De krokodilletranen van justitie

Men mag aannemen dat mensen die hebben gekozen voor het weinig benijdenswaardige beroep van officier van justitie, een forse laag eelt op de ziel bezitten. Uiteindelijk bestaat hun discipline uit het meedogenloos analyseren van de gebreken van de medemens en zijn zij er onveranderlijk op uit daar een zo hoog mogelijke strafmaat aan te verbinden. Het larmoyante geweeklaag dat dezer dagen te beluisteren valt in kringen van het Amsterdamse Openbare Ministerie doet dan ook misplaatst en hoogst onbetrouwbaar aan.

Natuurlijk, de situatie die officier van Justitie J. Vrakking verleden week schetste in een verrassende hartekreet in NRC Handelsblad, stemt niet vrolijk. Het blijkt allemaal nog erger dan we al wisten: floppies met uiterst vertrouwelijke gegevens over de activiteiten van niets en niemand ontziende drugsbenden blijken nu werkelijk met karrevrachten tegelijk ontvreemd uit de woonhuizen van de dienaren van de wet, de telefoonlijnen van de laatsten worden permanent afgetapt en ook worden ze geconfronteerd met chantagepraktijken die niet onderdoen voor die van Don Corleone in The Godfather I. Officier J. Valente is volgens zijn collega Vrakking psychisch zo gesloopt dat hij het bijltje erbij heeft neergegooid.
Kortom: het fatsoen van de gemiddelde crimineel in Nederland in de jaren negentig is ver te zoeken. Voorbij is de tijd van erecodes in het misdadige circuit, verdwenen folkloristische schurken als Pistolen Paultje. In plaats daarvan heeft justitie nu te maken met tot op de tanden bewapende, puissant rijke proleten die met handgranaten strooien alsof het pepernoten zijn en die zich gedragen alsof hun leven een langgerekte B-film uit de videotheek is.
De Nederlandse onderwereld maakt een ontwikkeling door die nog het meeste doet denken aan de eerste gloriejaren van de georganiseerde misdaad in het Chicago tijdens de Drooglegging: wild en meedogenloos, almaar verder uitdijend in macht en fortuin. Het is een ontwikkeling die nauw samenhangt met de sociaal-economische crisis zoals die zich momenteel voordoet.
Juist in zo'n tijd worden er huizenhoge eisen gesteld aan de integriteit van het justitiele apparaat. Het zijn uiteindelijk de jaren dat een rechtsstaat moet bewijzen dat haar grondvesten solide zijn. De feiten over het optreden van politie en justitie die aan het daglicht zijn gekomen naar aanleiding van het IRT-schandaal en aanverwante affaires, hebben wat dat betreft een uiterst ontluisterend beeld geschapen. Met onrechtmatige huiszoekingen, dito telefoontaps, illegale infiltraties, corruptie en allerlei chantagepraktijken dreigt justitie toevlucht te nemen tot precies dezelfde methoden als het circuit dat men bestrijdt hanteert.
De komende parlementaire enquete onder leiding van Maarten van Traa komt uit die ontwikkeling voort en zorgt in de gelederen van Vrakking c.s. nu al voor grote consternatie. Het hoogst emotionele S.O.S- bericht dat de Amsterdamse officier de wereld inzond, moet dan ook vooral worden gezien als een afleidingsmanoeuvre, een poging om een objectieve toetsing van de gewraakte opsporingsmethoden te voorkomen.
Het zijn krokodilletranen waar geen enkele aanklager zich in de rechtszaal door zou laten vermurwen. Dat mag de Tweede Kamer nu ook niet laten doen.