Alain de Botton over seks, schoonheid en architectuur

De kracht van verwondering

Leven is iets wat je moet leren, vindt filosoof Alain de Botton. We moeten taboes doorbreken, en ons weer laten shockeren – alleen dan kunnen we onze ziel wakker schudden en boven onszelf uitstijgen. Een interview.

De band met een huis en met voorwerpen is vergelijkbaar met de band tussen twee mensen, stelt filosoof Alain de Botton in zijn nieuwste boek How to Think More about Sex. De eerste keer, of de eerste keren, is er de schok van de verrassing, het verlangen, het willen ontdekken. Na verloop van tijd treedt de gewenning in. Dan wordt duidelijk of er een blijvende band is en waar die op gebaseerd is. Maar volgens De Botton staan comfort en gewenning op gespannen voet met waardering: ‘Na verloop van tijd waarderen we niet meer waar we zijn en met wie we omgaan. We behandelen mensen als gebruiksobject en zien hun eigenaardigheden niet meer. De verwondering verdwijnt en daarmee komt gewenning. De staat van het normale, de norm.’

Dat is toch wat veel mensen willen, comfort, niet te veel verrassing? ‘Ja, maar met het comfort komt ook de verveling. We zouden vaker naar elkaar moeten kijken als tijdens de eerste afspraak, met verwondering.’ Alain de Botton (1969) heeft zich de afgelopen tijd op het onderwerp seks geworpen, in boekvorm en als filmproject. Hij begint voorzichtig: ‘De fysieke aantrekkingskracht die de basis is van seks kunnen we niet sturen. Over smaak valt niet te twisten. Toch rust op seksuele afwijzing, en ook het tegendeel, pure lust, een groot maatschappelijk taboe. We gaan vreemd bij het leven, maar komen er niet voor uit en doen net of we alleen de persoon met wie we samenwonen begeren. We veinzen van iemand te houden, terwijl we eigenlijk alleen maar op het lichaam vallen.’

Dat taboe wil De Botton doorbreken, want hij ziet het als een teken van maatschappelijke onderontwikkeling dat we geslachts­gemeenschap hebben en van elkaar houden verwarren. Een volwassen maatschappij praat openlijk over seks. En kan er de zin én onzin van zien, de schoonheid en de platheid.

Wat maakt seks goed of juist banaal? Is de behoefte eraan puur instinctief, gedreven door biologische noodzaak? ‘Seks en dus ook platte seks kan helpen delen van je persoonlijkheid te beleven die je normaal niet uit zou leven. Je groeit, doordat je dingen kunt doen die je normaal niet doet’, zegt de filosoof. Dat experimenteren kan volgens hem in principe met iedereen, hoewel er genoeg mensen zijn met wie je nooit naar bed zou willen gaan: ‘Uiteindelijk zoeken we allemaal naar acceptatie. Zoals een baby helemaal geaccepteerd wordt door de moeder. Maar gaandeweg passen we ons aan en leren we “normaal” gedrag aan. Normaal gedrag kan een keurslijf worden en niet oprecht aanvoelen. Tijdens seks hopen we die normaalheid te overstijgen en helemaal geaccepteerd te worden door de ander, met onze rare of abnormale kanten. In het minnespel zoeken we naar een herleving van de utopie van de versmelting met de moeder. We verlangen voortdurend terug naar die prille intimiteit. Daarom helpen onze hormonen de normaliteit te overstijgen in een zaligmakende vereniging.’

In zijn boek schrijft hij: ‘Het stel stemt stilzwijgend in zich van commentaar te onthouden op de verbazingwekkende vreemdheid van hun respectieve fysieke vormen en lichamelijke verlangens: ze accepteren zonder schaamte wat eens zo beschamend leek.’ Tijdens seks sluiten mensen dus een pact tegen de duivel: de verstoting uit het paradijs, die ons bewust maakte van onze lelijke naaktheid, wordt tijdelijk opgeheven. De gretigheid waarmee we elkaar uitkleden is een uiting van ons voortdurend knagende verlangen te versmelten met de onschuld, die Adam en Eva kenden voor het eten van de appel. Seks wordt beter naarmate de acceptatie van de ander groeit. ‘Heel goede seks is het tegenovergestelde van eenzaamheid. Het is zeer intiem, omdat je het normale leven verlaat en een ruimte betreedt waar wij onszelf vergeten’, stelt De Botton.

Het spel tussen onze pogingen om normaal te zijn en het lichaam dat uit het keurslijf wil springen wordt door de schrijver zeer vermakelijk beschreven. Hij verklaart hiermee ook de populariteit van uniformen als verschijningsvorm in series en boeken. ‘De erotiek van uniformen komt door de rationele controle die zij symboliseren en de ongebreidelde seksuele passie, die die controle, al is het maar in een fantasie, tijdelijk kan overstijgen.’

Het keurslijf ontspringen lijkt een thema in het werk van Alain de Botton. Hij licht toe: ‘In onze maatschappij is het heel raar om met je persoonlijkheid bezig te zijn. Het is geaccepteerd om naar de sportschool te gaan en aan je lichaam te werken, maar het idee dat je aan je karakter werkt is vreemd. We leren lenig te zijn tijdens yoga, maar er is niet een plek waar je de flexibiliteit van je brein kunt trainen. Je accepteert je persoonlijkheid. Ook in de liefde willen we geaccepteerd worden zoals we zijn. Ik ben juist geïnteresseerd in de inspanning van de ziel. Inspanning leveren om een goed persoon te zijn is belangrijker dan de inspanning die je levert om slanke dijen te hebben.’

Daarom heeft De Botton The School of Life opgericht, gevestigd in de Londense wijk Bloomsbury, waar cursussen worden gegeven die helpen het leven makkelijker te maken, of beter. ‘Ik ben geïnteresseerd in didactiek en therapie en leren hoe te leven. Ik denk namelijk dat de onderneming die “leven” heet iets is dat je moet leren. Ik geloof niet dat je wordt geboren met het vermogen om goed te leven.’

The School of Life biedt cursussen met een serieuze doelstelling, maar soms ook een humoristische twist, zoals: ‘Is falen een Olympische deugd?’ of ‘Hoe word ik cool?’ Maar je kunt ook reizen boeken, zoals een ‘tocht naar de toekomst’ of een ‘leesretraite’. En er is een nieuwe boekenreeks met handleidingen om ‘de wereld te verbeteren’ of ‘bevredigend werk te vinden’. Het boek How to Think More about Sex is een deel van die reeks. Het lijken vrij elitaire thema’s in een tijd van crisis. ‘Dat klopt’, zegt De Botton, ‘de dingen die ik doe komen voort uit mijn eigen agenda.’ Hij is niet bezig met armoede, de problemen in Afrika of de Europese Unie. Hij is bezig met wat hem interesseert, en hij houdt erg van schoonheid, goedheid en persoonlijke groei. ‘Als schrijver interesseer ik mij voor de problemen van mensen in de ontwikkelde wereld. Daar gaat niemand dood aan de honger, maar hebben ze wel een slecht seksleven en zijn ze ongelukkig.’

En hij is democratisch: hij wil dat andere mensen ook groeien, genieten en zich bewust worden van schoonheid. Vandaar ook zijn initiatief voor het project Living Architecture, een organisatie die vakantiehuizen laat bouwen door bekende architecten op het Engelse platteland. Dat is zeer opmerkelijk nu er nauwelijks meer gebouwd wordt, er geen geld meer is voor kunst en iedereen de broekriem aanhaalt. Ondanks de trend om kunst en architectuur af te doen als hobbyisme en onnodige luxe zijn deze huizen bijna het hele jaar volgeboekt. Het zijn gewone mensen die betalen om tijdelijk in deze mooie huizen te verblijven. En ze komen in groten getale. Het nieuwste huis, A Room for London, was kort na de openstelling meteen volgeboekt tot eind 2013.

Ook de verworvenheden van de moderne architectuur wil De Botton, net als zijn kennis van de filosofie in zijn boeken, delen. Waar de Villa Savoye van Le Corbusier en het Farnsworth House van Mies van der Rohe door kapitaalkrachtigen voor eigen gebruik gebouwd werden, bouwt Alain de Botton voor anderen. En een beetje voor zichzelf, want hij brengt met zijn gezin ook af en toe tijd door in de huizen. De vijf villa’s in Groot-Brittannië vormen een prachtige privé-collectie van juwelen uit de hedendaagse architectuur. Gevuld met design en boeken over kunst en filosofie. De huizen laten liefhebbers aan den lijve ondervinden hoe het voelt om te verblijven in een huis dat zij zelf nooit zouden kunnen laten bouwen, of tenminste niet vijf keer.

Verblijven in een architectonisch hoogstandje geeft, volgens De Botton, gelegenheid om de ziel te ontdekken en te voeden. Niet alleen seks als uiting van onze persoonlijkheid kan van ongeïnspireerdheid doordrenkt zijn, ook de architectuur. De filosoof stoort zich aan het gebrek aan fantasie en vernieuwing in de hedendaagse woningbouw in Groot-Brittannië. Alles wordt gebouwd volgens de norm van wat de doorsnee burger mooi vindt, of in andere woorden ‘wat de markt wil’. En dat zijn vaak zeventiende-eeuwse huizen of hedendaagse vertalingen ervan. Terwijl moderne, vernieuwende architectuur ook heel mooi kan zijn, met de juiste inspanning. Zijn tirade over het gebrek aan kwaliteit in de hedendaagse projectontwikkeling is door Channel 4 uitgezonden in de serie The Perfect Home.

In 2009 besloot De Botton dat het laf is alleen tekeer te gaan tegen projectontwikkelaars, en daarom zelf een voorbeeld te stellen. Door huizen te bouwen die modern zijn en anders. Want huizen die op een prettige manier shockeren, halen delen van onze persoonlijkheid naar boven die wij in het normale leven vergeten. Zo kan architectuur ons doen groeien en boven onszelf doen uitstijgen.

Living Architecture gaf onder leiding van De Botton opdracht aan architectenbureaus in binnen- en buitenland en zocht locaties met uiteenlopende karakteristieken voor de bouw van de huizen. In 2010 kreeg het Nederlandse architectenbureau mvrdv, bekend van de Villa vpro, de eer om een schuur te bouwen in Suffolk. Het resultaat, The Balancing Barn, is prachtig in die zin dat hij tegelijkertijd log is en licht, stoer en elegant, dat hij past in de natuur maar ook botst met de plaatselijke norm van hoe een schuur gematerialiseerd dient te worden. De schuur steekt vijftien meter uit boven een natuurlijke helling en brengt de bezoeker aan het wankelen: kan een gebouw zo balanceren boven de grond zonder te kantelen? Om de spanning compleet te maken hangt aan het eind van het gebouw een schommel boven de grond, alsof het zweven van het huis boven de grond heel normaal is.

The Balancing Barn speelt met traditie en aanpassing, en tart tegelijkertijd alle normen en conventies. Maar is dat dan ook wat schoonheid is, het overstijgen van de norm? Is het schokeffect van de verrassing tegelijkertijd iets wat bezieling oplevert? Is zoeken naar acceptatie van het ‘abnormale’, wat ons drijft in menselijke aantrekkingskracht, ook wat ons drijft in het waarderen van mooie architectuur en kunst?

‘Aantrekkelijkheid en schoonheid zijn dubieuze begrippen, want subjectief’, zegt De Botton. ‘Toch kun je over aantrekkelijkheid ook wel iets algemeens zeggen. Plato zag schoonheid als absolute reflectie van de persoonlijkheid. Hij geloofde dat schoonheid de materiële manifestatie van goedheid is. Als een tafel mooi is omdat hij er evenwichtig uitziet, zegt dat ook meteen dat evenwicht een goede eigenschap is, voor een object en voor een persoon. Schoonheid ontstaat waar een samengaan is van psychologische en fysiologische eigenschappen. Iemand kan aantrekkelijk zijn om bepaalde karaktereigenschappen, of juist niet.’

Hij noemt het voorbeeld van Victoria Beckham, de belichaming van de perfectie in de ogen van velen. ‘Ze ziet er mooi en aantrekkelijk uit op verschillende manieren, maar mensen zien aan haar gezicht dat ze niet een echt aardig persoon is. De meeste mensen gaan liever met iemand om die minder dun is of minder symmetrisch, maar aardiger. Dit is waar uiterlijke schoonheid en innerlijke schoonheid zich mixen: als iemand er nep uitziet, kan iemand op het eerste gezicht wel mooi zijn, maar de persoonlijkheid nodigt niet uit tot verdieping.’

‘Het uiterlijk houdt een belofte in. Een belofte naar een leven samen, met gedeelde ervaringen en gedeelde normen en waarden’, schrijft De Botton in How to Think More about Sex. ‘De orgasmes die ons stel op de vroege morgen geniet, zijn veel meer dan alleen fysieke gevoelens, die gegenereerd worden door het wrijven en duwen van twee seksuele organen, die beantwoorden aan een biologisch commando om de soort voort te planten. Het plezier dat we uit seks krijgen komt ook voort uit de zegel der goedkeuring die wij geven aan de ingrediënten van een goed leven, dat we menen te herkennen in de aanwezigheid van de andere persoon.’ Iemand sexy vinden, met andere woorden, is dus opgewonden raken omdat iemand onze ideeën deelt over wat een goed leven is en wat betekenis geeft aan ons bestaan.

In zijn boek haalt De Botton de Duitse kunsthistoricus Wilhelm Worringer aan om te filosoferen over smaak: ‘Zoals in de kunst, zo ook in seks: de toevalligheden van de natuur en de grillen van onze opvoeding zorgen ervoor dat we ons volwassen leven beginnen zonder in balans te zijn.’ We vinden iemand sexy als die de missende eigenschappen levert die ons in balans kunnen brengen. En, net als bij personen, ‘noemen we een werk “mooi” als het een dosis missende deugden levert’.

Object en persoon zijn zelfs inwisselbaar in het geval van een fetisj, een object dat opwindt, zoals lange nagels, een leren masker of handboeien. In de klinische betekenis van ‘fetisj’ is het voorwerp een noodzakelijke voorwaarde voor een orgasme. Zonder het object geen opwinding. Volgens De Botton zijn we allemaal fetisjisten op een bepaalde manier, omdat we allemaal op fysiologische details letten en deze nodig hebben om verrukt te raken van een ander. ‘Het begrijpen van onze eigen fysieke voorkeuren moet worden aangemerkt als een integraal onderdeel van een weg naar zelfkennis. Wat Freud zei over dromen kan net zo goed gezegd worden over fetisjen: ze leiden direct de weg naar het onderbewuste.’ In objecten ligt een condensatie van kwaliteiten die we in een partner zoeken.

Hij schrijft: ‘De mannelijke helft van ons stel heeft een fetisj voor een bepaald soort schoenen. Hij had aan het begin van de avond met behoorlijke opwinding opgemerkt dat de vrouw een paar zwarte flatjes droeg (de soort, die je associeert met bibliothecaressen en schoolmeisjes) en nu, terwijl zij naakt de liefde bedrijven op haar bed, vraagt hij haar of zij die schoenen weer aan wil doen.’ De schoenen signaleren kalmte, bescheidenheid, decorum en een zekere verlegenheid, eigenschappen die goed bij de man passen. ‘De afspraak had een totaal andere wending gekregen als zijn metgezel in Manolo Blahniks of Jimmy Choo’s was gekomen: als ze in bed waren beland aan het eind van de avond, was hij waarschijnlijk impotent geweest.’

Net als schoenen en nagels helpen kunst en architectuur de ziel wakker te schudden en het verleden in herinnering te brengen. De huizen van Living Architecture die we bezoeken zijn mooi, maar totaal verschillend in karakter. The Long House is saai en geeft comfort, zoals een partner waar je lang mee bent, waar de visuele verrukking die The Balancing Barn oproept je geen moment met rust laat. The Shingle House blijft fascineren, met name door het geënsceneerde zicht op de vreemde omgeving van het huis: het staat in een gebied van verlaten strandhuizen, vervallen vissersboten en een kerncentrale. The Dune House is juist erg rustig door zijn interieur en geeft een Scandinavische geborgenheid in wat De Botton een ‘snobistisch Engels dorp’ noemt. Het ademt de democratische normen en waarden die Engeland had kunnen hebben als de Noren het land gekolonialiseerd hadden. De huizen hebben, net als mensen, verschillende persoonlijkheden. Ze brengen ons in verschillende stemmingen en laten ons vele uithoeken van onze persoonlijkheid ervaren.

De Botton ziet het bouwen van huizen als een proeftuin, een ontdekkingsreis. De villa’s zijn een laboratorium voor een toekomstvisie. Hij mag dan filosoof zijn, veel antwoorden op vragen over de beweegredenen van de ziel lijkt hij zelf nog te zoeken. Voorlopig zijn er nog te veel taboes en normen te doorbreken. Terwijl zijn zesde villa wordt gebouwd start het nieuwste project van de filosoof: het maken van porno. Porno hoeft niet plat te zijn, maar kan esthetisch zijn en ons helpen onze normale, beperkte comfortabele leven te overstijgen. Juist nu het crisis is en we ontdekken dat we niet kunnen rekenen op de beurskoersen voor het leveren van geluk, comfort en financieel gewin is er tijd voor bezinning op kwaliteit. De kwaliteit van seks. En de kwaliteit van de architectuur. Dat zijn twee industrieën die ten onder gaan aan de Do It Yourself-cultuur van home made video’s en Jan des Bouvrie makeovers. Alain de Botton brengt ze terug naar waar ze horen: in de moederschoot van de esthetiek. Hij pleit voor bezieling van de mens en zijn uitingsvormen, of het nu in vleselijke of gebouwde vorm is.


De Bottons boek How to Think More about Sex verschijnt in september in vertaling (Jelle Noorman) bij De Arbeiderspers (176 blz., € 14,95)

Alain De Botton, How to Think More about Sex_, € 12,50_