Hitte in New Delhi

De kunst van het koelen

In de zomer gaat vijftig procent van Delhi’s jaarlijkse energierekening op aan airco’s en ventilatoren © Shutterstock

In de overbevolkte tropische hoofdstad van India, waar het energieverbruik al gigantisch is, komen steeds meer airco’s. Dat schreeuwt om alternatieve oplossingen, zoals de zelfkoeler Beehive.

Ragav Aggarwal weet niet wat hij meer mist aan hun oude huis in het zuiden van India’s hoofdstad Delhi: de ruimte of hun tuin, een wat verwilderde jungle waarin bloemen en okra groeiden. ‘Het was zo groen’, zegt de 28-jarige consultant terwijl hij op zijn telefoon foto’s laat zien. Als Ragav er op hun bankje zat, vergat hij dat hij zich in het hart van een van ’s werelds meest dichtbevolkte steden bevond. ‘Duiven’, vult zijn vader aan. ‘En mussen. Die zag je daar overal.’ Dat huis, zachtroze met dikke muren, stond in een wijk speciaal voor ambtenaren zoals Ragavs vader. Maar de wijk ging tegen de grond. In ruil mochten zij hun intrek nemen in een gloednieuw appartement op een steenworp afstand. Zetten ze hier hun balkondeuren open, dan vliegt er hoofdzakelijk stof rond, afkomstig van de identieke flats waaraan druk wordt getimmerd.

Het bankje hebben vader en zoon bij de verhuizing moeten achterlaten. In wat nu hun woonkamer is, paste net het noodzakelijke. Dat wil zeggen: een tweezitter, een eettafel met twee stoelen waarover jasjes, T-shirts en een vaatdoek hangen, een flinke ijskast en een televisiescherm bijna zo groot als de muur waar hij tegenaan staat. ‘Het is krap’, zegt Ragav. Maar genoeg voor hun twee. ‘Ons oude huis was tachtig jaar oud. Alles werkte wel, maar dit is veel verfijnder. Kijk naar alle stopcontacten die we hebben.’

In het hart van Delhi vallen de tientallen flats die naast elkaar uit de grond zijn gestampt op; laagbouw geldt hier nog als norm. Maar Delhi’s horizon verandert. Het onvermijdelijke gevolg van een stad die uit zijn voegen barst.

De afgelopen decennia nam de bevolking met een duizelingwekkende snelheid toe tot wat nu wordt geschat op zo’n twintig miljoen inwoners. Daar was geen stadsplan tegen bestand. Ruim een derde van Delhi’s inwoners woont dan ook in wat de overheid ‘ondermaatse omstandigheden’ noemt: in een van de honderden sloppenwijken en illegaal gebouwde woonwijken, zonder riolering en toegang tot stromend water.

Of ze wonen in een van de voorheen ruim honderd omliggende dorpen. Gaandeweg werden die opgeslokt en kregen in ruil een speciale status die de bewoners vrijstelde van Delhi’s reguliere bouwregels. Dat lokte ook veel mensen van buitenaf. Die zagen dit als vrijbrief om elke centimeter vol te bouwen met winkels en appartementen die zo dicht op elkaar staan dat er op sommige plekken geen daglicht tussen komt.

Dit tot grote frustratie van Ashok Kumar Jain. De gepensioneerde ambtenaar werkte dertig jaar voor de Delhi Development Authority en was medeverantwoordelijk voor Delhi’s huidige masterplan. ‘Een eer’, zegt Jain, maar ook een onmogelijke taak. Zo liepen pogingen iets aan de ongebreidelde en illegale bouw in de stad te doen volgens hem consequent vast op politieke belangen. ‘De bewoners van deze buurten vormen een belangrijke kiezersgroep, dus niemand wil hen aanpakken.’

Zo slibt de hoofdstad verder dicht. Niet alleen met gammele constructies, maar ook met steeds meer hoogbouw. Hotels, kantoren. De flats zoals die van Ragav en zijn vader behoren tot de eerste van een reeks projecten om woonwijken voor ambtenaren flink uit te breiden. ‘Iedereen wil hier zijn’, verzucht Jain. ‘Zelfs het kantoor van de kustwacht zit in Delhi. Terwijl de dichtstbijzijnde kust vijftienhonderd kilometer verderop ligt.’

Een bijkomend probleem, volgens de voormalige stadsplanner, is dat de infrastructuur niet mee groeit. De wegen, de watertoevoer, de riolering: het staat allemaal onder druk. Maar dat is nog niets vergeleken bij Delhi’s energierekening. De afgelopen tien jaar steeg het energieverbruik in de hoofdstad met meer dan veertig procent, blijkt uit een recent rapport van het Center for Science and Environment (cse), een lokale denktank.

Sterker nog: Delhi verbruikt meer energie dan de Indiase megasteden Mumbai, Kolkata en Chennai samen. Vooral in de zomers, wanneer het kwik in de hoofdstad tegen de vijftig graden loopt en de lucht zo warm is dat deze als een zware deken over de stad valt.

De belangrijkste boosdoener steekt overal op straat uit gebouwen. Grote, vierkante apparaten die ijskoude lucht naar binnen blazen. Airconditioners waren nog niet zo lang geleden een zeldzaamheid in India. Maar een groeiende middenklasse en vooral stijgende temperaturen brengen daar verandering in. Recent pufte Delhi bij 39,5 graden Celsius, de warmste maartdag in negen jaar. En dan moet de zomerpiek in mei en juni nog komen.

Het percentage Indiërs dat een airconditioner bezit is met zo’n vijf nog relatief beperkt, maar groeit snel. Van honderden miljoenen airco’s die er volgens prognoses van het International Energie Agentschap (iea) de komende decennia wereldwijd bij komen, staat het merendeel straks op plekken als Indonesië en Jakarta.

‘Airconditioners zijn een statussymbool geworden’, zegt Mitashi Singh, onderzoekster bij cse. ‘Net als een mobieltje.’ En net als mobieltjes worden ze steeds toegankelijker. Vooral in Delhi, waar lage tarieven en flinke subsidies helpen de energierekening laag te houden. Niet zo lang geleden trof Singh zelfs een airconditioner aan in een sloppenwijk, vertelt ze. ‘Satelliettelevisies zie je daar nu wel vaker. Maar een airco?’ Dat was voor het eerst.

Er is dan ook een levendige handel in tweede- en derdehands apparaten ontstaan. En anders zijn er mannen als Sangeev Suri. In een in tl-licht badend kantoortje gaat hij nog een keer door zijn klantenlijst. Op het nieuws hoorde de aircoverhuurder al dat de temperatuur in Delhi de 35 graden Celsius zou passeren. Voor de 47-jarige Suri het startschot van ellenlange werkdagen en een telefoon die onophoudelijk rinkelt.

Hij mag niet klagen, zegt hij. ‘De zaken gaan goed.’ Begin jaren negentig, toen Suri de verhuur overnam, bestond zijn klantenkring voornamelijk uit expats. Nu is dat nog een kwart. ‘De jonge generatie werkt hier tegenwoordig allemaal op een kantoor met airconditioning’, zegt hij in vlekkeloos Engels. ‘Thuis willen ze datzelfde comfort.’ Daarvoor kunnen ze bij Suri terecht vanaf zesduizend Indiase roepies (zo’n 85 euro) per zomer.

Deskundigen waarschuwen dat de hoofdstad afstevent op een onhoudbare situatie. Nu al komt 25 tot dertig procent van Delhi’s jaarlijkse energierekening van pogingen ruimtes koel te houden met airconditioners, ventilatoren en woestijnkoelers (logge apparaten die werken op basis van verdamping). In de zomermaanden loopt dat op tot zo’n vijftig procent.

Deels heeft dat te maken met de inefficiëntie van de airco’s die hier worden gemaakt. India bungelt wat dat betreft onderaan, schrijft het iea in zijn rapport The Future of Cooling. Van de 26,5 miljoen airconditioners die hier de afgelopen vijf jaar werden geproduceerd, had zestig procent drie sterren. Vijf sterren geldt als het energiezuinigst.

Wat ook niet helpt is hoe in Delhi wordt gebouwd. Niet alleen in de illegale buurten en ontploffende stadsdorpen, maar ook in chique middenklassewijken als Vasant Vihar en Defence Colony. Ouderwetse bungalows met binnenplaatsen en hoekjes die zorgen voor natuurlijke ventilatie zijn er afgebroken om plaats te maken voor vier, vijf verdiepingen van luxeappartementen met dunnere muren en enorme ramen.

‘Ontwikkelaars gaan er nu per definitie van uit dat mensen een airconditioner nemen’, zegt onderzoekster Singh. ‘Dan zeggen ze dat hun klanten dat graag willen, die grote ramen. Net als in het Westen. Maar met onze zomers krijg je dan een onleefbare broeikas.’

Tenzij je de airco vol aanzet, natuurlijk.

‘We hopen de behoefte van mensen om hun airco vol aan te zetten zo lang mogelijk uit te stellen’

Pogingen het tij te keren middels energiebesparende bouwcodes lopen vooralsnog vast op juridische hobbels en onervaren ambtenaren. ‘Het is een beetje alsof je tegen mensen spreekt in een taal die ze niet kennen’, zegt Singh, die lokale overheden namens het cse helpt de nieuwe regels te implementeren. Thermaal comfort, bijvoorbeeld, een standaard om te bepalen bij welke temperatuur en luchtvochtigheid mensen tevreden zijn. ‘De meesten hebben geen idee wat daarmee wordt bedoeld. Dat kost tijd.’

Tot dan zijn alternatieve oplossingen nodig. In het zuiden van Delhi, op het dak van een onopvallend appartementencomplex, wordt daar druk aan gewerkt. Om hier te komen moeten eerst vier trappen worden beklommen, waarvan de laatste enige moed vergt: een steil, krakend geval waarbij elk moment een schroef lijkt los te kunnen springen. Het leidt naar het kantoor, en huis, van de 34-jarige architect Monish Siripurapu.

Samen met zijn team van Ant Studio ontwikkelde Siripurapu hier een even simpel als ingenieus systeem om het gebruik van airconditioners tegen te gaan. ‘Niet om ze te vervangen’, wil hij maar meteen even gezegd hebben. ‘Het zou dwaas zijn als we dachten dat we dat kunnen.’ Wat hun Beehive wel doet, of althans moet doen: het gebruik van airco’s waar mogelijk minimaliseren.

Siripurapu greep daarvoor terug op een in India aloude traditie. ‘Iedere Indiër weet dat je water koel houdt door het in een aarden pot te bewaren’, zegt hij. In Vijayawada, een stad in het zuidoosten van India waar Siripurapu opgroeide, deden ze niet anders. Dat combineerde hij met een andere oude wijsheid: dat je lucht kunt koelen door de verdamping van water.

Ambachtsman in New Delhi werkt aan de Beehive, gebaseerd op een traditioneel koelsysteem © Beehive

Het resultaat is een manshoge constructie die het midden houdt tussen de doorsnede van een granaatappel en een bijenkorf, Siripurapu’s inspiratie. Water stroomt naar beneden over op elkaar gestapelde aarden potten die aan weerszijden open zijn zodat warme lucht die er aan de ene kant in vloeit er aan de andere kant koel uitkomt. Onderop wordt het water opgevangen en terug naar boven geleid.

Een kunstwerk is het eigenlijk. Dat nog effectief is ook. Het ontwerp leverde Siripurapu en zijn team behalve de nodige media-aandacht dan ook meerdere prijzen op. Zo werd de Beehive recent gekozen tot winnende inzending uit India voor de Clean Energy Challenge. ‘Ik zag mijzelf nooit als een duurzame architect’, grapt Siripurapu. En om eerlijk te zijn, dat doet hij nog steeds niet. ‘Daarvoor is ons bureau nog te jong, we zijn nog aan het leren.’

De Beehive komt dan ook niet zozeer voort uit een groots ideaal, maar uit een praktische vraag. Daarvoor leidt de reis naar een fabriek aan een stoffige zijweg in Noida, een van de satellietsteden die rondom Delhi zijn ontstaan. Om bij de ingang te komen moeten de werknemers eerst door een lange steeg. Aan het eind daarvan staat een metershoge dieselgenerator die, eenmaal aan, veranderde in een heteluchtoven.

In Delhi, net als elders in India, is het uitvallen van stroom eerder regel dan uitzondering. ‘Het is nu minder erg’, zegt Siripurapu. ‘Maar veel fabrieken hebben daarom zo’n generator.’ In de zomer liepen de temperaturen in de steeg daardoor alleen zo hoog op dat het personeel het op een lopen moest zetten om zo snel mogelijk bij de deur te komen. Het apparaat verplaatsen ging niet: nergens anders was plek.

Siripurapu, binnengehaald om hun nieuwe cafetaria te ontwerpen, kreeg het verzoek of hij hier niet ook iets op kon verzinnen. Hij was er nu toch. Zo kwamen hij en zijn team van ontwerpers op de Beehive, die nu pal voor de generator staat. Weken waren ze bezig met het stapelen van de potten, terwijl de werknemers geamuseerd langsliepen. ‘Niemand geloofde dat het zou werken’, grijnst de jonge architect.

Eigenlijk wist hij het zelf ook niet zeker. ‘De eerste keer dat we hem aanzetten was ik bloednerveus’, zegt Siripurapu. Maar het werkte. De temperatuur in de steeg zakte met bijna tien graden. Nog steeds warm, maar een stuk draaglijker. Een van de werknemers die meeluistert knikt verwoed. Niemand rent meer, zegt hij.

Dat was drie jaar geleden. Sindsdien heeft Ant Studio een handjevol Beehives voor andere klanten gemaakt. ‘We zijn nog erg aan het experimenteren’, zegt Siripurapu. Vooral met de potten, die hij laat maken door lokale pottenbakkers. Hij houdt niet van fabriekswerk, zegt de architect. Bovendien wil hij niet dat het ambacht verloren gaat. Dat brengt zo zijn eigen uitdagingen met zich mee. Zoals haast. Siripurapu: ‘Dat snappen ze niet altijd.’ In zijn mailbox staan nog honderden verzoeken van mensen die een Beehive willen. Negentig procent daarvan is voor woningen, zegt hij. ‘We zijn aan het kijken hoe we hem zo kunnen aanpassen dat-ie bijvoorbeeld tegen een raam kan worden geplaatst. Maar eigenlijk is hij te groot voor in huis. Indiase kamers zijn over het algemeen erg klein.’

In zijn kantoortje op de vierde verdieping wordt dan ook druk geschetst en geschaafd aan een nieuw ontwerp waarvan een prototype op een kastje staat. Wat er daar nog uitziet als een gewone pot van ceramiek met een gat in het midden, verandert op Siripurapu’s laptop in een stijlvolle zelfkoeler die tevens dienstdoet als plantenbak. De elementen zijn hetzelfde, zegt hij. Water, aarde en in het midden een ventilatortje dat lucht blaast.

Plus, en daar werken ze nu aan, technologie die ervoor moet zorgen dat de lucht straks meebeweegt met de persoon die ervoor zit. ‘Het zal niet de hele kamer koelen’, zegt Siripurapu eerlijk. ‘Maar we hopen zo de behoefte van mensen om hun airco vol aan te zetten zo lang mogelijk uit te stellen.’

De koeler moet zo’n vijfduizend roepies gaan kosten, ongeveer zeventig euro. Voor Indiase begrippen niet goedkoop. Zo willen ze ook niet worden gezien, is daarop Siripurapu’s antwoord. Hij noemt het voorbeeld van de Tata Nano, een auto die speciaal werd ontwikkeld voor de lagere klasse in India. Een fantastisch ontwerp, zegt Siripurapu. ‘Maar niemand kocht hem, omdat mensen juist een auto wilden om te laten zien dat ze niet arm zijn.’

Kijk dan naar de iPhone. ‘Zelfs tuktukbestuurders hebben er tegenwoordig een. Dat gevoel, dat dit iets is wat je niet mag missen, dat willen wij proberen aan te spreken.’

In de flat van Ragav Aggarwal staat de ventilator aan. Ze hebben geluk, zegt hij terwijl zonlicht via het raam naar binnen stroomt. Hun appartement ligt op de begane grond. ‘In het Westen betalen mensen meer om hoog te zitten, hier in India is dat juist andersom.’ Want hoe hoger betekent hoe warmer. Ragav wil niet weten hoe zijn buren op de veertiende verdieping er nu bij zitten. Met de airconditioner aan, dat sowieso.

Ragav was 22 toen hij hun eerste airco kocht. Hij was net begonnen met werken voor een farmaceut en had een bonus gekregen voor het halen van zijn targets. ‘De eerste keer dat-ie aan ging, deden we de deur dicht en bleven we twee uur in de kamer zitten’, vertelt Ragav lachend. Met zijn vieren waren ze: hij, zijn vader en twee familieleden die uit nieuwsgierigheid waren langsgekomen. ‘Voor ons was het een feestelijke gebeurtenis.’

Net zoals hun eerste wasmachine dat was. En Ragavs eerste eigen auto. ‘Een premium suv.’ Die staat nu naast die van zijn vader in de parkeergarage van hun complex. Tegenwoordig hebben ze twee airconditioners, in elke slaapkamer een. ‘Vroeger zetten we hem altijd maar even aan, omdat we bang waren voor een hoge rekening’, zegt Ragav. Nu loeit-ie rustig de hele nacht door. ‘We kunnen het ons veroorloven.’

Zo was het ook met zijn auto. Tien jaar geleden droomden Ragav en zijn vader nog over zo’n suv. En zie hen nu. Zijn volgende droom: een eigen huis. Liefst met twee verdiepingen. In Delhi of anders in de buurt. ‘Een tuin zou fijn zijn.’