Het Migrantenmuseum

De kuiten van de stewardess

De generatie anderhalf is in KLM-toestellen naar het vlakke land gekomen. In de dorpen en de provinciestadjes waar ze ter wereld waren gekomen, waren ze bezig hun wortels dieper en dieper de grond in te duwen. Totdat ze – sommigen de eerste natte droom al gehad, maar vaak ook niet – uit die grond werden gerukt en te horen kregen dat ze zich koest moesten houden in het blauwe vliegtuig.
Niet iedereen kan oog hebben voor details, daar hoeven we niet over te ruziën. Van de honderden dingen die in het vliegtuig te zien waren en stuk voor stuk nieuw waren voor deze kinderbreinen vielen bij sommige kinderen slechts een paar dingen op, een ander sloeg wel 231 nieuwe objecten en gebeurtenissen op in zijn of haar hoofd. Maar waar elk kind, maar dan ook elk kind, naar heeft gestaard tijdens ‘de reis van de losse wortels in de lucht’ waren de kuiten van de stewardessen. Ja, inderdaad, de kuiten van de grote, blonde stewardessen die blaakten van gezondheid, strakke rokken aan hadden, op hoge hakken liepen en gespierde kuiten hadden. Kuiten als rotsen in de branding. Elk migrantenkind heeft naar deze kuiten gestaard, heeft de schoonheid ervan in zijn brein opgeslagen en besloten toen niet te huilen in het vliegtuig. Want, in een land waar de vrouwen zulke kuiten hadden, daar konden zelfs de martelmannen van de hel niemand enig kwaad doen.
Het waren de kuiten van de stewardessen die de generatie anderhalf rust gaven, niet de gespierde armen van hun vaders.
Na deze eerste reis heeft het heel erg lang geregend, beste museumbezoekers. In de figuurlijke zin, maar ook heel vaak in de letterlijke zin. Deze jongens en meisjes zijn groot geworden onder deze onophoudende regenbuien, hun tranen aan hun oude migrantenkleren afvegend. Ze zijn uitgelachen, ze zijn geslagen, ze zijn beledigd, vanwege hun accent zijn ze voor dom aangezien, ze zijn gehaat.
De tranen zijn langzaam gestopt, de pijn werd opgeborgen in de harten, de zon kwam af en toe op en deze jongens en meisjes met de bungelende wortels begonnen zaken te doen, ze kwamen in de gemeentebesturen, ze begonnen in de kranten te schrijven, sommigen doceerden op universiteiten. En geloof me of niet, beste museumbezoekers, de enige reden dat deze gekke generatie wél haar draai vond in het regenachtige vlakke land en alle andere generaties niet komt door de kuiten van de stewardessen.
Bij het Migrantenmuseum hebben we oog voor dit soort zaken. In de tuin van het museum wilden we een klein beeld van een stewardessenkuit plaatsen. Het moest niet zo’n grote zijn. Met ons budget konden we ons slechts een kleine kuit veroorloven. Het lag niet aan ons, maar aan de beeldhouwster dat precies in het midden van de tuin het beeld van een vrouwenkuit staat, die net zo groot en net zo imposant is als die van David in Florence. Een kuit waarop de handpalm van een migrantenpuber rust. ‘Waarom heb je zo’n grote gemaakt?’ vroeg ik eens aan de kunstenares. Ze zei: ‘Het stond in deze grootte in het marmer. Ik hoefde enkel overtollig marmer weg te halen.’
Deze woorden en deze houding die ooit ook de Renaissance hebben ingeluid en de mensheid hebben gered hebben ons museum een prachtig kunstwerk opgeleverd. Gelukkig maar. Soms zitten we in de tuin van het museum en kijken heel lang ademloos naar de kuit van de stewardess.
Waarom de liefde voor de kuiten van de stewardess? Omdat de kuiten onbereikbaar leken, maar wel het gevoel gaven dat door hard werken zelfs zij binnen handbereik waren. Menig lid van de generatie anderhalf heeft vroeg of laat naast de prachtig gespierde kuiten geslapen.
In het land welkom geheten door de kuiten van de stewardess, hard gewerkt, moe geworden en nu herenigd met die kuiten. Wat een perfect lot.
Ik zat laatst in de tuin te babbelen met een van die gasten van de generatie anderhalf. Toen begon opeens een ongelooflijke storm. ‘Deze storm gaat ons wegblazen, we hebben geen wortels man’, riep ik uit. Hij rende naar het beeld van de kuit in de tuin. Ik natuurlijk ook. We klampten ons eraan vast. Geen storm die ons kon wegwaaien. Onze wortels bungelden heerlijk in de lucht.