H.J.A. Hofland

De kracht van het gewone

Het gebeurde kort na de tweede reeks aanslagen in Londen, nog voor Sharm-el-Sheikh. Binnenkort zijn wij aan de beurt, wist de gastheer op zijn feestje te vertellen. Amsterdam en Rome staan hoog op de lijst van al-Qaeda. Hij had het gehoord van iemand die weer iemand kende die Arabisch kon lezen, en deze geleerde had het op een website gezien. Persoonlijk leek het hem het waarschijnlijkst dat er op Sail Amsterdam zou worden toegeslagen. We gingen verder aan de drank en de hapjes, wisselden van gedachten over Lance Armstrong en over de Ronde van Frankrijk, die in de sportprogramma’s nu defi nitief Toer de Frans heet, en we vroegen ons af wat Cees Nooteboom tegen Connie Palmen zou gaan zeggen.

Ik vertrok voor middernacht. De laatste tram deelde ik met twee wat Arabisch uitziende jongens die rugzakjes droegen. Lege trams zijn het opblazen niet waard, dacht ik. En toen kwam me het Palestijnse meisje op de televisie voor de geest. Een jaar of achttien. In hysterische wanhoop brak ze uit toen, ondanks haar heftig rukken aan de touwtjes, haar rugzak niet ontplofte. Een paar dagen later zag ik in de krant de foto van Jean de Menezes, de Braziliaanse elektricien die door de Londense politie werd dood geschoten nadat hij zich verdacht had gedragen. En we moeten toegeven, in de ogen van een leek ziet hij er wat Arabisch uit.

Iedere strijd tussen collectieven, of je het oorlog noemt, of guerrilla of terreur, heeft zijn schizofrene kanten. Daar wordt op leven en dood gevochten, worden treinen opgeblazen, daar brandt een stad af, en hier, niet meer dan een paar tientallen kilometers verder, gaat het leven gewoon door. Wat noem je gewoon? In de Tweede Wereldoorlog ging, ondanks de jodenvervolging, razzia’s, bommen, de voetbalcompetitie gewoon door, tot de hongerwinter er een eind aan maakte. Voetbal als laatste bastion van het «gewone» dat dan op alle andere gebieden al tot in zijn vezels is aangetast. Kort nadat de Londense ondergrondse door de eerste aanslagen was getroffen, werd de stad wereldwijd geprezen omdat de bevolking zich niet van de wijs had laten brengen. Evenmin als tijdens de Blitz.

Als een samenleving zich door een agressor niet van de wijs laat brengen en een leiding heeft die haar kalmte en strategisch inzicht weet te bewaren, past de verdediging zich aan. Tegen de terreur zijn we daar al sinds de eerste vliegtuigkaping mee bezig, en in Londen sinds de IRA. De controle op de luchthavens wordt nu weer met de dag grondiger. Iedere dag komen er overal meer videocamera’s bij. In New York wordt de subway sinds de aanslagen in Londen à raison van 1,9 miljoen dollar extra bewaakt. Forensen moeten hun koffertjes openmaken. Maar ze blijven gewoon met de subway gaan. Na de schok van de volgende aanslag blijkt telkens weer dat het gewone leven niet is verslagen.

Misschien is de mondiale terreur van al-Qaeda en verwante clubs bezig met een nieuw experiment. Tot de gewone aspecten van het Westen hoort dat het een complex van multiculturele samenlevingen is geworden. Minderheden die in Allah geloven hebben zich in verschillend tempo zodanig aangepast dat ze in dit gewone bestaan van alledag delen. Een minderheid in die minderheden, van wie sommigen volkomen geïntegreerd lijken, heeft zich tot de ideologie van de doodsvijand bekeerd. We kunnen die mensen «stapelgek» of «fascist» noemen, hun vijandschap wordt er niet minder om. Ze verbergen explosieven onder hun kleren, en als er genoeg mensen in de buurt zijn laten ze zich ontploffen.

Dat is een doelbewuste poging om het sterkste wat een samenleving heeft, de onwrikbaarheid of het herstellend vermogen van wat «gewoon» is, aan te tasten. Terreur heeft drie doelen. Het is een propagandamiddel, bedoeld om zeloten aan te trekken. Tegelijkertijd willen de terroristen het wantrouwen van het getroffen publiek in zijn eigen leiding aanwakkeren. Ten slotte moet de terreur een sluimerende discriminatie, de tweedracht bevorderen opdat die in een zichzelf genererende escalatie zal overgaan. Dan doen de oorspronkelijke oorzaken niet meer ter zake. Discussie is dan vruchteloos geworden want overwoekerd door wederzijdse haat.

Bij iedere volgende aanslag komt de terreur dichter bij dit doel. En iedere keer moet je je afvragen hoe ver we in West-Europa nog van een pogrom tegen «de» moslims verwijderd zijn. De openbare veiligheids executie van De Menezes kan veel meer zijn dan een «ongelukkig toeval», namelijk een precedent. En natuurlijk moeten de moslimgemeenschappen veel duidelijker, radicaler en frequenter afstand nemen van de terreur. Maar zou dat bijdragen tot de bestrijding van de algemene malaise in het Westen? Zou het helpen tegen het zeurend gekanker dat de stagnatie in onze supermaatschappij begeleidt? Zou de oplossing van Irak, die zelfstandig voortwoekerende zweer, ermee naderbij komen? En vooral, zouden we daarmee verlost zijn van ons vastberaden acterende maar zwakke en verwarde leiderschap?

Met het fascistisch fundamentalisme vallen geen compromissen te sluiten. We moeten ons ertegen verdedigen en tegelijkertijd de oorsprongen en de inspiratiebronnen buiten gevecht stellen. Daarover zijn we het in dit deel van de wereld eens. Het verschil van me ning gaat over de vraag op welke manier dat moet ge beuren. De crisis in het Westen gaat over dit hoe. En hoe langer we het over het verweer en de tegenaanval niet eens zijn, hoe sterker we de kern van onze eigen weerbaarheid aantasten. De weerbaarheid ligt in de regeneratieve kracht van «het gewone». Dat die niet verloren is, blijkt deze week uit de voorbeeldige manier waarop het openbaar ministerie en de rechters in Amsterdam het proces tegen Mohammed B. hebben gevoerd.