Film

De kunst van de belegering

Film/dvd: Assault on Precinct 13 (2005) van Jean-François Richet en Assault on Precinct 13 (1976) van John Carpenter

Het is de ochtend van 6 maart 1836, een uur of vijf. In de bossen rond het stadje San Antonio de Béxar klinkt het zoete geluid van de Degüello, een stuk geschreven voor trompet. In het oude Misión San Antonio de Valero ontwaken 257 mannen, vrouwen en kinderen. Zij zitten er al wekenlang verschanst. Zij horen het geluid harder worden. Het is onmiskenbaar dat van de militaire orkesten van Antonio López de Santa Anna, president van Mexico.

De muziek is een oorlogskreet. Het woord degüello roept de daad van onthoofding op of van het doorsnijden van de keel, en volgens het New Handbook of Texas valt het in verschillende contexten te gebruiken om aan te geven dat de vijand geheel en zonder genade dient te worden vernietigd. Santa Anna voegde de daad bij het woord. Wanneer de zon opkomt, is de Texaanse grond rood gekleurd en zijn zij nagenoeg allemaal uitgemoord: Travis, Bowie, Crockett, vrouw, kind en dier.

«Remember the Alamo», zeggen Amerikanen nog altijd. In San Antonio zijn legendes en mythen geboren die tot op de dag van vandaag levend zijn. Wie door de donkere, koele vertrekken van het fort in het mooie Texaanse stadje wandelt, na zoveel jaren, voelt niet alleen de specifieke Amerikaanse geschiedenis. Hij ervaart vooral ook hoe de tragedie van William Travis, Jim Bowie en David Crockett, stuk voor stuk Texaanse dronkelappen, vrouwenversierders, schur ken en vagebonden, iets universeels in de menselijke psyche raakt. En dat is: deel uitmaken van een groep mensen die zich in een hermetisch afgesloten ruimte bevindt waarin alles in de buitenwereld een dodelijke bedreiging vormt.

Zo althans formuleert Todd McCarthy het in The Grey Fox of Hollywood (1997), zijn waardevolle studie over de Amerikaanse regisseur Howard Hawks. Juist Hawks was gefascineerd door het universele thema van belegering. Het beroemdste voorbeeld hiervan is zijn western Rio Bravo (1959). Hierin is John Wayne sheriff John T. Chance, die samen met een paar vrienden opgesloten in een gevangenis een stadje moet verdedigen tegen een massa aanvallers. Op een gegeven moment klinkt muziek van Dimitri Tiomkin. Het is de Degüello, het lied dat Santa Anna ten gehore liet brengen op de ochtend van de aanval op de Alamo. Wayne zou later Tiomkins versie hergebruiken voor zijn eigen, overigens saaie Alamo-film uit 1960.

Hawks begreep de kunst van de belegering. Hij maakte Rio Bravo twee keer over, als El Dorado (1966) en Rio Lobo (1970). Op zijn beurt maakte John Carpenter in 1976 een moderne versie van Bravo, getiteld Assault on Precinct 13. En anno 2005 is het weer zo ver: een nieuwe Assault on Precinct 13 is te zien in de bioscoop, geregisseerd door de Fransman Jean-François Richet.

Hoe merkwaardig is de over levingskracht van dit verhaal wel niet. Zeker, de tijdgeest is er naar: voor Amerika is de buitenwereld één grote onbekende factor ge wor den. Het dodelijke gevaar schuilt overal; terroristen kunnen ieder moment toeslaan, zodat het land moet worden gefortificeerd met raketafweerschilden, terreur alarm systemen, een ministerie van Thuislandbeveiliging en een niet-aflatende propagandacampagne die de burgers trots moet maken op ge üniformeerde ver dedigers van het land.

Dit klimaat lijkt op het oog ideaal voor een Hawks of Carpenter. Maar schijn bedriegt. Wie goed kijkt, ziet dat hun films niet worden gedreven door angst of ge weld, maar door vriendschap, leiderschap, durf en optimisme over de toekomst. In Bravo weigert John Wayne hulp van «gewone» dorpelingen. Hij zegt: «Als zij goed zijn, dan neem ik ze. Zoniet, dan moet ik maar voor ze zorgen.» Dat gebeurt ook in Assault van Carpenter. Wanneer het politiebureau van luitenant Napoleon Wilson (Darwin Joston) het doel is van onbekende aanvallers smeekt hij niet om hulp. Spontaan krijgt hij die van Ethan Bishop (Austin Stoker), een crimineel. De reden: de twee mannen voelen intuïtief aan dat zij een verantwoordelijkheid hebben. Hieruit ontstaat hun vriendschap. Dat is typisch Hawks en hierin volgde Carpenter hem. Zo leefde de oervorm, de Alamo, voort in het collectieve bewustzijn.

Maar nu is de magie verbroken. De nieuwe versie van Assault is een domme, beledigende film. Om te beginnen is de hoofdpersoon, hier gespeeld door Ethan Hawke, een nerveuze bangerik die geen enkele overtuiging toont. Geen moment is er sprake van vriendschap tussen hem en het Bishop-personage, nu gespeeld door Laurence Fishburne. Als robots on dergaan zij lijdzaam het stramien van de Playstation-actie thriller: schie ten, schieten en nog eens schieten. En mooie meiden die de mannelijke kijker eerst verleiden, om vervolgens op de meest banale, afschuwelijke wijze te worden afgeslacht.

Misschien verdienen Amerika en de wereld deze film op dit mo ment in de geschiedenis: een le lijke film geobsedeerd door vuurwapens, zinloze seks en cynische corruptie. Van de publieke zaak, die zo overheersend is bij Hawks en Carpenter, is nu geen sprake. De mensen in het nieuwe Assault vechten om het eigen, vege lijf te redden. Het is misschien realis tisch, maar met kunst heeft het niets te maken. Wat je ook van de Alamo-helden mag denken, zij hadden tenminste politieke overtuigingskracht; zij geloofden in het idee van een onafhankelijk Texas. Daar stierven zij voor. Wayne in de Hawks-films en Wilson en Bishop in de Carpenter-film ge loofden ook – in vriendschap, gemeenschapszin en burgerschap. Het nieuwe Assault on Precinct 13 is koud en leeg.

Te zien vanaf 31 maart; andere,

in dit stuk besproken films zijn

verkrijgbaar op dvd