Een krant in tijden van zap & soap

De krokodil van de Volkskrant

Elke krant maakt fouten, maar bij de Volkskrant is er iets speciaals aan de hand: de intellectuele integriteit staat op het spel. Na het aantreden van hoofdredacteur Pieter Broertjes in 1995 is weer eens een koersverandering ingezet. Hoe de Volkskrant zich ontwikkelt in tijden van zap & soap.

‘VIJFTIEN JAAR LANG hebben wij met NRC Handelsblad gestreden om de eerste en tweede plaats. In de beeldvorming blijft NRC nog altijd de eerste kwaliteitskrant. Wij zijn de gróótste kwaliteitskrant. Maar de spanning is daar een beetje uit.’ Dat zei Pieter Broertjes, hoofdredacteur van de Volkskrant, in mei 1995 in een interview in HP/De Tijd. Dan valt in datzelfde interview de naam van De Telegraaf. Adjunct-hoofdredacteur Jan Tromp: ‘de lol, het ambachtelijke, de onvervalste en soms zelfs ratachtige nieuwskrant — op dat gebied kunnen wij nog veel leren van de Telegraaf’. Broertjes: ‘Daar zijn wij niet vies van. Je hoeft er niet op te gaan lijken, maar je kunt je er wel door laten inspireren.’


Elke krant maakt fouten, of zoals de koningin het zei: ‘slordigheden, spelfouten, onzorgvuldigheden, eenzijdigheid’. Maar in het geval van de Volkskrant is er iets speciaals aan de hand. Het is niet de journalistieke integriteit die hier op het spel staat, het is de intellectuele integriteit. De Volkskrant heeft in haar 78-jarige bestaan enkele opvallende gedaanteverwisselingen meegemaakt. Haar identiteit was eerst katholiek — een manifestatie van het ontluikende zelfbewustzijn van de roomse arbeiders binnen de katholieke zuil —, vervolgens progressief — de krant van de linkse intelligentsia en het clubblad van de streetcornerworker —, daarna kwam het stempel van de professionaliteit: een kwaliteitskrant. Na het aantreden van Broertjes in 1995 is er weer een koersverandering ingezet, die in september resulteerde in het opheffen van een aantal bijlagen en de presentatie van een nieuw magazine. Wat is nu die koers van de Volkskrant?


Van de Telegraaf heeft de Volkskrant in korte tijd veel geleerd. Eind augustus beleefde de krant zijn happy hour. Drie dagen achter elkaar opende zij met het verslag van een zoektocht naar Maxima Zorreguieta, een nieuwe vriendin van de kroonprins. In het televisieprogramma Het Buitenhof zei Pieter Broertjes daarover, in koor met Grote Beer, de hoofdredacteur van het NOS-Journaal: de tijden veranderen. En zo ook het begrip nieuws. De beste analyse van de berichtgeving over Maxima stond op de Forum-pagina van de Volkskrant. In een artikel onder de kop ‘De wereld versoapt, dus ook de monarchie en de media’ (8 september) schrijft Peter Brusse dat krantenlezers en televisiekijkers steeds minder geïnteresseerd zijn in politiek. Dit heeft te maken met het verdwijnen van de angst voor een nieuwe wereldoorlog. Brusse citeert daarbij de Britse journalist Godfrey Hodgson: ‘Nu zijn de mensen bang voor kanker, hartaanvallen, incompetente artsen, genetisch gemanipuleerd voedsel. Ze zijn bang dat ze lelijk zijn en dat hun seksleven te wensen over laat.’ In dit tranendal, rijker en welvarender dan ooit — vervolgt Brusse — ‘bestaat alleen het kleine geluk. Je hebt goede tijden en slechte tijden. De wereld versoapt. En dus is er verlangen naar romantiek en krijgen we lifestyle in de krant. De bruid wil een feestelijke bruiloft, ook al beseft zij dat de kans op echtscheiding groot is. In de wereld van Oprah Winfrey en Jerry Springer is de behoefte aan het sprookje sterk. Maxima komt dan als geroepen.’ De tijden veranderen, sprak de hoofdredacteur. En zo ook het nieuws. Bij zijn aantreden zei Broertjes dat hij de krant aantrekkelijk wil maken voor ‘de aanstormende zap-generatie’. We zullen eens zien hoe de Volkskrant zich ontwikkelt in tijden van zap & soap.


En dan gaan we nu eens even lekker zappen. In het Volkskrant-magazine tref ik een cohort dames aan. Zo stelt Manon Uphoff ons op de hoogte van het wel en wee in een treincoupé: ‘Reetje’ heet de column. De schrijfster noteert een dialoog: ‘ ‘‘Ik heb pijn aan mijn reet’’, zei het meisje. ‘‘Ach, pijn aan je reetje?’’ herhaalde de jongen tegenover haar vriendelijk. (…) ‘‘Au-au’’, jammerde ze. ‘‘Me reet.’’ ‘‘Ach, verdomme’’, klonk het slaapdronken uit de keel van de jongen. Verontwaardigd sloeg hij met zijn hand tegen het raam.’


In hetzelfde nummer zit de actrice Ellen ten Damme ook in de trein: ‘En ik ben dol op de trein! Hoewel, nog meer op de auto. En nog meer op het vliegtuig.’ Een week later zit ze in het vliegtuig. En het is dol: ‘Eindelijk kon ik eens goed gebruik maken van de papieren zak in het vakje van de vliegtuigstoel voor me … waarschijnlijk was die whisky toch iets teveel geweest, na die wijn enzo … die heerlijke kant-en-klare kotszakjes … het was meteen zum kotzen tijdens het opstijgen.’ Ten slotte toont de fotostrip ons de perikelen van een vrouw die een fietsband plakt. ‘Vooral als ik buk, heb ik, na het vrijen, dat ’t er steeds nog een beetje uitloopt.’


Reetje, kots en kutje. De emancipatie van de meid — anaal, oraal en genitaal — heeft hier in de Volkskrant haar drievoudige beslag gekregen. Dit is andere koek dan de dichtregel van Dèr Mouw: ‘ ’k Ben Brahman. Maar we zitten zonder meid.’ Er is al heel wat afgejammerd over die rubrieken, maar dit is bewust beleid: lekkere wijven die niet kunnen schrijven. Dit is anti-kwaliteit à la Ronald Giphart: het werkt en het is populair op de mavo. We willen de krant aantrekkelijk maken voor de aanstormende zap-generatie, sprak de hoofdredacteur. Maar het wil nog niet helemaal lukken, want deze drie opmerkelijke rubrieken verdwijnen in dit nieuwe jaar. Een wervelende start voor een magazine met een miljoeneninvestering.


Ik doe de Volkskrant ongetwijfeld geen recht. Het magazine in zijn geheel zou een aparte bespreking verdienen en ook het katern Reflex — de naam is wat ongelukkig; een reflex is dat wat het onderbeen doet, wanneer de dokter met zijn nikkelen hamertje op de knie tikt — en ook de kunstredactie en de wetenschapsredactie en de buitenlandredactie en zo voort, maar als iemand last heeft van een hartritmestoornis, dan kijk je naar het hart en dan zeg je niet: de ellebogen werken nog uitstekend. Die stoornis was enkele keren voelbaar op de voorpagina. Ik zal twee gevallen onder de loep nemen. Het eerste was op maandag 25 oktober, een fors driekolomsbericht onder de kop ‘ “Eierveiling” op Internet voor mooier nageslacht. Het artikel gaat over ‘de Amerikaanse modefotograaf’ Ron Harris, die voor veel geld eicellen van zijn fotomodellen te koop aanbiedt. De Volkskrantjournalist geeft in één adem de kritiek op deze eierhandel weer. ‘ “Het is angstaanjagend”, zei Shelley Smith van het Egg Donor Program in Los Angeles tegen de New York Times.’ Een echte knaller op de maandagochtend: internet, topmodellen, seks en handel, eugenese, Shelley Smith uit LA — alle ingrediënten van het postmoderne leven zijn aanwezig.



AAN DIT BERICHT op de voorpagina van de Volkskrant was het een en ander voorafgegaan, dat de zap-generatie niet in het vizier kreeg. Het is misschien goed hier even te blijven hangen. In Duitsland was in de herfst een discussie losgebrand rond de filosoof Peter Sloterdijk. In zijn rede over ‘De regels voor het mensenpark’ had hij zich afgevraagd hoe de filosofie zich moet verhouden tot de meest opwindende wetenschap van deze tijd: die van de biotechnologie en de genetica. De Volkskrant deed het onderwerp af met een berichtje op de buitenlandpagina. Een pijnlijke situatie voor ontstond toen in één week tijd drie columnistes van de krant — Dorien Pessers, Anet Bleich en Nelleke Noordervliet — ingingen op de discussie over de regels voor het mensenpark. Ik kan u verzekeren dat als drie topmodellen van de eigen krant in één week tijd hun mening verkondigen over een kwestie die de krant zelf — in het nieuws — minimaal heeft beschreven, dat er dan gevloekt wordt op de redactie. Toen kwam het bericht over de eierhandel in Amerika. Streetlife van de elektronische snelweg. In één klap had de Volkskrant een eigen, spectaculaire invalshoek gevonden. Een paar dagen later bleek dat die zogenaamde modefotograaf een slumpie is, die sekssites op het internet exploiteert, zijn snoezepoezen werken in de porno-industrie. De enige manier waarop de Volkskrant terugkomt op die grote eierveiling, is een piepklein bericht in het mediakatern Stroom, waarin gemeld wordt dat de modefotograaf een pornokoning is. ‘Vrijwel alle media ruimden er deze week, in navolging van The New York Times, plaats voor in. Leuk verhaal, oordeelden duizenden journalisten in het weekend, even optikken voor de krant van maandag.’ Het bericht leidde, aldus de Volkskrant, ‘tot satirische columns, boze reacties van vruchtbaarheidsspecialisten en zwaarwichtige beschouwingen over eugenetica’. Vruchtbaarheidsspecialisten? Die hadden toevallig geen zin om op die nonsens te reageren en ik heb dan ook geen enkele vruchtbaarheidsspecialist in de Volkskrant kunnen ontdekken. Dat het bericht een canard was — krantenjargon voor een loos bericht — is niet het belangrijkste. Dat het bericht klein en lollig is gerectificeerd, is ook niet het belangrijkste; het behoort tot de journalistieke integriteit fouten te herstellen. Het belangrijkste is de intellectuele integriteit. De Volkskrant heeft niets met het bericht gedaan, er geen verband aan gegeven, noch in eerste instantie, noch in de follow-up — zoals journalisten dat onder elkaar noemen. De krant heeft de eenvoudigste inzichten over erfelijkheid niet weergegeven. Het feit dat schoonheid nauwelijks erfelijk is, bestempelt het bericht al tot nonsens, en dan maakt het niet uit of de eierhandelaar modefotograaf of pornokoning is. En de krant had moeten weten of moeten uitzoeken, dat het met de erfelijkheid van schoonheid niet anders is gesteld dan met de erfelijkheid van intelligentie. In Californië is jaren geleden een spermabank opgezet van mannen met een hoge intelligentie. Van dat IQ vond je niets terug in het nageslacht en de spermabank is failliet gegaan. Die eierhandelaar zijn vet geven is geen kwestie van journalistieke integriteit maar van intellectuele integriteit. De Volkskrant is echter blijven steken in sensatiezucht en het resultaat is een populistische berichtgeving.


En dat is niet de eerste keer. In september publiceerde de Volkskrant op de voorpagina een stuk onder de titel: ‘Montessori verkwanselde leer aan fascisme’. Daarin ‘onthult’ de krant — bij monde van een promovenda — dat de Italiaanse pedagoge Maria Montessori in de periode 1926-1931 ‘innige contacten’ had onderhouden met het fascistische regime van Mussolini. De theorie van Montessori ‘is niet bestand tegen misbruik door een totalitair bewind’. Tot slot waarschuwt de krant, via de promovenda, dat er nu in Nederland ‘een fascistisch Montessori-onderwijs kan ontstaan’.


Het feit van de contacten met Mussolini is niet nieuw. Dat was al bekend uit de biografie van Rita Kramer uit 1976 en is nader uitgewerkt in de biografie van Marjan Schwegman uit mei 1999. De opvatting dat een theorie misbruikt kan worden, is evenmin opzienbarend. Dat geldt voor elke theorie, ook bijvoorbeeld de socialistische. Ook al is het niks nieuws, de Volkskrant mag het zes keer op de voorpagina zetten, maar te waarschuwen dat er hier ‘een fascistisch Montessori-onderwijs kan ontstaan’, is potsierlijk, om het even of zo’n uitspraak afkomstig is van een promovenda of van een pornokoning. De volgende dag komt de Volkskrant doodgemoedereerd met een follow-up over de zelfgezaaide verontrusting.


Hoe is het mogelijk dat deze populistische berichtgeving zo ver heeft kunnen oprukken en elk intellectueel en historisch besef heeft weggevaagd? De Volkskrant heeft de eeuwenoude traditie van het katholicisme rigoureus aan de kant gezet en is overgestapt op het socialisme, een kortstondige traditie die nu grotendeels naar de maan is. Daarna kwam de professionaliteit. Die aandacht voor kwaliteit en ambacht is goed, maar niet voldoende. Om in enkele decennia twee identiteiten te verspelen, zou wel eens fataal kunnen zijn. Het berooft de Volkskrant van de mogelijkheid het taaie gevecht te voeren tussen traditie en vernieuwing. Andere kranten, zoals NRC Handelsblad en Trouw, kunnen in hun strijd met de wind der omstandigheden terugvallen op een altijd aanwezige ondergrond: de koopman en de dominee. Het woord handelsblad in de naam NRC Handelsblad kun je niet letterlijk genoeg nemen, en de krant maakt dat nog dagelijks waar met een speciaal economiekatern en met het plan voor een nieuwe financieel-economische ochtendeditie. De culturele goegemeente beseft niet altijd dat NRC Handelsblad bij uitstek een krant is die je marxistisch kunt duiden: de economie is de onderbouw en het Cultureel Supplement behoort tot de franje van de bovenbouw. Franje, en niet meer. Het Supplement schikt zich gedwee in deze indeling met verhalen over de schone kunsten en nog een beetje jazz. Trouw is de dominee. Maar zoals de koopman al lang geen koopman meer is maar een captain of industry, zo is de dominee ook al lang geen dominee meer. Wat vroeger geformuleerd werd als godsdienstige kwesties wordt nu uitgevochten op het slagveld van de ethiek: van geboorte tot dood, van euthanasie tot genetica. De Volkskrant is er meermalen sterk in geweest om de tijdgeest te volgen, maar door het dubbele verlies van identiteit is ze nu overgeleverd aan de grillen van zap & soap. Er is echter niemand die het probleem van de identiteit beter kan verwoorden dan Pieter Broertjes zelf (De journalist, mei 1998): ‘We onderscheiden ons hoop ik door ons enthousiasme, door onze eigen toon en smaak, door humor. En door onze openheid tegenover veranderingen. Dat geeft de Volkskrant een eigen identiteit.’


Er kunnen zeven redenen zijn om een rivier over te steken, maar als er een krokodil in zwemt, kun je beter aan de kant blijven. Er kunnen zeven redenen zijn om de Volkskrant te lezen, maar als sensatiezucht de kop opsteekt, dan is dat de krokodil.