FILM

De kunst van comedy

The Trip

Op hun reis door de dramatische landschappen van het Lake District in het noorden van Engeland laten de komieken Rob Brydon en Steve Coogan de even spectaculaire referenties over elkaar heen buitelen: Wordsworth, James Bond, Shakespeare, Al Pacino, Michael Caine, Miss Marple en vooral The Small Man Trapped in a Box. Het resultaat is verreweg de meest hilarische film van de laatste tien jaar. Vergelijkingsmateriaal valt alleen maar te vinden in de hoogtijdagen van The Office of Seinfeld, zo briljant is The Trip, eerst te zien als serie op de BBC, nu als speelfilm uitgebracht.
De regisseur is de virtuoze Engelsman Michael Winterbottom, die alle soorten films maakt, met de gewelddadige noir The Killer Inside Me (2010) als voorlopig hoogtepunt. Zijn prestatie in het geval van The Trip ligt in de bij uitstek filmische wijze waarop hij zowel landschap en personage als psychologie en mise-en-scène aan elkaar koppelt.
Het landschap: Coogan, wiens gezicht overbekend is maar die nooit echt lijkt te kunnen doorbreken om een filmster te worden, droomt desalniettemin over een carrière in Hollywood. Als mens bestaat hij nauwelijks: gescheiden, moeilijke tienerzoon, leeg, anonieme flat in Londen. Met zijn veel jongere Amerikaanse vriendin lukt het ook al niet zo. Hij is op zoek, maar naar wat precies? Tijdens de culinaire reis die hij met Brydon maakt trekt hij er vaak alleen op uit. In de heuvels van het Lake District tuurt hij over het grijze heideveld. Heathcliff, mijmert hij, ja, die getourmenteerde held van de Brontë-zusters zou hij wel willen spelen. Maar het is te laat; hij is al te oud.
De mise-en-scène: Brydon, beroemd en berucht door zijn magnifieke imitaties van vooral Al Pacino en Michael Caine en door zijn ‘stemmetje’ van The Small Man Trapped in a Box, staat standvastiger in het leven: gelukkig getrouwd, pas vader geworden, ogenschijnlijk Coogans tegenpool. Het tweespel tussen hen voltrekt zich in restaurants terwijl beleefde obers de meest exotische gerechten aankondigen en serveren. Beelden uit de keuken, waar al het heerlijks wordt bereid, worden afgewisseld met gesprekken aan tafel tussen Rob en Steve. Deze scènes doen denken aan Nine Songs uit 2004 waarin Winterbottom scènes bij rockconcerten versnijdt met erotische liefdestonelen van de twee hoofdfiguren.
Tussen Rob en Steve is er ook spanning, en hierin zit de magie van The Trip. De timing en spontaniteit waarmee de acteurs de strijd met elkaar aanbinden, vormen een uitzinnige viering van de kunst van comedy: alsof een trein op stoomt komt, ritmisch en sneller en sneller totdat je als kijker niet anders kunt dan hardop lachen. Wie bijvoorbeeld de beste imitatie van de Cockney-acteur Michael Caine kan geven: 'You’re only supposed to blow the bloody doors off!’ en 'She was only sixteen years old!’ (referenties aan de Caine van de jaren zestig in de klassieke heistfilm The Italian Job en de rauwe thriller Get Carter). Misschien nog beter is wanneer Brydon losgaat over de theatraal acterende Al Pacino in de politiefilm Heat: 'Wadda ya got!’ De oneliners zijn onvergetelijk. Wordsworth die maar doorgaat en doorgaat over narcissen, verzucht Coogan droog. Of: 'Speaking of boiled eggs, I’m not wearing pyjama bottoms…’
Het blijft niet bij grappen. Winterbottom maakt bovenal serieuze statements over de tragiek van deze mannen, acteurs die grote rollen spelen, maar die misschien wel allebei small men trapped in a box zijn (de schitterende imitatie van Brydon waarin hij zijn stem 'klein maakt’ en het met een Amerikaans accent uit 'schreeuwt’ dat hij gevangen zit in een doos). De regisseur onderzoekt zo thema’s rond authenticiteit. Op hun reis speuren Coogan en Brydon naar de kern van hun eigen identiteit, paradoxaal door anderen te imiteren. En dat is precies het punt.

Te zien vanaf 23 juni