In de voetsporen van Thea Beckmann #6

De kruistocht zit erop. Tijd voor de toneelrepetities

De Tocht van Sadettin en zijn zoontje zit er op, tijd om te beginnen met de repetities.

De Tocht met mijn zoontje zit er op, de vakantie is achter de rug. Na een korte privé-vakantie naar Portugal (ik was niet alleen) is het nu echt tijd om te beginnen met de repetities voor – hou je vast – ‘Kruistocht, een voorstelling gebaseerd op dat dikke boek van Thea Beckman over die kinderen die heel ver moeten lopen en die ene jongen in die moderne broek.

Marjolijn (van Heemstra) en ik spreken af in Amsterdam-Noord. Voordat we bij Theater Artemis aan de slag gaan hebben we twee weken om te schrijven.
We zitten binnen bij de Coop van de Tolhuistuin, buiten regent het. Een Hollandse nazomer.
We gaan naast elkaar aan een bureau zitten. Ik klap mijn laptop open, open een leeg tekstdocument. Marjolijn doet hetzelfde.
We praten. Over de zomer, over de kinderkruistocht, over het boek van Thea Beckmann.
Een aantal vragen die voorbij komen:
‘Waar zullen we beginnen?’
‘Waar willen we het over hebben?’
‘Welke vraag willen we beantwoorden?’
Dit is de leukste tijd van een repetitieperiode: niks staat vast, alles is mogelijk.

Marjolijn vertelt over een boekje dat ze heeft gelezen en waar Thea Beckmann naar alle waarschijnlijkheid inspiratie voor haar boek van heeft gehad: Extraordinary Popular Delusions and the Madness of Crowds (1841) van Charles Mackay: een dun boekje over massahysterie en waanbeelden door de eeuwen heen. Als voorbeeld haalt Mackay – naast de tulpenmanie in de zeventiende-eeuwse Nederlanden – de Kinderkruistochten aan. Daar schrijft hij over: ‘They were, no doubt, composed of the idle and deserted children who generally swarm in great cities, ready for anything.’ In de dertiende eeuw, schrijft Mackay, deden er zoveel waanbeelden over het Oosten de ronde dat het maar weinig voeten in de aarde had om duizenden kinderen in een massahysterie te storten: de kinderkruisvaarders wisten zeker dat zij uitverkoren waren om Jeruzalem uit de handen van de moslims te bevrijden.
‘Misschien kunnen we daar iets mee?’ vraagt Marjolijn: ‘We zouden een verzameling kunnen maken van complotdenken en waanbeelden die we ook vandaag kennen? En die dan naast waanbeelden uit de Middeleeuwen leggen?’

Zo zijn we de eerste week bezig met verzamelen, lezen, voorlezen en kleine beetjes tekst schrijven. Langzaam maar zeker ontstaan de eerste duidelijke vragen, er wordt heen en weer gemaild met de dramaturg en de regisseur (die laatste is nog wel op vakantie, de bofkont) en de eerste contouren van de voorstelling doemen in de verte op.
Na een paar dagen ondergedompeld te zijn in artikelen en documentaires over massahysterie, waanbeelden en complotdenken staan op onze lijst onder andere de volgende zaken:
– De aanslag op Charlie Hebdo is een zionistisch complot
– De aarde is plat
– Vaccinaties veroorzaken autisme
– Chemtrails
– Barack Obama is een expert in het bedrijven van taqqiya
– Klimaatverandering is een mythe
– 9/11 is door de regering-Bush in scène gezet
– IS is door de CIA en Mossad opgericht

‘Weet je welke er ook nog op mag, die ene over hoe de blanke Europese bevolking langzaam maar zeker wordt vervangen door migranten en moslims.’
Marjolijn kijkt me aan.
‘Serieus? Zijn er mensen die dat denken?’
Ik knik en vertel haar over de ‘homeopathische verdunning’ waar in onder andere rechtse kringen voor wordt gewaarschuwd.
‘Maar wie zijn die mensen dan?’ vraagt Marjolijn. ‘Zijn er mensen bezig met dat soort geboorteplanning?’
Ik haal mijn schouders op: ‘Je zou toch denken dat “ze” er mij wel wat van zouden laten weten, ik bedoel, als het een soort opdracht zou zijn van bovenaf om zo veel mogelijk autochtone vrouwen te bezwangeren, dan hadden “ze” me wel iets mogen zeggen. Wie “ze” ook zouden zijn.’
‘Maar je bent er stiekem al mee begonnen’, grapt Marjolijn, waarmee ze duidt op de dubbele afkomst van mijn zoon.
‘Dat is waar’, knik ik beamend. En na een korte stilte voeg ik daaraan toe: ‘Alleen heb ik zo veel meer potentie!’