Televisie

De kracht van het medium

Televisie: Het seizoen is weer begonnen

Het seizoen is geopend en prompt toont het medium zijn kracht, juist op terreinen waar het geminacht wordt omdat het het nooit zou halen bij kwaliteitskrant, wetenschappelijke publicatie, boek, film, concertzaal, museum. Niet te missen het essay Wonderland van Robert Oey, waaruit politiek incorrect (nieuwe stijl) heimwee naar de jaren zestig spreekt. Die worden de laatste tijd nog louter door de plee getrokken, niet alleen door toenmalige tegenstanders maar juist ook door ex-barricadenvolk en daarmee slaat de slinger van de tijdgeestklok wel erg ver en makkelijk door. Op Wonderland valt volop af te dingen, maar de persoonlijke invalshoek en het perspectief van iemand die er niet zelf bij was maken het tot een interessante bijdrage aan een niet-eindigend debat.

Prachtig Hans Kellers al weer vijfde marathon van De dode dichters almanak. Voor puristen zal niets boven letters op papier gaan, maar voor rekkelijken en voor poëziebarbaren als uw dienaar brengt het optreden van schrijvers hun kunst adembenemend dichtbij. De Avro deed wat des Avro’s is: zo gênant als het Haagse welkom aan Mariss Jansons als vaste dirigent van het Concert gebouworkest door een te laat arriverende staatssecretaris, zo mooi De zesde maestro – zowel portret van Chailly’s opvolger als korte geschiedschrijving van de rijke Van Baerlestraat-traditie door Noud Holtman.

Jansons wordt overduidelijk zowel bemind als gerespecteerd door zijn muzikanten en daar komen mooie kindertjes van. In een scène luisteren kenners van de «Koninklijke» naar eenzelfde passage uit Mahlers Vierde gedirigeerd door respectievelijk Mengelberg, Van Beinum, Haitink en Chailly en geven commentaar. Een aanpak die we eerder die week gezien hadden in Allemaal theater van producent Ireen van Ditshuyzen, waarin vier versies van een sleutelscène uit Wie is bang voor Virginia Woolf achter elkaar gemonteerd waren. In beide gevallen zeer verhelderend voor de enorme artistieke ruimte en het scheppende element dat de «uitvoerende kunst» ter beschikking staat.

Loek Zonneveld prees hier eerder Allemaal theater en ik echo hem verwoed na: een prachtige tiendelige theatergeschiedenis vanaf 1945. Fascinerende historische fragmenten; voortreffelijke getuigenissen van levende en dode (Lodewijk de Boer, Bram Vermeulen!) betrokkenen; Jeroen Krabbé als presentator, een van de beste rollen uit zijn carrière; gedegen research die dienstbaar blijft aan een toegankelijk resultaat.

Ooit begon ik als toneel recensent van dit blad maar ik werd het theater ontrouw. Deze reeks laat voelen wat ik daarmee achterliet en mis; haalt talloze herinne rin gen terug zonder ook maar enigszins in nostalgie te blijven steken. Maar is tegelijk voorbeeld van de unieke kracht van televisie. Met dank aan Joop, zonder wie dit niet mogelijk was geweest.