DE GELDPERS en NEDERLANDSE JOURNALISTEN HOUDEN NIET VAN JOURNALISTIEK

De krant en de crisis

Joost Ramaer, De geldpers. € 22,50
Jan Blokker, Nederlandse journalisten houden niet van journalistiek. € 16,95

Medium 11718772

‘Ze noemden het graag Fleet Street, wat natuurlijk net zoiets is als wanneer je een Hilversumse straat met een klein hellinkje meteen Heuvellaan noemt, of een hotel op een Limburgse heuvel zelfs Alpenzicht.’
In zijn deze week verschenen boek Nederlandse journalisten houden niet van journalistiek roept Jan Blokker in een persoonlijk intermezzo een nostalgisch stemmend beeld op van de Nieuwezijds Voorburgwal, het Nederlandse Fleet Street. In het Londense origineel krioelde het al in de vijftiende eeuw van drukkerijen, uitgevers en aanverwante bedrijfjes en was er halverwege de twintigste eeuw een keur van kranten, zondagsbladen en weekbladen gevestigd. In de Nederlandse variant huisden na de oorlog vijf kranten op een kluitje: het Algemeen Handelsblad tegenover De Telegraaf, de verzetskranten Het Parool en Trouw als tijdelijke onderhuurders in het moderne Telegraafgebouw van J.F. Staal, en een steenworp verderop de Volkskrant. En daartussenin lag journalistencafé Scheltema, het beeld van een ‘knus Fleet Streetje’ completerend.
‘Was het een getto?’ vraagt Blokker zich af. ‘Een beschermd kamp? Een warm bad?’
Een warm bad was het zeker, denk je na lezing van het intermezzo. Het bovengrondse Parool swingde; het Handelsblad zetelde in een pand als een doolhof, vol afstapjes, tussenkamers, onafgetimmerde vides en ondoorgrondelijke gangen; het laatste nieuws werd in kokers naar de zetterij geblazen (‘Spoed! Zetterij!!’) en journalisten waren nog een mengeling van keurige heren en excentrieke characters.
Het was de tijd vóór de bloei van de dagbladpers, vóór de stormachtige toevloed van lezers en vóór de fusies van uitgeverijen tot grote concerns.
In Nederlandse journalisten houden niet van journalistiek buigt Blokker zich ook over de crisis van de krant, maar op zijn best is hij als hij even losjes als erudiet heen en weer springt in de Nederlandse persgeschiedenis. Daarin ontwaart hij trouwens wel een constante, die volgens hem sterk bijdraagt aan de huidige crisis: Nederlandse journalisten zijn, van Busken Huet in de negentiende eeuw tot op de dag van vandaag, niet nieuwsgierig. Ze presenteren liever hun opvatting dan feiten, zijn meer geïnteresseerd in het schrijven van analyses dan in hard nieuws. Zie de vloek van de opiniepagina’s, die tribunes voor elke mening wat wils.
Blokker verwerpt de veel geuite opvatting dat de nieuwe media – in de jaren zestig de televisie, nu internet – de krant in de crisis stortten. Hij constateert met spijt dat de Nederlandse journalistiek vooral defensief op nieuwe ontwikkelingen reageert, bij voorbaat capitulerend, zich wentelend in angst en zelfbeklag. Met graagte haalt hij W.F. Hermans aan, die stelde dat technische vernieuwingen in het rijk van de mogelijkheden thuishoren, niet in dat van de normen: ‘Geen technische ontwikkeling zal ooit door morele verontwaardiging tegengehouden kunnen worden, evenmin als de dood tegengehouden kan worden door de onwil om te sterven.’
Al wuift Blokker de omstandigheden – van de ‘ontlezing’ tot de gratis krant, van de opkomst van de burgerjournalistiek tot internet – soms wel erg makkelijk weg, voor zijn stelling dat de crisis van de krant vooral ook de crisis van de journalistiek is, valt veel te zeggen. Het is alleen de vraag of meer feitelijkheid en een grotere nadruk op haar waakhondfunctie de dagbladpers zal helpen.
In zijn boek stipt Blokker kort het ‘trauma van Apax’ aan, de durfkapitalisten die het prestigieuze uitgeefbedrijf PCM uitzogen en het vertrouwen van journalisten in hun uitgever grondig ondermijnden – ook geen geringe factor als het gaat om de crisis van de krant.
Juist over PCM verscheen in december vorig jaar een boek dat Blokker ongetwijfeld tevreden moet stemmen. In De geldpers: De teloorgang van mediaconcern PCM geeft Joost Ramaer, met behulp van het vernietigende rapport over het bedrijf dat de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof uitbracht en gesprekken met 130 betrokkenen, een voorbeeldige reconstructie van de feiten. Hij is zo nieuwsgierig dat het is of je in het statige Oud-Zuid aanzit bij het bestuur van grootaandeelhouder Stichting Democratie en Media (SDM), of dat je de kou in de lucht voelt tussen topman Theo Bouwman en de Stichting tijdens een bijeenkomst in het chique Amstel Hotel – de favoriete hang-out van de PCM-top, andere koek dan café Scheltema en tekenend voor de tijd dat megalomane bestuurders de kranten bestierden.
Ramaer schreef een page turner over de opkomst en ondergang van het roemruchte mediabedrijf. Het beeld dat uit het boek oprijst, is ontluisterend. Hoogmoed, amateurisme (van de stichtingsbestuurders), cowboyachtige dadendrang en eigenrichting (van CEO Bouwman), stoïcijnse onverschilligheid (bestuurder Ben Knapen) en dom onvermogen (velen) buitelen over elkaar heen. Ramaer laat zien hoe het meteen na het samengaan van de Nederlandse Dagblad Unie (NRC Handelsblad en AD) en de Perscombinatie (Volkskrant, Trouw en Het Parool) misging. Topman Cees Smaling was na de koop van NDU weliswaar de baas van de grootste krantenuitgeverij van het land, maar hij verzuimde beide bedrijven te integreren.
De verwikkelingen rond de verkoop aan het Britse hedge fund Apax vormen een tragedie Shakespeare waardig. De belangrijkste partijen – de raad van bestuur van PCM en SDM – hopen vooral van elkaar verlost te worden en laten zich in dat verlangen beide een oor aannaaien door de gehaaide Britten. Ramaer lijkt het vooral SDM te verwijten, omdat de stichting haar ideële drijfveer, maatschappelijke betrokkenheid, liet varen en ook jacht maakte op het grote geld.
De uitkomst van het Apax-avontuur is genoegzaam bekend: PCM ontsnapte ternauwernood aan het bankroet doordat het werd opgekocht door de Vlaamse Persgroep, die op haar beurt weer NRC Handelsblad en de boekenuitgeverijen verkocht.
Het mag een wonder heten dat de kranten hun belabberde uitgever overleefden. Nu moet de dagbladjournalistiek nog als een Houdini uit de crisis ontsnappen.

JOOST RAMAER
DE GELDPERS: DE TELOORGANG VAN HET MEDIACONCERN PCM
Bert Bakker, 430 blz., € 22,50

JAN BLOKKER
NEDERLANDSE JOURNALISTEN HOUDEN NIET VAN JOURNALISTIEK
Bert Bakker, 170 blz., € 16,95