Het Migrantenmuseum

De krant

Medium museum gazete

Op de dag dat de jongen zijn ogen nog niet opende in deze wereld waren de krantenmensen druk bezig met de krant van al weer de volgende dag. De oude kraamvrouw wikkelde de baby niet in vergeelde lappen, de moeder gaf hem geen borstvoeding en zo kregen ze hem dus niet stil. Het was namelijk al stil. In de uren dat deze zoveelste mens op deze aarde niet in slaap viel in de bergachtige Kaukasus konden abonnees van de krant lezen dat er vele doden en gewonden waren bij de ramp op het atoomschip in Amerika. We hebben het over de krant die op 15 januari 1969 in de brievenbussen viel. Deze krant is te lezen in het Migrantenmuseum. De krant die op de voorpagina met die ramp opent en ook ruim aandacht besteedt aan de ruimtestunt van de Russen, de Sojoez-vlucht.
Waarom ligt de krant van 15-01-1969 in het Migrantenmuseum? hoor ik u al vragen. Het is erg simpel. 15-01-1969 staat bekend als de dag waarop het migrantenkind door de gebeurtenissen die in de krant staan verwelkomd diende te worden in de wereld, maar in werkelijkheid geen enkel licht had gezien.
Geboren te: 15-01-1969. Ook al staat dit in zijn paspoort geschreven, er klopt helemaal niets van…
Gestorven te: welke datum je ook laat noteren bij het bevolkingsregister, ook dat zal niets anders zijn dan een leugen. Wat is namelijk het leven met een geboortedatum die niet klopt? Heb je dan wel echt geleefd? Is je dood dan ook echt? Of was je tijdens je leven al een dooie?
In de krant van die woensdag uit 1969, die dus in het museum staat tentoongesteld: ‘Eskjol beticht De Gaulle van dubbele moraal’. De Gaulle had dus een dubbele moraal. En de foetus lag dubbel van het lachen in moeders buik. Terwijl de foetus dubbel lag van het lachen en De Gaulle een dubbele moraal had, was de vader van het nog niet geboren migrantenkind hem aan het inschrijven bij de gemeente.
‘Is uw kind geboren?’
‘Nee, maar over enkele maanden zal het zeker wel komen.’
‘Waarom zo’n haast dan met inschrijven?’
‘Ik ga naar een land dat Nederland schijnt te heten. Wie weet wanneer ik terugkom, meneer de ambtenaar. De wegen zijn onbegaanbaar geworden door de sneeuw. Wie kan mij garanderen dat ik deze reis ga overleven. Doe niet moeilijk, meneer de ambtenaar. Schrijf hem in en zet erbij dat het een jongen is. Ik voel aan dat het een jongen wordt. U mag zelfs bepalen wat zijn naam wordt.’
Ene minister Klompé zegt in de krant van die dag dat er een steun van tien miljoen gulden voor de bioscopen komt. Op de dag dat de migrant zich op de besneeuwde wegen begaf werd er in zijn toekomstige land ook een driejarig meisje ontvoerd. Zo stond in de krant.
Het kind in moeders buik kwam uiteindelijk veel later op de aarde dan staat geschreven, werd in vergeelde lapjes gewikkeld, kreeg melk en viel in slaap. Hij groeide op, bewandelde met zijn vader de met sneeuw bedekte wegen en kwam in het land waar niets anders dan verjaardagen de aarde doen ronddraaien.
‘Wanneer ben ik dan echt geboren?’ Een vraag die geen zin heeft. Want geen enkel mens die er antwoord op heeft. Het migrantenkind, inmiddels een man van veertig jaar, dwaalt rond langs de grachten, in de straten en in winkelcentra van het vlakke land. Niet dat hij nooit lacht, zich niet voortplant of geen carrière maakt, maar zijn leven is een schijnvoorstelling.
Ik ken deze man goed, beste museumbezoeker. Laatst belde ik hem op en sprak in het Migrantenmuseum met hem af. ‘Ik heb een hard feit over jouw leven’, meldde ik door de telefoon. Toen hij arriveerde liet ik hem de krant van 15 januari 1969 zien. ‘Mijn geboortedatum!’ riep hij uit. Toen las ik voor uit de krant: ‘Zuid-Afrikaanse hoogleraar wegens liefde berecht’.
De wereld van een migrant zit ingewikkeld in elkaar. De dag dat hij nog in een buik zat kan zijn verjaardag zijn. Een migrantenleven leert ons dat alles betrekkelijk is. Bestaat de migrant? Is het driejarige meisje ontvoerd? Is deze krant ooit gedrukt? En waar is het Migrantenmuseum, heb jij het ooit gezien, waarom heb jij het nooit gezien?