Naar Venus en verder

De kunst van het naar boven kijken

Zien wat kán zijn – niet de horizon, maar wat daarachter ligt – heeft onze wereld vormgegeven. We moeten verder de ruimte in.

Medium ar 140109716
  1. Dus we stappen in een vliegtuig dat ons naar een plek brengt waarvan vijf, zes eeuwen terug nog niemand gehoord had, en waar we aan de rand van een zwembad cocktails drinken uit een uitgehold stuk fruit, omringd door een stad vol immigrantenkinderen, ons al verheugend op een maaltijd die is gekruid met specerijen uit alle windstreken. De kans dat we het tijdens die maaltijd, of wanneer dan ook, over ruimtevaart zullen hebben is nihil. Maar mocht het onderwerp om welke reden dan ook ter sprake komen, dan zullen we zeggen: wat een verkwisting, wat een onzin, wat moeten we daar? Weer terug in de hotelkamer checken we online in voor de volgende etappe van vroeger ondenkbare omzwervingen.

Ik stel me zo voor dat Ferdinand Magellaan bij koning Karel op audiëntie kwam om zijn vermetele plan te pitchen om via de West de specerij-eilanden van de Oost te bereiken. En dat de koning zei: ‘Wat een verkwisting, wat een onzin, wat moeten we daar?’

  1. Niemand heeft erbij stilgestaan, maar honderd jaar terug, in 1914, werd voor het eerst een passagier tegen betaling vervoerd per vliegtuig. Piloot Tony Jannus liet zijn Benoist opstijgen vanaf de baai van St. Petersburg, Florida, om aan de overkant, bij Tampa, weer het water te kussen. Aan boord was Abram C. Pheil, de voormalige burgemeester van St. Petersburg, die vierhonderd dollar had neergeteld voor dat eerste ticket, een kleine tienduizend dollar in hedendaags geld. Hij had het vervoerbewijs bemachtigd in een verhitte bieding waarin hij andere notabelen had afgebluft.

Vijf jaar later begon klm passagiers te vervoeren tussen Amsterdam en Londen, 345 hoofden in het eerste jaar. En nog weer tien jaar later werd een luchtvaartverdrag gesloten waarin werd vastgelegd dat een passagier een ticket moet hebben en zijn bagage moet inchecken. Toch geloofde nog bijna niemand in een grote toekomst voor de commerciële luchtvaart. Het schijnt – ik sluit niet uit dat het een broodje aap is – dat de ontwerpers van een vroege Boeing tegen elkaar zeiden: maak maar niet te groot, er zullen nooit meer dan tien stoelen nodig zijn.

  1. Ik mag graag naar boven kijken. Vooral ’s nachts, op plekken met zo min mogelijk lucht- en lichtvervuiling. Als puber zag ik de maan niet alleen als desolaat gesteente, maar ook als locatie van de ondergrondse steden uit de boeken die ik las. Door de lege ruimte tolden cilindrische stations en elke ster was de belofte van planeten waarop de mens voet zou kunnen zetten. De gedachte was opwindend, inspirerend en, op een prettige manier, beangstigend. Ook hielp het me los te komen van mezelf.

Zien wat kán zijn – niet de horizon, maar wat daarachter ligt – heeft onze wereld vormgegeven. Daarom zeg ik, wanneer iemand kwaadspreekt over al te ambitieuze dromen: kijk om je heen, man. All of the buildings/ all of the cars/ were once just a dream/ in somebody’s head. Pel de dromen af en onze hele beschaving desintegreert.

Ik had dromen. Nee, héb. In mijn archief ligt een mapje met de ontwerptekeningen voor een hele trits ruimtevaartuigen, van klein tot groot, gemaakt toen ik dertien, veertien jaar was. De vaartuigen moesten gelanceerd worden vanuit een schacht in het bos of vanaf een verrijdbaar lanceerplatform op het land van de boer. Het uiteindelijke doel was het naar Venus brengen van grote hoeveelheden algen, die het zwavelgehalte van de op hol geslagen broeikas zouden kunnen terugbrengen. Zo zou het er, na vele generaties, leefbaar kunnen worden; de technische term voor dat proces is terraformeren.

Ik was te jong om de maanlanding mee te kunnen maken, die een andere tijd toebehoorde, een wereld in zwart-wit. Geen wonder dat mensen dachten dat de Apollo-missies in scène waren gezet – het vergde maar acht jaar van de uitdaging die jfk neerlegde tot de verwezenlijking, een inmiddels onwerkelijk ogende daadkracht. Sindsdien was de bemande ruimtevaart langzaam in het slop geraakt, een verval dat nog lang zou doorzetten. Hoewel er veel goed werk wordt gedaan door robots, van de Hubble-ruimtetelescoop tot de rovers op Mars, is de mens nooit meer uit een baan om de aarde geraakt. Alsof we in 1512 opeens zouden hebben gezegd: leuk hoor, Amerika, maar laat verder maar zitten.

Pel de dromen af en onze hele beschaving desintegreert

De aangevoerde argumenten – geen geld, te weinig publieke aandacht – leken me altijd kortzichtige praat van niet-dromers. Natúúrlijk moesten we verder de ruimte in. Het is de logische voortzetting van de geschiedenis, ons pad, ons wezen. Altijd verder. Altijd meer.

  1. Ook anderen, nerds vooral, moeten dat gedacht hebben. Sommigen werden rijk door de opkomst van internet – Elon Musk met PayPal, Jeff Bezos met Amazon, Paul Allen met Microsoft, Anousheh Ansari met verschillende IT-bedrijven – en hebben het afgelopen decennium een deel van dat vermogen in commerciële ruimtevaart geïnvesteerd. Ansari stelde een prijs van tien miljoen dollar beschikbaar voor het eerste particuliere, herbruikbare ruimtevliegtuig dat de grens van de ruimte zou bereiken. Elon Musks SpaceX bracht al vracht naar het internationale ruimtestation iss en staat op het punt ook het personenvervoer over te nemen van de inmiddels met pensioen gestuurde Space Shuttle. Google heeft een eigen prijs uitgeloofd, de Google Lunar X Prize, voor de eerste succesvolle landing van een particuliere maanrover. Maar ook grote firma’s als Boeing roeren zich. In de Mojave-woestijn in Californië is een soort Silicon Valley van de ruimtevaart ontstaan. Verschillende bedrijven hokken er samen, terwijl ook de eerste private ruimtehaven daar gevestigd is. Al die particuliere initiatieven, gestimuleerd door additionele fondsen van de Amerikaanse overheid en nauwe samenwerking met Nasa, moeten uiteindelijk de commerciële exploitatie van de ruimte mogelijk gaan maken, zodat Nasa (en ook de Europese tegenhanger esa) zich nog meer op haar wetenschappelijke taken kan richten.

Dat die commerciële initiatieven überhaupt ontplooid worden, laat zien dat het belangrijkste argument tégen ruimtevaart – verkwisting, meestal in combinatie met de verzuchting ‘alsof er niet genoeg problemen op aarde zijn’ – kortzichtig is. Deze ondernemers zijn misschien nerds, maar ze zijn niet gek. Ondanks de niet geringe opstartkosten zien ze op termijn allerlei vormen van exploitatie, variërend van toerisme tot het winnen van schaarse grondstoffen en alternatieve energie. Misschien nog belangrijker: het aanboren van nieuwe werelden stimuleert de creativiteit, wat altijd onvoorziene bijvangst oplevert. Het is verre van uitgesloten dat juist aardse problemen als klimaatverandering, armoede en overbevolking gebaat zullen zijn bij het ontginnen van de ruimte. Ook dat is de kunst van het naar boven kijken.

  1. Maar waarom zou je mensen de ruimte in schieten als de exploitatie ervan veel effectiever en goedkoper kan geschieden met robots, die nooit ziek worden, niet doordraaien en onder akeligere omstandigheden hun werk kunnen doen? Stel die vraag aan Rick Tumlinson, de rouwdouwer en stokebrand van de NewSpace-beweging. Tumlinson is dit jaar te gast bij Border Sessions, waar hij een keynote zal verzorgen onder de titel God and Rockets. Volgens Tumlinson is ruimtevaart, en dan vooral de bemande, essentieel voor het voortbestaan van de mensheid. Het kan niet alleen helpen ons inzicht in de klimaatproblemen te verdiepen, maar mochten we niet in staat zijn het tij te keren, dan is er een plan B. Allemaal op aarde blijven vergroot de kans op vernietiging.

Tumlinson is een enthousiaste supporter van particuliere initiatieven en is kritisch over overheidsinspanningen op ruimtevaartgebied, die geregeld vooruitgang in de weg staan en vooral bedoeld lijken om het militair-industrieel complex en Nasa in leven te houden. Er ontbreekt een duidelijke visie, zoals jfk die wel had. Je kunt je afvragen of de particuliere ondernemers die visie wel hebben. Ruimtetoeristen een paar seconden gewichtsloosheid laten ervaren, is ook niet echt visionair. Het zijn veredelde pretparkritjes. Willen we grote stappen maken, dan is een collectieve visie nodig die bedrijven én overheden de weg wijst. Maar zo’n visie kan alleen bestaan indien ook het brede publiek haar draagt en erdoor geïnspireerd wordt.

Tumlinson zei ooit in een speech dat een cultuur altijd een karakteristiek kent die bepalend is voor haar richting en momentum. ‘In de jaren veertig waren we een cultuur in oorlog. In de jaren zestig waren we een cultuur die op weg was naar de maan. Nu zijn we een cultuur die twittert en op Facebook zit.’ Oftewel: een cultuur die niet echt naar buiten kijkt, maar naar binnen, naar het ‘ik’ en de manifestatie daarvan op een scherm. Liever ziet hij dat we ons bezighouden met ‘bringing the seeds of life to worlds now dead’.

Ja, we moeten onszelf de kunst van het naar boven kijken weer aanleren. Maar het gaat er ook om dat we daar, gezamenlijk, iets zien wat onze energie samenbalt.


Woensdag 12 november houdt Rick Tumlinson de keynote speech God and Rockets bij Border Sessions, over de mogelijk-heden van ruimtevaart


Beeld: De eerste commerciële luchtreis per vliegtuig; piloot Tony Jannus in zijn Benoist met aan boord Abram C. Phei