘chick-lit’. Vrijwel elk zichzelf respecterend ‘mamatijdschrift’ heeft inmiddels ook een mannelijke columnist. En net als in Hollywood hebben ook de vaderlandse soapsterren en andere BN’ers ontdekt dat het vaderschap een prima aanleiding is om weer eens in het nieuws te komen.

De zogenoemde ‘nieuwe vaders’ zijn de laatste jaren zelfs tot de Haagse politiek doorgedrongen. In de Verenigde Staten geldt ‘tijd nemen voor je gezin’ als een eufemisme voor ‘aan de kant gezet worden’. Ontslag dus. In Nederland ligt dat vooralsnog anders. Dus oogstte cda-kroonprins Camiel Eurlings alom begrip toen hij in 2010 de politiek de rug toekeerde. De reden: hij wilde vader gaan worden. Korte tijd later pakte ook pvda-leider Wouter Bos zijn biezen. Hij had al eens een papadag gehad, maar die was er gaandeweg bij ingeschoten. Nu zei hij opnieuw voor zijn jonge gezin te willen kiezen (om prompt partner bij accountantsorganisatie kpmg te worden). En hoe veroverde zijn opvolger Diederik Samsom dit jaar de harten van de kiezer? Inderdaad, door als zorgzame jonge vader pannenkoeken te bakken voor zijn kinderen.

De opkomst van de nieuwe generatie van vaders gaat gepaard met het soort ‘wetenschappelijke’ onderzoeken waarvoor Diederik Stapel zijn hand niet omdraaide. Er was al het (daadwerkelijk bestaande) fenomeen van de ‘couvade’: mannen die net als hun vrouwen zwangerschapsverschijnselen vertonen. In sommige culturen zijn daar hele rituelen omheen gebouwd. Er schijnen zelfs mannen te zijn die, te midden van veel publiek en met groot lawaai, doen alsof ze een steen baren.

Maar voor de moderne man zijn de zwangerschapsperikelen daarmee niet achter de rug. Volgens Amerikaanse onderzoekers kampt één op de tien mannen die voor het eerst vader worden met een postnatale depressie. Een depressieve partner behoort tot de voornaamste risicofactoren. Maar ook het slaapgebrek en de nieuwe verantwoordelijkheid van een kind hebben, spelen mee. In een andere studie werd gesteld dat bij mannen die vader zijn geworden de testosteronspiegel daalt. De reacties waren niet van de lucht. Je líjkt als man niet alleen een sukkel als je boven de wieg hangt te goo-di-goo’en, zo klonk het. Je bént er volgens de wetenschap ook een. De papa’s lieten dat niet over hun kant gaan. ‘Dat onze hormonen een beetje veranderen, betekent nog niet dat we ook meteen borsten krijgen’, pruilde een vader van drie jonge kinderen tegenover The New York Times.

Afgaande op de populaire cultuur en de media zijn de ‘superpapa’s’ anno 2012 alom tegenwoordig. Maar hoe diep gaat die ontwikkeling werkelijk? En als de nieuwe vaders daadwerkelijk een carrière combineren met de zorg voor hun kinderen, kampen zij dan ook met dezelfde problemen als de immer gestreste ‘supermama’s’?

Dat er iets aan het veranderen is in de invulling van het vaderschap staat vast. Zo constateerde hoogleraar ontwikkelingspsychologie en antropologie Wassilios Fthenakis van de Vrije Universiteit Bozen in Italië enkele jaren geleden dat nog slechts een derde van de door hem onderzochte vaders zichzelf als ‘kostwinner’ beschouwde. De rest zag zichzelf eerder als ‘opvoeder’. Fthenakis sprak dan ook over een ‘zachtaardige revolutie’. Die kent volgens hem louter winnaars. De jonge vaders waren tevreden over hun tijd met de baby; de moeders werden ontlast en zagen hun relatie verbeteren. En beide partners hadden ook nog eens meer seks met elkaar.

De verandering wordt ook zichtbaar in de onderzoeken van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Vaders zijn de afgelopen jaren daadwerkelijk meer tijd gaan besteden aan hun kinderen. Het aantal uren dat zij zich om hun kroost bekommeren, is in dertig jaar tijd zelfs verdubbeld: van vijf naar tien uur per week. Ook het fenomeen van de ‘papadag’ lijkt ingeburgerd. Er heerst brede consensus over de ideale werkweek voor vaders: vier dagen.

Tot zo ver het goede nieuws. Want de grote vraag is of die geleidelijke veranderingen het gejubel over een geheel nieuw soort vaders rechtvaardigt. De werkelijkheid lijkt weerbarstiger. Zo zijn behalve vaders óók de moeders meer tijd gaan besteden aan hun kinderen: van zestien naar twintig uur per week. Dat is nog altijd twee keer zo veel als hun partner. De onderlinge verhoudingen tussen mannen en vrouwen veranderen dus nauwelijks. Als we kijken naar de tijd dat ouders ‘de kinderen erbij doen’, bijvoorbeeld stofzuigen en ondertussen de kinderen bezighouden, zijn de verschillen nog groter. In weerwil van het populaire beeld gaan mannen met kleine kinderen bovendien gemiddeld niet minder, maar méér uren werken.

Op de meerderheid van de mannen lijkt dan ook eerder een term van toepassing waar Frankfurter sociologen eens mee kwamen: ‘façadevaders’. Deze zien zichzelf als geëmancipeerd. Maar achter die moderne ‘façade’ blijven de oude rolpatronen voortbestaan. Er zou deels sprake zijn van een ‘retorische modernisering’. Daarbij bewijzen mannen lippendienst aan emancipatorische idealen, maar zonder de daad bij het woord te voegen.

Precies dat lijkt ook het geval in Nederland. Opvattingen over emancipatie worden buitengewoon breed gedeeld, ongeacht leeftijd of geslacht. Zoals de stelling dat huishoudelijk werk gelijk verdeeld moet worden, of dat mannen even geschikt zijn als vrouwen om jonge kinderen op te voeden. Maar er is één groep die zich hier veel minder in kan vinden. Dat zijn de jonge ouders. Uitgerekend op het moment dat emancipatie meer is dan mooie praatjes tonen Nederlanders zich behoudender. Oók de vrouwen. ‘Mogelijk dat zij hun ideeën in hun dagelijkse gezinspraktijk gelogenstraft zien’, aldus de onderzoekers van het scp. ‘Mogelijk ook hebben ze hun opvattingen aangepast aan de taakverdeling thuis, en legitimeren ze het grotere aandeel van henzelf met hun grotere geschiktheid voor de zorgtaken.’

‘Zat ik maar in dat koude, mistige kikkerlandje’, schreef acteur Barry Atsma onlangs in zijn column in Kek Mama. Even daarvoor had hij beschreven hoe hij aan een idyllisch zwembad in Frankrijk zijn stukje zat te tikken. Leuk hoor, in je zwembroek in de zon, suggereerde Atsma. Maar een moderne vader als hij kan er amper van genieten. ‘Dan maar vijftien graden kouder en snijdende hagelbuien waar je oorlellen spontaan van afvriezen. Als ik maar de snottebellen van Charley’s snoetje mag vegen (…)’

Een paar maanden eerder, aan het begin van de zomer, werd in The Atlantic een soortgelijk gevoel verwoord. Why Women Still Can’t Have It All, heette het geruchtmakende essay. De auteur was Anne-Marie Slaughter, hoogleraar aan Princeton en twee jaar lang als topambtenaar in Washington de rechterhand van Hillary Clinton.

Slaughter beschrijft hoe ze op een borrel in het American Museum of Natural History in New York, te midden van de machtigen der aarde, nippend aan haar champagne, niet kon stoppen met aan haar veertienjarige zoon te denken. Die was thuis in Princeton hard op weg een probleemkind te worden. Hem steunen in die moeilijke fase kon ze nauwelijks. Ze zag hem alleen in het weekeinde. Doordeweeks moest ze vanwege haar veeleisende baan in Washington blijven. Op maandag om twintig minuten over vier begon de werkweek. ’s Nachts. Hij eindigde pas vrijdagavond laat.

Was dat het waard? Nee, concludeert Slaughter in haar essay. Wat de powerfeministen ook mogen beweren, en wat ze er zelf ook altijd over gezegd had tegenover jongere vrouwen, het is gewoon niet waar. Je kunt niet én een gezin hebben, én een carrière in de hoogste regionen van de politiek nastreven. Slaughter noemt het veelzeggend dat de eerste vrouw die het tot nationale veiligheidsadviseur schopte, Condoleezza Rice, meteen ook de eerste persoon sinds de jaren vijftig was in die functie zónder gezin.

Nu kon Slaughter niet bepaald worden weggezet als een zeurende muntthee-mama. Haar baan als decaan op de prestigieuze universiteit van Princeton ging haar prima af. Het verschil was dat ze in die functie meer zeggenschap had over waar en wanneer ze haar werk deed. In Washington kon dat niet. Daar werd ze gedwongen zich aan te passen aan de ‘tijdmacho’s’, de mannen die prat gaan op extreme werktijden en all-nighters. Zoals ooit die topfunctionaris onder Reagan, die naar verluidt ook ’s nachts het licht in zijn kantoor liet branden. Alles om te suggereren dat hij als allerlaatste nog aan het werk was in het Witte Huis.

Uiteindelijk stelde Slaughter zich de vraag voor wie zij werkelijk onmisbaar was. De Amerikaanse regering, of haar kinderen? Die laatsten, natuurlijk. Maar, merkt Slaughter terecht op, bij de meeste vaders valt die keuze doorgaans heel anders uit. Wordt het Steve Jobs of Richard Holbrooke achteraf kwalijk genomen dat hun werk ten koste ging van de tijd voor hun gezin? Natuurlijk niet. Mannen worden juist geprezen omdat zij hun persoonlijk leven hebben ‘opgeofferd’ voor het land, een bedrijf of de partij.

Voor wie dat onrechtvaardig vindt, zou de opkomst van de nieuwe vaders goed nieuws moeten zijn. Vooruit, de eerder genoemde cijfers laten zien dat deze ontwikkeling minder diep gaat dan gesuggereerd. Maar de trend is wel degelijk dat mannen langzaam maar zeker meer voor hun kinderen gaan zorgen. Dat dat ook van hen verwacht wordt. En dat, wellicht, een kleine voorhoede van ‘supervaders’ hierbij niet langer onderdoet voor de moeders. Zoals Barry Atsma. Of zoals de vader die een reactie schreef op Slaughter onder de titel Men Never ‘Had It All’. Soms, gaf hij daarin toe, voel ik me als een prehistorische man: ‘Ik breng een bizon mee naar huis en vertel mijn vrouw trots: “We gaan een maand lang goed eten”, waarop zij mijn stemming doorprikt door te zeggen: “Maar je was een maand lang weg om te jagen en de kinderen misten je”.’

Is het werkelijk zo erg? Staan binnenkort ook de mannenbladen bol van de tips over hoe je als vader alle balletjes tegelijk in de lucht kunt houden: je carrière, de zorg voor je kinderen, en o ja, hoe je er ’s avonds ook nog sexy uit kunt zien voor je vriendin?

Het lijkt er niet op. Veel van de ‘nieuwe vaders’ die in de media opduiken, liggen (behalve van hun kinderen) hoogstens wakker van de vraag of zij niet te burgerlijk zijn geworden. Hun imago dus. ‘Mijn leven van hip, happening en vrij is weg’, vertelde zanger en musicalster Bastiaan Ragas vorig jaar aan Trouw. ‘Ik vind dat ik een verantwoordelijke vader moet zijn, maar schrik van het feit dat ik er langzaam eentje word. Met een bakfiets en een grote auto met ruimte voor stoeltjes en plakplaatjes.’ ‘Mijn allergrootste angst was om suf te worden’, gaf in hetzelfde artikel ook Filemon Wesselink van bnn toe. ‘Om mezelf op zaterdagmorgen in de Intratuin terug te vinden.’

De reden dat de nieuwe superpapa’s, in tegenstelling tot de supermama’s, nauwelijks last hebben van schuldgevoelens laat zich raden. ‘Het handige aan vader zijn is dat historisch gezien de lat zo bedroevend laag ligt’, stelde schrijver Michael Chabon enkele jaren geleden al. Een voorbeeld: als hij voor de kassa stond met zijn twintig maanden jonge zoon in de ene hand, de boodschappen in de andere, oogstte hij alom lof. Leuk. Maar wel oneerlijk, vond Chabon: ‘Ik weet niet wat een vrouw moet doen om een volmaakte vreemde zo ver te krijgen om haar in een levensmiddelenzaak ervan op de hoogte te stellen dat ze echt een goede moeder is. (…) Goed moederschap laat zich niet afmeten aan een los ogenblik, aan een één uur durende massage van een winderig babybuikje, aan het vlechten van een verklitte massa ochtendhaar. Goed moederschap is iets van de lange termijn, een levenslang gedragspatroon dat op het moment zelf grotendeels onopgemerkt blijft, het vaakst door de moeder zelf.’

Jaar in, jaar uit snotneuzen poetsen, natgeplaste bedden verschonen en rondsjokken achter de kinderwagen dus. Zonder dat daar enig compliment, laat staan publieke waardering tegenover staat.

Illustratief voor die uiteenlopende maatstaven zijn de (toegegeven: soms vertederende) filmpjes van president Obama die op internet circuleren. Te zien is hoe hij zijn kinderen een keer bij school afzet. In een ander fragment weet hij een huilende baby stil te krijgen. Het heeft hem meteen het predikaat ‘superdad’ opgeleverd. Ter herinnering: Michelle Obama gaf haar carrière, die aanvankelijk minstens zo veelbelovend was als die van haar man, op om voor de kinderen te zorgen. Wordt zij daar voortdurend voor geprezen?

Of neem in eigen land zanger Guus Meeuwis, door Flair uitgeroepen tot papa van het jaar. Ooit had hij een papadag, vertelde hij in een interview. Nu niet meer. ‘Maar de woensdagmiddag is heilig: dan probeer ik zo veel mogelijk thuis te zijn.’ Dat is fijn. Maar stel je voor de aardigheid een moeder voor die datzelfde zegt: ik werk de hele week, maar op woensdagmiddag probeer ik zo veel mogelijk thuis te zijn. Zou zij kans maken tot mama van het jaar te worden uitgeroepen? Of zou zij publiekelijk aan de schandpaal genageld worden?

Om een goede vader te zijn, volstaat het niet langer om geld te verdienen en niet weg te lopen. Aan de nieuwe vaders worden, na de moeders, nu ook steeds meer eisen gesteld. Brood op de plank brengen, nog altijd. Maar ook achter de kinderwagen lopen, luiers verschonen, vrienden zijn met je kinderen, maar ook een strenge opvoeder, en ondertussen veel lachen en er goed uitzien. Gelukkig toont de jury zich vooralsnog mild. De overgrote meerderheid van de mannen is zich weliswaar meer met de opvoeding gaan bemoeien, maar het onderscheid met de moeders blijft schrikbarend groot. Daar worden ze niet op afgerekend. Integendeel, tegenover elk uurtje met de kinderen staan bakken vol lof. Supervader zijn was nog nooit zo leuk.

Dat gaat voorbij. De verwachtingen ten aanzien van de nieuwe vaders zijn er. Als hun gedrag daar in de praktijk mijlenver achteraan blijft hobbelen volgt op de huidige jubel ongetwijfeld de teleurstelling – en de irritatie. Denk aan de eerder genoemde scène met de krachtpatsende Tarzanvader aan het klimrek, of de hyperpapa die in de speeltuin zijn longen uit het lijf schreeuwde. Nu gelden ze nog als grappig, op z’n slechtst aandoenlijk. Maar in elk geval doen die mannen íets samen met hun kind, denken we. Straks komen de verwijten.

Papa was meer met zijn biceps bezig dan met mij.

Als mijn vader eens de moeite nam met ons te spelen, moest de hele wereld het horen.

Mijn papa behandelde me op mijn twaalfde nog als een kruipende baby.

Het is jammer, maar de korte zomer van de superpapa zal niet langer dan één generatie duren. Je kunt het ook anders zien. Alleen onze kinderen hebben een superpapa. Mazzelaars.


Beeld: Andrea Renault / Polaris / HH

Bijschrift: Brad Pitt met zijn kinderen Zahara en Shiloh in een park in Boedapest