Film

De kritische blik

Nestblijvers

Tot en met 12 oktober in Melk- en Kunstsalon Rusthoven, Rijksweg 39 in Wirdum. De foto’s van de broers inspireerden regisseur Juul Bovenberg tot het maken van een korte documentaire, die zaterdag 27 september in première gaat op het Nederlands Filmfestival in Utrecht

De fotomanifestatie Noorderlicht in Groningen laat dit jaar de oprukkende globalisering zien. 45 fotografen uit 21 landen exposeren ruim drieduizend foto’s die, zo schrijft curator Wim Melis, «in het teken staan van de toenemende afhankelijkheid, uniformiteit én ongelijkheid die het gevolg zijn van dat globaliseringproces». Levert dat wat op? Ja, opzichtig politiek engagement. Bij Noorderlicht staat al jaar en dag «de kritische blik op maatschappelijke processen» centraal. Dat betekent dit jaar onder meer het eenvoudig politiek activisme van Manit Sriwanichpoom. Hij maakt het luie cultuurcritici makkelijk met verwijzingen naar beroemde oorlogsfoto’s, die in een opzichtige enscenering worden bevolkt door koopgrage figuranten in Chanel-pakjes.

In een van zijn foto’s zien we het portret van een Aziaat. Zijn mond is afgeplakt met een pleister waarop merknamen als Armani en Vuitton zijn te lezen. Raak! Op uitzonderingen na natuurlijk (Henrichs, Bezzybov, Floue, AES +, Frhodri Jones) overheerst op de hoofdtentoonstelling de ergerniswekkende agitpropblubber van de antiglobaliserings beweging.

Toch is er wel iets te beleven in Groningen. Bijvoorbeeld op de tentoonstelling Nestblijvers, met foto’s van Anke Teunissen (1975). Teunissen fotografeerde volwassen mannen die zonder vrouw of moeder in het huis van hun ouders zijn blijven wonen. De tentoonstelling is slechts een zijonderdeel van de hoofdtentoonstelling, maar juist hier in Wirdum vind je individuen die, als je maar goed kijkt, geen sjabloon zijn voor een politieke gedachte. Door alle bombarie over globalisering heen zie je eigenaardige gewoonten en buitenissige menselijke verhoudingen die niet eenvoudig zijn te duiden.

Neem de gebroeders Dunning. Het interieur is sinds de dood van hun ouders (de laatste stierf in 1971) niet meer veranderd. Albertus (80) speelt de vrouw, Roelof (vier jaar jonger maar een stuk langer) de echtgenoot. Ze slapen samen in één bed en hebben hun isolement bekrachtigd door alles, van supermarkt tot kapper en pedicure, aan huis te laten komen. Zelf komen ze het erf niet meer af.

De broers ontsnappen aan de marketing strategieën van grote multinationals. Maar ze ontsnappen ook aan de morele categorieën van fototentoonstellingsmakers en de gemakzuchtige denkers van de antiglobaliserings beweging. Voor de maatschappij en het perpetuum mobile van het publieke debat bestaan ze eigenlijk niet. En dat scheelt, want die maatschappij hadden de broers zelf ook al afgeschreven. En toch horen ze bij ons; dat heeft Anke Teunissen fraai laten zien.