De kruistocht van shell

De Ogoni in Nigeria, wier leider Ken Saro-Wiwa deze week voor een ‘speciale’ rechtbank moet verschijnen, hebben de terreur van Shell in hun land met succes onder de aandacht gebracht. In Nederland tracht Shell de schade voor het imago te beperken met speciale ‘issue managers’. ‘Shell is duidelijk bang voor een nieuw Zuid-Afrika.’

EVEN LIJKT HET of vroegere tijden herleven. Een volk in Afrika wordt onderdrukt door de plaatselijke dictator en zijn leger. De multinational Shell, die olie wint in het gebied, krijgt het verwijt met de machthebbers samen te werken. Zeker vier organisaties in Nederland zetten zich in voor het onderdrukte volk. Een PvdA-Tweede-Kamerlid heeft het woord ‘consumentenboycot’ al in de mond genomen.
Shell Nederland reageert behoedzaam. Een zogeheten issue manager van de afdeling Public Affairs houdt zich bezig met de zaak en doet dit met verve. Gevraagd en ongevraagd bestookt hij 'het maatschappelijke middenveld’ met zijn informatie. Het zijn 'heel normale’ activiteiten, vindt hij.
HOOFDROLSPELERS IN het geheel vormen de Ogoni, een volk van ongeveer een half miljoen mensen in de Nigerdelta in Nigeria. In de hele Nigerdelta wordt sinds 1958 olie gewonnen, voornamelijk door Shell. De gevolgen voor het milieu - lekkende pijpleidingen, chemisch afval in de bodem, luchtverontreiniging door het permanente affakkelen van gas - zijn aanzienlijk. De Ogoni, een volk van vissers en landbouwers, hebben enkele jaren geleden de Mosop gesticht, de Beweging voor de Overleving van het Ogonivolk, met onder meer als doel verzet tegen Shell. Onder leiding van de schrijver Ken Saro-Wiwa (53) hield de Mosop op 4 januari 1993 haar eerste manifestatie: 300.000 Ogoni eisten het vertrek van Shell, financiele compensatie voor de milieuschade en een aandeel in de oliewinsten. Kort daarop schortte Shell, die zich bedreigd voelde, haar activiteiten in het gebied op.
In Nederland was er vanaf een vroeg stadium aandacht voor de klachten van de Ogoni - althans bij organisaties als Greenpeace, Milieudefensie, Amnesty International en de in Den Haag gevestigde Unpo, de vereniging van Niet-vertegenwoordigde Naties en Volkeren. 'In 1993 kwam Ken Saro-Wiwa voor het eerst naar Nederland’, herinnert Irene Bloemink van Milieudefensie zich. 'Wij hebben hem toen een beetje wegwijs gemaakt. Hij bediende zich van emotionele argumenten en wij maakten duidelijk dat je, als je hier iets wilt bereiken, met feiten en cijfers moet komen.’ Milieudefensie hield zich dat jaar bezig met de milieuvervuiling in Ogoniland, met onder meer een massale briefschrijfactie aan Shell. 'In die beginfase was er nog heel veel mogelijk. Er was nog niet zo veel geweld in het gebied. Wij hebben er hard aan getrokken en bij Shell op onderzoek aangedrongen. Er was van alles aan de hand en dat wisten ze bij Shell: iemand die daar werkzaam was op het gebied van milieu zei me eens dat als de beerput van Shell-Nigeria open zou gaan, Shell daar last mee zou krijgen. Uiteindelijk is dat onderzoek er niet gekomen. En nu is het gebied niet toegankelijk en is het probleem meer een mensenrechtenzaak dan een milieu-onderwerp.’
SINDS DIE EERSTE Ogoni-day in 1993 hebben de Nigeriaanse autoriteiten de Ogonibeweging met harde hand onderdrukt, waarbij ware terreur is uitgeoefend. Rapporten van Amnesty International spreken van willekeurige arrestaties, tientallen buitengerechtelijke executies en vernietiging van dorpen. Volgens de Mosop zijn in totaal 1800 mensen omgekomen. Het gebied zelf is al ruim een half jaar niet meer vrij toegankelijk: het leger is er permanent aanwezig.
Shell is ook met de mensenrechtenschendingen door het leger in verband gebracht. In de Britse film The Drilling Fields, waarvan enkele fragmenten op 26 januari te zien waren in een Ikon-programma, werden twee brieven getoond waarin Shell-Nigeria de autoriteiten vroeg om 'veiligheidsbescherming’ en, in mei 1993, om 'de gebruikelijke assistentie, zodat het project doorgang kan vinden’. Begin januari dit jaar lekte nog een geheim memo uit van de legerchef die verantwoordelijk was voor de orde in Ogoniland. Daarin schreef hij onder meer dat Shell-werkzaamheden nog onmogelijk waren 'tenzij genadeloze militaire acties zouden worden ondernomen’. Ook moest druk worden uitgeoefend op oliemaatschappijen om hen tot 'prompt regular inputs’ te bewegen.
Het memo dateerde van 12 mei 1994. Negen dagen later braken er onlusten uit, waarbij vier traditionele Ogonileiders werden gedood. Mosop-leider Saro-Wiwa werd opgepakt en ervan beschuldigd de dood van de vier op zijn geweten te hebben, hoewel hij zich op dat tijdstip niet in het gebied bevond. Pas afgelopen dinsdag is het proces tegen hem echt begonnen, voor een speciale rechtbank waarvan de eerlijkheid en onpartijdigheid allesbehalve vaststaat.
TOEN DRS. T. H. M. van Kooten (50) vorige zomer aantrad als issue manager bij Shells afdeling Public Affairs, was er dus voldoende werk aan de winkel. Hij ging zich voorstellen bij de betrokken organisaties, die kort daarop kennismaakten met een nieuwe aanpak. Artikelen uit Nigeriaanse regeringskranten, waarin de zaak van de Ogoni op zijn zachtst gezegd eenzijdig werd belicht, stuurde hij op ter kennisname. Wanneer een artikel over Shell en Nigeria zijns inziens 'schandalig’ qua inhoud was, werd dat ook gemeld.
'Tim van Kooten had een heel andere aanpak dan zijn voorganger’, aldus Irene Bloemink. 'Hij is geboren en groot geworden in het bedrijf, zoals hij zelf zegt, en identificeert zich volledig met Shell. Hij kan zich niet voorstellen dat er iets verkeerd kan gaan in zijn bedrijf. Alles probeert hij te ontkennen. Wij hebben het contact met hem sindsdien een beetje afgehouden. Een discussie was niet mogelijk; het werd al gauw een welles-nietesgesprek.’
Amnesty International heeft wel geregeld contact met Van Kooten. Afgelopen maandag verbleef hij nog ruim twee uur in het Amnesty-kantoor om zich te laten bijpraten over een Amnesty-bezoek aan Nigeria in december vorig jaar. Gemma Crijns, verantwoordelijk voor de contacten van Amnesty met bedrijven: 'Zodra wij iets publiceren over Shell, hangt hij aan de telefoon. Soms ook van te voren: een keer had hij gehoord dat we een rapport over Nigeria zouden uitbrengen en wilde hij vast weten wat er in staat. Hij is erg goed op de hoogte. Maar ook op andere momenten belt hij. De ochtend na de Ikon-uitzending bijvoorbeeld: hij wilde weten wat ik ervan vond.
In de persoonlijke gesprekken vraagt Van Kooten steeds waarom wij Saro-Wiwa hebben geadopteerd als gewetensgevangene, terwijl hij toch geweld heeft gepropageerd. Ik zeg dan altijd dat wij daarvoor geen enkele aanwijzing hebben, maar dat we graag onze mening over Saro-Wiwa herzien als hij ons de bewijzen stuurt waaruit zijn gewelddadigheid zou blijken. Die bewijzen heb ik nog steeds niet gezien. Ik dring er op mijn beurt bij hem op aan dat Shell haar invloed gebruikt om de Nigeriaanse autoriteiten te bewegen de mensenrechten meer te respecteren. Hij herhaalt dan steeds dat een bedrijf als Shell zich niet kan mengen in de zaken van het land. Het is een soort ritueel, een herhaling van dezelfde twee zetten. Maar een sterke strategie is het niet.’
Crijns, die ook met veel andere bedrijven werkt, noemt de offensieve aanpak van Van Kooten uniek. 'Het is duidelijk dat ze bang zijn voor een herhaling van wat ze destijds met Zuid- Afrika overkwam.’ Ze wil Van Kooten, met wie ze een goede relatie heeft, overigens niet te hard afvallen. 'Hij heeft wel meegewerkt aan een instructievideo over mensenrechten en het bedrijfsleven, die we hebben gemaakt voor bedrijfskunde-opleidingen. Dat is toch aardig.’
Annette Sillje, die meehielp met het maken van de Amnesty-video, bevestigt het beeld van Van Kooten. 'Hij neemt het heel erg op voor Shell, is echt een pr-man in de klassieke zin van het woord. Van Kooten riep ook rond dat hij een proces zou aanspannen om uitzending van The Drilling Fields te voorkomen. Dat is toch een manier om je als bedrijf te verdedigen. Wij zien zoiets misschien als dreigement, maar voor hen is het communicatie’.
Ook bij Greenpeace maakt Van Kooten geregeld zijn opwachting, fysiek dan wel telefonisch of schriftelijk. Over een artikel in het Greenpeace-kwartaalblad van eind vorig jaar schreef hij een brief op hoge poten aan de auteur Willem Jan Goossen. Goossen: 'Ik schreef daarin onder meer dat Shell alle medewerking weigert. Daar viel hij erg over. Natuurlijk bedoel ik daarmee niet dat ze mijn brieven niet beantwoorden; dat doen ze stipt. Het ging me er om dat Shell steeds schermde met interne rapporten waaruit bleek dat het wel mee viel met de milieuschade, maar dat ze de resultaten nooit openbaar maakte. Het betrof interne rapporten, zeiden ze altijd.’
Volgens Goossen verdedigt Van Kooten Shell wel, maar onderbouwt hij dat niet. 'Feiten zijn bij ons nu eenmaal een groot goed. Toen Van Kooten bij ons langs kwam, had ik ook de indruk dat hoe wij werken een beetje een eye-opener voor hem was: hoe goed wij waren geinformeerd, op sommige punten beter dan hij.’
Begin deze maand maakte Shell bekend meer dan twee miljoen dollar te steken in een groot, alomvattend milieu-onderzoek in de hele Niger-Delta. Dit in samenwerking met milieu-organisaties, de overheid en de Wereldbank. Willem Jan Goossen: 'Eindelijk zijn ze dan zover en doen ze iets waar we al twee drie jaar om vragen. Je moet alleen nog afwachten hoe onafhankelijk dit onderzoek wordt.’
DE VERANTWOORDELIJKE voor het 'Shell-offensief’ zelf weigert in eerste instantie te 'treden in wat ik zelf kan en wil’ en verwijst door naar de afdeling perscontacten. Maar de taakomschrijving van een issue manager wil hij wel geven: dat is het tijdig aanvoelen en herkennen van 'issues die borrelen in de samenleving en van belang zijn voor het bedrijf, zodat het bedrijf niet voor verrassingen komt te staan’. Public Relations heet nu Public Affairs - de verpersoonlijking met het bedrijf heeft plaats gemaakt voor een 'open dialoog’ met maatschappelijke organisaties, zegt hij. Dat beeld spoort niet met de indruk die sommige van zijn gesprekspartners van hem hebben: zij vinden dat hij Shell juist wel door dik en dun verdedigt. 'Ik ervaar mijn functioneren zeker niet als zodanig’, zegt Van Kooten. 'Ik ben geinteresseerd in wat er gebeurt, in de issues, ja. Ik probeer aanvullende informatie te geven, zodat er geen misverstanden zijn.’
Van Kooten heeft 'geen oordeel’ over de indruk dat Shell bang zou zijn voor een 'tweede Zuid-Afrika’. En de opmerking, van onder anderen Irene Bloemink van Milieudefensie, dat zonder alle publiciteit Shell nooit het grootschalige onderzoek had aangekondigd, noemt hij 'gratuit’: 'Het gaat hier om een baanbrekend onderzoek. En als straks blijkt dat de impact van de olie-industrie op de totale milieuschade in de Niger-Delta relatief klein is, dan zullen ze bij Greenpeace nog lelijk op de neus kijken.’
Uiteindelijk is Van Kooten bereid een artikel te faxen uit het laatste nummer van het personeelsblad In Bedrijf, waarin hij is geinterviewd over wat Shell allemaal doet voor de Ogoni, en wat voor milieumaatregelen Shell wel heeft genomen. In een apart kadertje, onder het kopje 'Eenzijdig en tendentieus’ staat zijn mening over de recente Ikon-uitzending: 'Samengesteld met tendentieuze, in elkaar gestoken beelden, afkomstig van een al even tendentieuze film die de campagne van Mosop tegen Shell belicht.’
Kenmerk-redactrice Ingeborg Janssen is op de hoogte van Shells bezwaren tegen de film The Drilling Fields. 'Kenmerk heeft Shell verscheidene keren uitgenodigd om in het programma te verschijnen. Dat hebben ze geweigerd. In plaats daarvan stuurden ze twaalf kantjes tekst.’
In verscheidene reacties heeft Shell ontkend met het Nigeriaanse leger samen te werken en bepleitte het bedrijf een eerlijk proces voor Ken Saro-Wiwa. 'De Shell- woordvoerder in Londen, Erik Nickson, kon niet om die twee brieven heen uit de documentaire, waarin Shell om assistentie van het leger vroeg. Het ging hierbij echter om incidenten, zei hij.’
Aan het eind van de documentaire zond de Ikon een gesprekje uit met Josephine Verspaget, Tweede-Kamerlid van de PvdA, die twee keer kamervragen heeft gesteld over de zaak. Ook zij zei dat Shell haar invloed moest aanwenden om de mensenrechtensituatie in Nigeria te helpen verbeteren, zoals Shell op het laatst in Zuid-Afrika ook in paginagrote advertenties de apartheid verwierp. Als Shell niets deed, kon ze zich voorstellen dat consumenten geen produkten van Shell meer wilden kopen waar bloed aan kleeft: 'Als je als Shell in Nigeria niets doet, ben je medeverantwoordelijk.’ 'Onnodig grievende opmerkingen’, vond Van Kooten.
Verspaget zelf moet hartelijk lachen als zij Shells kritiek op de Ikon-uitzending voorgelezen krijgt. 'Als overal, tot in de Amerikaanse Senaat toe, wordt erkend hoe erg de milieuschade is, en Shell doet dit programma af als eenzijdig, dan kun je dat niet serieus nemen. Het is beneden niveau.’
Ze had na die uitzending ook al een brief van Shell gekregen. 'Ze waren nogal boos dat ik de consumentenboycot, het uiterste middel, meteen had genoemd. Kijk, Shell beweert dat ze geen politiek wil bedrijven in Nigeria. Maar mij benaderen ze wel om hun eigen straatje schoon te vegen. Dat is toch ook een politieke actie? Als ze dat hier kunnen, waarom kunnen ze dat dan niet in Nigeria?’