De kruipolie van de lastenverlichting

Als de werkloosheid niet voldoende daalt, dan gaat de beloofde lastenverlichting niet door. Premier Kok zei het, en PvdA-fractievoorzitter Wallage. En dat terwijl lastenverlichting de hoeksteen is van het werkgelegenheidsbeleid. Wie herinnert zich niet hoe in de laatste fase van de kabinetsformatie de CPB-computers bijna 24 uur per dag nieuwe werkgelegenheidscijfers uitdraaiden bij nieuwe bezuinigingsvarianten? De uitkomst was ten slotte 350.000 banen voor negen miljard gulden lastenverlichting. Lastenverlichting, zo luidt de liberale redenering, matigt de looneisen, spaart de koopkracht, stelt bedrijven in staat personeel aan te nemen en laat de uitkeringen niet al te veel achterlopen.

Waarom dan nu gedreigd met een afscheid? De eerste reden ligt voor de hand: werkgevers tonen tot dusver geen enkele neiging iets aan de werkgelegenheid te doen. Schoolvoorbeeld zijn de banken, die, ondanks een enorme uitstoot aan werkgelegenheid, niet bereid zijn tot een substantiele verkorting van de werktijd. Het op die manier afschuiven van het werkloosheidsvraagstuk op de samenleving is extra schandalig in het licht van de miljardenwinsten in deze bedrijfstak. Als gevolg van de halsstarrige houding van de werkgevers dreigen de bonden weer met hogere looneisen. Bij een voorspelde economische groei van 2,5 a 3 procent en na jaren van loonmatiging geen loos dreigement. De kruipolie van de lastenverlichting blijkt dus niet echt te werken.
De tweede reden is dat de hele lastenverlichtingsoperatie in termen van werk niet veel voorstelde. Ja, 350.000 nieuwe banen, maar volgens de CPB-berekeningen komen 230.000 daarvan ook zonder lastenverlichting tot stand: als gevolg van de verwachte economische groei. Van de resterende 120.000 trekken we dan nog 40.000 Melkert-banen af - die zitten in de collectieve sector en zijn dus niet het gevolg van lastenverlichting. Blijft over: 80.000. Minus het deeltijdeffect: 55.000 volledige arbeidsplaatsen. Die kosten dan 163.000 gulden per stuk. Waarbij ook nog bedacht dient te worden dat de bezuinigingen die nodig zijn om die lastenverlichting op te hoesten volgens de Makro Economische Verkenning zo'n 12.000 overheidsbanen zullen kosten in 1994 en 1995. Kortom, het scheppen van banen via lastenverlichting duurt steeds langer, kost steeds meer en levert steeds minder op. Als dan ook de CAO-partijen voor wie dit alles was bedoeld, nauwelijks reageren, komt het eind in zicht.
Natuurlijk is het een dreigement aan het adres van werkgevers. Maar toch. Wallage suggereerde tegelijk dat de overheid dan zelf maar banen moet scheppen. Daarmee doorbrak hij het taboe dat sinds het eerste kabinet- Lubbers ligt op de groei van de collectieve sector. Meer ambtenaren kwamen er sindsdien alleen in de vorm van banenpoolers en JWG'ers. PvdA-minister Melkert voegde vorige week de daad alvast bij het woord. Hij stemde in met een akkoord tussen gemeenten en bonden waarin de Melkert- banen reguliere banen worden. Dat betekent niets meer of minder dan de aanstelling van 20.000 nieuwe gemeenteambtenaren, straks ongetwijfeld gevolgd door nog eens 20.000 werknemers in de zorgsectoren. De PvdA is om: de overheid is terug als banenmaker.