FILM

De koude wereld

Submarino

Motieven van ondergang en verlossing krijgen vorm door een visuele wisselwerking tussen licht en donker in Submarino, de nieuwe film van Thomas Vinterberg, eind jaren negentig een van de leidende figuren in de reactionair-minimalistische en daardoor bijzonder irritante Dogme-beweging. De film begint ‘licht’ met beelden van twee jongens die ogenschijnlijk onder een witte deken met een van plezier kraaiende baby spelen. En het werk eindigt 'wit’, met een scène in een kerk. Maar daartussenin ontvouwt zich een plot die thematisch zo duister is, zo deprimerend, dat je het halverwege wil uitschreeuwen, net als het hoofdpersonage, dat op een gegeven moment zegt: 'Alsjeblieft, ik kan het niet meer aan!’

Het verhaal, gebaseerd op een roman van Jonas T. Bengtsson, is genadeloos: een traumatisch incident in de kinderjaren van de gewelddadige Nick (schitterend gespeeld door Jakob Cedergren, die vorig jaar imponeerde in de hoofdrol in de Deense film noir Terribly Happy) en zijn jongere broer (Peter Plaugborg) bepaalt op verschillende manieren de rest van hun leven. Nick zwerft rond en woont in een opvanghuis in Kopenhagen, het broertje (dat in de film geen naam heeft) is verslaafd en probeert door het dealen in dezelfde stad aan geld te komen om voor zijn zoontje, Martin, te zorgen. Dat lukt nauwelijks. De vraag of het mogelijk is los te breken uit de ketens van het verleden overheerst de vertelling.
Submarino laat vooral ook zien dat de artistieke erfenis van 'Dogme’ en de invloeden ervan op de moderne cinematografie beperkt zijn gebleven. Om niet te zeggen: nihil. Wat was het dan? Toch een marketingcampagne? Een vlaag van verstandsverbijstering van de betrokken filmmakers? Naast Vinterberg bewijst ook recent werk van Lars von Trier dat de 'beweging’ uiteindelijk een vreemde voetnoot in de moderne filmgeschiedenis vormt. Want zowel Submarino als het meesterlijke, recente Antichrist van Lars von Trier is een film waarin traditionele cinematografische middelen op briljante wijze worden aangewend. Waarom dan nog leuren met dogmatische, pretentieuze denkbeelden over de kunstvorm? Aan de andere kant, Vinterberg, die met zijn familiedrama Festen aan de wieg van de Dogme-beweging stond, bewees destijds wel dat een filmmaker niet per se door het aanwenden van 'formule’ of 'genre’ een hit kan scoren, noch zijn er veel geld of de allerlaatste snufjes op technologisch gebied voor nodig om een verhaal met epische, psychologische trekken te vertellen. Maar het punt is: als een formule of veel geld of de technologie voorhanden is, waarom zou een regisseur daar zijn neus voor optrekken? Dat doet Von Trier niet meer en dat doen Vinterberg evenmin, zeker in Submarino niet. En die film wérkt. Ik zag hem twee keer. De eerste keer was een frustrerende kijkervaring, juist vanwege het loodzware drama waaruit geen ontsnapping mogelijk is, niet voor jezelf, niet voor de personages. Tijdens de tweede keer bleek evenwel dat het gevangen zijn in een hel van een leven gewoon het punt is. Er zijn momenten in Submarino waarop je gewoon wil wegrennen. Martin, negen jaar oud, zegt tegen zijn verslaafde vader die smacht naar een hit: 'Ga maar. Naar de badkamer. Het is oké.’
De naamloze vader, de junk, doet zijn best. Hij probeert nog te functioneren door het kind naar een dagopvang te brengen. Even gloort er hoop als hij wat geld krijgt en verliefd lijkt te raken op een van Martins leidsters. Maar in Submarino volgen na alle spaarzame momenten van 'wit’ al gauw scènes waarin de regisseur weinig licht tolereert. Dat is wat vorm betreft misschien een referentie aan 'Dogme’, maar meer nog is het een gruwelijke afspiegeling van de koude wereld waarin de personages gevangen zijn, hun leven lang, vanaf het moment van hun geboorte.

Nu te zien