Pierre de Beauvais, Het beestenboek

De kuise bever

Pierre de Beauvais

Het beestenboek

Richard de Fournival

Het beestenboek van de liefde

Uit het oud-Frans vertaald door Julia

C. Szmirnai en Reinier Lops

Verloren (MemoranduM dl. 5),

96 blz., e 13,-

De middeleeuwse Bestiaire (ooit vernederlandst als Beestearis), dierenplaatjes met vrome praatjes, gaat terug op de Physiologus, een begin tweede eeuw in Alexandrië ge schreven verzameling dierenverhalen. Physiologus werd zowel de naam voor de onbekende auteur als voor de tekst, die in het Grieks ge schreven was maar na in diverse oosterse talen omgezet te zijn in Latijnse versies tot aan de Renaissance erkend werd als natuurkundig en theologisch leerboek. Na de bijbel was het lang het meest gelezen en meest vertaalde geschrift. Een millennium lang be stond de kennis over dieren uit overlevering, niet alleen imaginaire wezens als de eenhoorn en de feniks. Het soms prachtig verluchte volksboek was voornamelijk be doeld om de plaats van de mens af te bakenen tussen de lagere creaturen en de schepper. Natuurkunde voor godsdienstige doeleinden, nu vooral curieus. Tijdsdocumenten, jazeker, maar van welke tijd, welke plaats en welke bevolkingsgroepen? De academische inleiding bij de moderne vertaling van twee dertiende-eeuwse Franse bestiaires is in dezen nogal summier. De emblemata van Pierre, die zijn beestenboek op droeg aan de bisschop van Beauvais, zijn nogal houterig. Interessant aan deze uitgave is dat het tweede beestenboek, uit het midden van de dertiende eeuw, uit hetzelfde bronnenmateriaal is samengesteld. Richard de Fournival presenteert zijn dierenanekdotes als brief aan een geliefde, een die hem heeft afgewezen. Van het ene dier na het andere worden de eigenschappen opgesomd die in de ongelijke liefdesstrijd in het spel waren of hadden kunnen zijn; het lijkt wel een parodie. De liefde is als de raaf, die als hij een dood mens aantreft begint met het opeten van zijn ogen en langs die weg de hersenen eruit trekt: «Zo is het ook met Amor. Want bij de eerste kennismaking wordt de mens ge grepen via de ogen…» De bever komt in beide series voor: gejaagd om zijn genitaliën bijt hij ze wanneer hij achtervolgd wordt zelf af en gooit ze de jager in het gezicht. Bij Beauvais staat de bever voor de kuise man. Fournival draait de rollen om: als zij het beu is dat hij haar nazit, kan zij zich van hem bevrijden door hem haar hart te schenken, het enige waar hij immers op aast. En uiter aard is er de vos, voorloper van onze Reintje. Een lange voor- én nageschiedenis, tot op heden, ondanks de realistischer zoölogie.