H.J.A. Hofland

De kosten van de leugen

Afgelopen weekend ging het gerucht dat Osama bin Laden gevangen was genomen. Waar waren de bewijzen? Laat zien die man, op de wereldtelevisie. Het gerucht bleek vals te zijn, maar dat wilde niet iedereen onmid dellijk geloven. De Amerikanen hadden hem verstopt. Op 1 november zou hij te voorschijn worden gehaald om George W. Bush op 2 november aan zijn volgende vier jaar te helpen. Als de wereldleider op een stralende windstille dag zegt: «Mooi weer vandaag!» denkt de wereld: «Ja ja, dat zal wel. Dat heeft met de verkiezingen te maken.»

In de International Herald Tribune (27 februari) haalt Daniel Ellsberg een paar herinneringen op. Ellsberg is degene die in 1971 geheime documenten van het Pentagon over de Amerikaanse betrokkenheid in Vietnam aan The New York Times heeft gegeven, waarna de krant ze afdrukte. Daaruit ontstond een nationale discussie die uitmondde in een rechtszaak tegen de Times. De krant werd vrijgesproken. Het Federale Hoog gerechtshof vond de persvrijheid belangrijker. Kan de waarheid gestolen worden? Ja. De rechters waren impliciet van mening dat in dit geval de regering de waarheid van de burgers had gestolen door te liegen over de casus belli. Zeven jaar later pikte Ellsberg de documenten. Daarmee was hij geen dief en The New York Times geen heler. De waarheid was eindelijk bij de rechtmatige eigenaar terechtgekomen, nadat in Vietnam ongeveer een miljoen mensen door de oorlog het leven hadden verloren.

Nu herinnert Ellsberg zich hoe hij als ambtenaar van het Pentagon in 1964 president Lyndon Johnson en minister van Defensie Robert McNamara hoorde bezweren dat de Noord-Vietnamezen in de Golf van Tonkin een «onuitgelokte aanval» hadden ondernomen op de Amerikaanse torpedojager Maddox. Er waren «spijkerharde bewijzen». Represailles mochten niet uitblijven. Ellsberg wist dat ze logen. Hij had zelf de telegrammen van de kapitein van de Maddox gelezen waarin die uitlegde dat hij zich vergist had. Er waren geen 21 torpedo’s op hem afgevuurd. Het slechte weer had nauwkeurige waarneming verhinderd. Maar de tegenaanval was al begonnen. Volgens een peiling stond 85 procent achter de strafoefening.

Onlangs verscheen de president in het zondagochtendprogramma Meet the Press. Jammer dat we het hier niet kunnen zien. Gevraagd naar de duurzame onvindbaarheid van de massavernietigingswapens antwoordde hij: «Deze oorlog was nodig. Die man vormde een bedreiging. Wat we tot dusver hebben ontdekt, bewijst dat we geen keuze hadden.» Ellsberg: «Vast en zeker zijn er nu in Washington stapels documenten — de Pentagon Papers van Irak — die bij publicatie de publieke discussie drastisch zouden veranderen. Dan komt er een ander antwoord op de vraag waarom we onze kinderen in Irak moeten laten doden en verminken.» Het is een oproep om opnieuw de waarheid terug te stelen. Wie dat zou doen, zou een ander Supreme Court tegenover zich vinden.

Vorig jaar om deze tijd zijn er veel voorspellingen gedaan. De markantste is dat Amerika zich in een nieuw Vietnam zou begeven. Als het om de geweldpleging op zichzelf gaat, lijkt het daar niet op. Die paar aanslagen per week, dat relatief geringe aantal doden is peanuts in vergelijking tot de cijfers in Vietnam. Peanuts. Je zult daar sneuvelen, als Amerikaan of Irakees, en als een apenootje de geschiedenis ingaan. Heeft minister Rumsfeld niet in een van zijn vele onbewaakte ogenblikken gezegd dat in Washington D.C. in gewone burgerlijke vuurgevechten ook een heleboel mensen omkomen?

Naar verliezen en strijdwijze gemeten vallen Vietnam en Irak niet met elkaar te vergelijken. Daardoor dreigen de overeenkomsten te worden verwaarloosd. Vietnam was bedoeld om de communistische expansie in Zuidoost-Azie tot staan te brengen en het land tot een democratie te hervormen. Het resultaat was de vereniging met Noord-Vietnam in een communistische staat. De oorlog met Irak was bedoeld om het moslimterrorisme te beteugelen en daar de voorbeeldige democratie te stichten. Het resultaat is dat het internationaal terrorisme er een nieuw front heeft geopend. En hoe het met de democratie in de regio staat, zien we aan de verkiezingen in Iran. Aan de oorlog tussen Israël en de Palestijnen komt geen einde. In aanmerking genomen wat Bush c.s. wilden bereiken, is Irak geen voltooide mislukking maar wel een onderneming die volstrekt andere resultaten heeft dan de beloofde. En als de democratie van straks een naar het fundamentalisme neigende theocratie zou baren, zijn we nog verder van huis.

Intussen is gebleken dat Iran veel gevaarlijker is: dichter bij een kernwapen en al in het bezit van passende raketten. De vorige regering heeft mede dankzij Europese druk het non-proliferatieverdrag getekend. Maar niemand weet zeker of het nieuwe bewind van vrome mullahs zich daaraan zal houden. Een echte kernmogendheid in deze regio van permanent oproer, dat is pas een werkelijke nachtmerrie, veel ernstiger dan Noord-Korea dat door China zijn grenzen ziet gesteld. Wat dan? Moet Bush nu met een oorlog tegen Teheran dreigen? De Amerikaanse kiezers zien hem aankomen. En in niet mindere mate de Arabieren. De overbodige, door verkeerde denkbeelden, hersenspinsels en leugens gerechtvaardigde oorlog tegen Saddam maakt een geloofwaardige dreiging met een expeditie tegen Teheran onwaarschijnlijk tot onmogelijk.

Dit bewijst: de leugen heeft zijn eigen inflatie.

En voor we het vergeten: onze regering heeft daarin haar eigen aandeel en blijft weigeren daarover opheldering te geven. Wat let de dames en heren toch? Vertel dat dan, om te beginnen.