De kring

Gaat de Kring, de roemruchte kunstenaarssocieteit, verdwijnen? De kas is leeg, het ledental daalt. En er zijn kapers op de kust. Wie redt het meest artistieke bejaardenhuis van Nederland?
‘WANHOPIG HOL van zouteloze krengen,/ beneveld nest van tweedehands gedachten.’
Het Sonnet op zekeren kunstkring werd gedicht door A. Roland Holst, die in 1922 in het allereerste bestuur zat van die kring - de Kring, wel te verstaan. Een wat merkwaardige uiting van liefde door een man die zijn kunstenaarssocieteit tot op hoge leeftijd bleef bezoeken. Maar leden van de Kring, of ze nu dertig of tachtig zijn, gebruiken bewust metaforen die de burgerman een straatje doen omgaan. Met vertedering spreken ze van het ‘tuchteloze broeinest van leven, denken en dromen’, ja zelfs van de ‘neukbak’.

Maar de Kring wordt ook op serieuzere toon gememoreerd, zeker op dit moment. Want de societeit is financieel op sterven na dood. Fotograaf en ‘televisie-uitvinder’ Erik de Vries heeft het grootste aantal Kring-jaren achter zich, vanaf 1936. Hij herinnert zich een terugkerende droom in het Jappenkamp: 'Dat ik ’s avonds het Leidseplein afstroopte, en dan kwam ik bij de Kring, maar durfde niet naar boven, de witte trap op die er in mijn dromen was. Drie dagen na mijn terugkomst in Holland kon ik die trap eindelijk betreden. Die droom is wellicht het beeld van de bevrijding geweest.’
Wat maakt de zaal op de eerste verdieping aan het Amsterdamse Kleine Gartmanplantsoen zo geliefd dat schrijver Adriaan Venema er luttele weken voor zijn geplande zelfmoord weer lid wilde worden? (Hij betaalde contant aan de bar.) Dat Erik de Vries en 'zijn’ danspionierster Hans Snoek (lid vanaf 1939) nu tot diep in de nacht over de reddingsplannen komen meevergaderen? Is het de entre nous-sfeer waarin de hoge kunsten beleden kunnen worden?
Op de valreep moet dat misverstand maar eens de wereld uit. Zeker, er is door de jaren heen volop gemusiceerd, tentoongesteld en voorgedragen. En ruzie gemaakt over het vertoonde. Zoals die keer vlak na de oorlog. Erik de Vries las gedichten voor van zijn kampmaatje Leo Vroman, in de veronderstelling dat die omgekomen was. Onder grote bijval, maar evenveel geschreeuw en gebrul.
DE KRING WORDT ten onrechte vaak opgehangen aan Filmliga, Cobra, Vijftigers en Provo. Dat is de maaltijd verwarren met de stoelgang, de tastbare overblijfselen. Kringleden praten over hun 'tweede huis’ veeleer als een warme dis, een warm bad. Tekenaar-schrijver Hugh Jans: 'Je kon een heel etmaal blijven zitten, en dan ging je - ik spreek over de jaren rond 1960 - tussendoor naar de Chinees om de hoek, met de kinderen.’
Iedere artiest van enige naam was lid, 'dat sprak vanzelf’. Behalve Wim Kan en Corrie Vonk, 'want die hadden aan een huis genoeg’, en Wim Sonneveld, die als klein- kunstenaar werd geweigerd. En de artiest heeft toch recht op zijn/haar ontspanning? Zeker vlak na de oorlog. Anneke Jans: 'Het was toen een bar wilde tijd… en die is eigenlijk nooit meer overgegaan.’ Met andere woorden: voor het langjarige Kring-lid bestaan er geen culturele breukvlakken tussen de jaren vijftig, zestig of tachtig.
Om de ongeremde geestelijke en lichamelijke honger in een hanteerbare vorm te gieten, heeft men op de Kring altijd een probaat middel aangewend: het spelletje. Generaties Kring-leden hebben geschaakt, gebiljart, gesjoeld, gebridget, gekookt, zich vermomd, gegokt, geflipperd, getafelvoetbald, gestoelendanst, getafeltennist, en bloempotgelopen. Een functionele speeltuin: zo kwamen de musici met de wetenschappers in contact, het tafeltje met schrijvers bij de mannenplee met het groepje acteurs bij de vleugel.
De sociologie van de Kring kan dus worden geschreven aan de hand van dit vertier. Het was bijvoorbeeld de reden dat ook schaker Hein Donner eindelijk lid mocht worden van de club voor kunstenaars, intellectuelen en journalisten (de laatste soort met extra strenge ballotage). Freddie Heineken, de eigenaar van het pand, was immers ook geweigerd als lid - waarvoor deze de vereniging overigens niet heeft bestraft met een verhoging van de schamele huurprijs. Schaker Rob Hartoch, door Donner lid gemaakt met de woorden 'Dit is mijn zoon’: 'Hij trok alle topschakers naar de Kring. Dat lokte weer vele anderen.’
Ook voor het georganiseerde bridgen was Donner de inspirator, aldus Hartoch, zoals Adriaan Venema dat was voor blufpoker met stenen. Maar de Kring kende al een lange traditie in pokeren met kaarten, dag in, dag uit. De ergste vorm was het strafpoker, dat de winnaar dwong tot zes uur ’s ochtends door te spelen. De populaire fruitautomaten en later gokkasten zijn 'sociaal afgesteld’: op weinig winst en verlies. De vaste biljartploeg, 'zonder verplichte conversatie, zonder te groeten zelfs’, bevestigt paradoxaal genoeg dat tegenstanders one’s best friends zijn.
HET KOKEN WERD op de Kring altijd op hoog niveau bedreven. Hugh Jans deed het rond 1970 op donderdag. Zijn collega- culi, de schrijver-fotograaf Philip Mechanicus: 'Ik heb gehoord dat Hugh Jans een keer de lamstongetjes zo lang in de pan liet dat ze zuur werden.’ Mechanicus zelf maakte zich met vele anderen verdienstelijk in de zaterdagse hobbykeuken, die nog altijd bestaat. Zij stamt uit eind jaren zestig, toen er veel werd gescheiden en de vrouwen met kinderen er dankbaar gebruik van maakten.
Kinderen werden verder maar mondjesmaat geduld. Hein Donner werd woest toen een achtjarige zijn sjoelbak bezette. De speciale spelletjesavond met oud-Hollands vermaak is een feest voor de groten. Het lustrumboek uit 1992 vermeldt dat Keith 'Kung Fu’ Carradine, of zijn broer, met een ei op een lepel rond het biljart spurtte. Het Sinterklaasfeest is wel voor de jeugd. Dan zie je de grootste versierders aantreden in de vermomming van brave huisvaders.
De familie Jans (Hugh: 'Ik zou de lams tongetjes hebben laten verpieteren? Uitgesloten!’) behoorde tot de duizend jaarlijkse bezoekers van een ander vermommingsspel: het bal masque. De pers was erbij, zoals in 1955 op het science-fictionbal. Onder de kop: 'Amsterdamse boheme in hogere sferen’ berichtte Het Parool dat 'de tweede prijs ging naar de dichter Jan Elburg, een experimenteel waterstofwezen met uitschietende tentakels en flitsend gezichtscentrum’.
Het interieur van de Kring verdroeg al deze wildfeestelijke aanslagen goed: het was 'onburgerlijk’, of kwaadaardiger: 'als een cafe in een buitenwijk van Belfast’. Hans Snoek weet dat de tafels in de begintijd nog van glas waren. Daar werd wel eens op gedanst, en Fien de la Mar ging er woedend stampend doorheen, vermoedelijk toen Erik de Vries haar voor een televisieshow had gepasseerd. Geen verbouwing kon de oud-bruine, licht vertrapte sfeer wezenlijk aantasten.
Typerend voor de gewenste informaliteit op de Kring is dat de vereniging zijn oudere documenten jarenlang kwijt was. Ook nu zijn er grote gaten. In verschillende filmhistorische bronnen wordt de legendarische geboorte van de Filmliga, de Nacht van De Moeder in 1927 waarin Poedovkins verboden film onder massale belangstelling 'besloten’ werd vertoond, gesitueerd aan het Kleine Gartmanplantsoen: op de Kring zelf dan wel uit ruimtegebrek in Heinekens cafe eronder. Maar de societeit betrok pas in 1930 zijn huidige locatie.
Over de Kring in de oorlog weet iedereen dat 'wij goed waren, Arti fout, en er veel verzetsmensen kwamen’. De Kring was open in 1940-1945. Niemand weet waarom de Duitsers de tent ongemoeid lieten, ook de weduwe van Henk Kersting niet, de langjarige voorzitter die als directeur-Nederland van Associated Press in de nacht van 10 mei aan de bar een Duits telefoontje kreeg over de inval. Anneke Kersting: 'Ik werd zelf lid in maart 1944. Ik weet wel dat joodse mensen zijn blijven komen, als ze dat konden. Enkele leden werden na de bevrijding weggezuiverd. En Louis van Gasteren heeft nooit lid mogen worden.’
Politieke stellingname is altijd taboe geweest. Ook toen de Vietnam-oorlog de gemoederen bezig hield. Maar het ontstaan van het Medisch Comite Nederland-Vietnam werd wel bekokstoofd op de Kring. Er is op de Kring overigens wel veel impliciet engagement, zoals bij de aids-conferentie van 1992, toen de deur wijd open stond voor de internationale wetenschappers en patienten die vlakbij confereerden.
WAT GING ER MIS met de Kring? Niet veel meer dan het natuurlijk verloop. In 1959 werd het zeshonderdste lid gevierd, in de jaren zestig, toen het gewone Amsterdamse cafe nog 'verschrikkelijk truttig was’, steeg het ledental naar twaalfhonderd, en daarna ging het gestaag naar beneden. Rob Hartoch was een van de nieuwkomers in 1969, toen de leuke cafes en nachttenten als paddestoelen uit de grond schoten. 'Twintig jaar later was ik met mijn 42 jaar nog steeds een van de jongsten.’
De Kring heeft altijd een verademende tijdloosheid uitgestraald, dwars door alle modernismen en trends heen. Maar 'de leeuwen en tijgers worden oud’, al stralen ze stuk voor stuk uit dat een levenswijze vol drank en vertier niet slecht kan zijn. En de jonge kunstenaar van vandaag wil maar niet zien wat hij mist. In elk geval niet voor 370 gulden per jaar.
Wellicht straks voor 1000 gulden per jaar, maar dan met alle comfort? Televisieproducent Harry de Winter gelooft in zijn reddingsplan. Bas Lubberhuizen (uitgever annex baas van twee goedlopende etablissementen) probeert de Kring te overtuigen dat met minder grote ingrepen dan De Winter van zins is, ook overleefd kan worden. En de leden? Met elke week zo'n massaal bezochte vergadering als die van de afgelopen weken zou de Kring al bijna uit de financiele problemen zijn.
En ook op die bewogen bijeenkomsten is het er ouderwets knus. 'De lamstongetjes van Hugh Jans? Ja, dat ging niet helemaal goed. Toen moest er in allerijl een partij saucijzen worden aangerukt.’