De kunst van de staatsgreep

Managua - De grote, roze borden bevinden zich overal in Nicaragua langs de wegen. ‘31 jaar revolutie’ staat erop, met de aankondiging dat 2011 nog meer triomfen zal brengen voor de man wiens portret levensgroot is afgedrukt: Daniel Ortega. Comandante Ortega (65) was in 1979 het gezicht van de Sandinistische revolutie die een einde maakte aan de decennialange dictatuur van de familie Somoza. Hij werd verkozen tot president en stapte op toen hij bij de verkiezingen van 1990 werd verslagen. Zijn vertrek leek destijds vanzelfsprekend, maar was het niet: Fidel Castro had op Cuba eerder laten zien hoe het ook kon lopen na revoluties, door van het land een communistische dictatuur te maken. Nu lijkt het er verdraaid veel op dat Ortega zijn 'fout’ van 1990 - de macht afstaan - alsnog op Cubaanse wijze wil goedmaken.
Dat proces begon in 2006, toen Ortega weer tot president van Nicaragua werd gekozen. Ook al kreeg hij slechts 38 procent van de stemmen, sindsdien staat alles in het teken van het consolideren van zijn positie. Sluwheid kan hem daarbij niet worden ontzegd. Ortega verklaarde zich socialist én christen, en bond de machtige katholieke kerk aan zich door abortus in alle gevallen te verbieden. Ook werd hij vrienden met dezelfde invloedrijke Nicaraguanen die in 1979 de vijand van de revolutie waren, door hen te laten profiteren van vette regeringscontracten. Verder heeft Ortega ervoor gezorgd dat landgenoten alleen een baan bij de overheid kunnen krijgen als ze zich loyaal verklaren aan de Sandinistische partij. Het is een effectieve tactiek in een van de armste landen van Latijns-Amerika, waar banen in de private sector schaars zijn. En daar komen de propagandaposters nog bij.
Zo heeft Ortega zijn land klaargestoomd voor de consolidatie van zijn presidentschap, later dit jaar. Het grondwetsartikel dat Nicaraguaanse presidenten slechts één termijn toestaat, heeft hij al handig omzeild: tijdens een speciale sessie van het Hooggerechtshof verklaarden Sandinistische rechters dit artikel 'ontoepasbaar’. Hun niet-Sandinistische collega’s wisten niets van de bijeenkomst. De zwakke oppositie kan slechts machteloos toekijken hoe Ortega in naam van 'het volk’ bezig is de fragiele democratie in Nicaragua om zeep te helpen. De jongste stap in dat proces was de aanname van drie wetten begin december, die het mogelijk maken Sandinistische milities te bewapenen en de persvrijheid aan banden te leggen. Ortega zal, zoals de grote borden voorspellen, komende herfst de verkiezingen winnen. Daarna zal hij de democratie verder uithollen, met de verkiezingen als dekmantel. Schrijver Sergio Ramírez, ooit minister in de Sandinistische regering, zei het vorige week treffend: de techniek van de staatsgreep is 'een kunst die oneindig veel varianten kent’.