De kunst van het verliezen

De zomer moest nog uitbreken en de buzz hing zo zwaar in de lucht dat ik in juli al dacht het boek gelezen te hebben. Begin mei zag ik de redacteur van zijn Nederlandse uitgever trots paraderen over de gracht, torsend met een plastic tasje.
‘Is dat…?’ riep ik hem tegemoet.
Ik had net mijn rechterduim ongenadig bezeerd door een autoportier onhandig dicht te slaan. Ik probeerde mijn zegeningen te tellen terwijl de zakdoek die ik zo stevig mogelijk om mijn duim wikkelde zich in no time voldronk met mijn bloed - voor hetzelfde geld was ik meters meegesleurd door die auto, zo stevig zat mijn duim ertussen - maar eigenlijk wilde ik huilen en iemand ombrengen.
De redacteur glimlachte breed, streek zijn middenscheiding glad. Vervolgens klopte hij op de tas, alsof hij de inhoud tot kalmte moest manen.
'En…?’ vroeg ik, snakkend naar nog meer pijn. 'Is het wat?’
Op zijn gezicht woedde een gevecht tussen onverholen minachting en kalme superioriteit. Diezelfde tweestrijd had ik net nog gadegeslagen bij de man aan wie ik de postzegelverzameling van mijn vader dacht te kunnen slijten.
'Ha!’ had die wel een keer of dertig uitgeroepen. Het was geen volle 'ha!’ die hij uitkreet, maar iets tussen 'pah’ en 'puh’ in. Het moest in ieder geval opperst dédain uitdrukken.
'Dit is geen verzamelen!’ had hij ook nog gekraaid, terwijl zijn vette vingers de witte bladen met de ooit zorgvuldig ingestoken postzegels beduimelden. 'Dit is vergaren!’
Janine Jansen, de violiste, schijnt iedere dag thuis te komen met kramp in de kaken van het glimlachen.
Ik dacht aan strafwerktuigen, donkere steegjes, en glimlachte terwijl ik de mappen van mijn vader weer inpakte. Maar nu met die duim erbij werd het wel echt een pijnlijke glimlach.
'Jaaa’, zei de redacteur, en hij klopte nog eens op de tas. Waar moest hij beginnen om de genialiteit, de briljantie, de onovertroffenheid, van deze roman, van deze schrijver, ook maar bij benadering te kunnen treffen. 'Dit is echt…’
We stonden tegenover elkaar ter hoogte van het café dat voor het eerst dit jaar zijn terrasstoelen had afgelapt en voorzichtig op de stoep geplaatst. Onverdraaglijk dat schuchterheid altijd van zo'n korte duur is.
'Ja?’ vroeg ik ongelovig. Ik vergat zelfs m'n kloppende duim even. 'Ik vond The Corrections al zo…’
'Ha!’ riep nu ook de redacteur. 'Als je dit leest…’
'Echt?’ vroeg ik nog maar eens.
Ik kom iedere dag thuis met kramp in mijn wenkbrauwen, van het altijd maar belangeloze interesse aan de dag leggen.
Ik hoef niet postuum te verdienen aan de postzegels van mijn vader. Het is meer dat ik dacht dat het allemaal nog ergens goed voor zou zijn.
Ha!
Hoe het verder ging… we weten het nu allemaal. Met Freedom heeft Jonathan Franzen niet alleen als geen ander de waarheid van de huwelijkse staat boven tafel gekregen, maar ook die van de hele wereldproblematiek.
'Heb je het al gelezen?’ vraagt eenieder om me heen.
'Ja!’ zeg ik terug, om mezelf onmiddellijk te verbeteren. 'Nee!’
Ik moet ervoor waken niet nu al moe te zijn van dit boek, dat ook nog eens door Oprah Winfrey is omhelsd. Inderdaad, met The Corrections zag Franzen dit nog niet zitten (stel je voor, straks denken mensen dat hij een vrouwenboek heeft geschreven), maar nu weet hij zijn status kennelijk verzekerd.
We hebben behoefte aan helden, maar we willen ze ook snel klein krijgen.
'O dat zou ik ook kunnen’, zei een keer iemand tegenover me aan tafel over de presentatiekunst van Matthijs van Nieuwkerk. Iemand die ik overigens op nog geen sparkeltje conversatietalent had kunnen betrappen.
'Echt?’ vroeg ik, wenkbrauwen in de aanslag.
'Je moet gewoon de kans krijgen’, zei ze verbeten. 'Dan zou ik het zo doen.’
Ik denk niet dat de Amerikaanse schrijfster Jennifer Weiner denkt dat ze ook Freedom geschreven had kunnen hebben. Maar ze lijdt wel aan Franzenfreude, zoals ze dat zelf noemt in variatie op Schadenfreude. Ze ergert zich kapot aan het jubelcircus rondom Jonathan 'Genius’ Franzen. Schrijft een vrouw over families, dan heeft ze een mooi boek over families geschreven. Schrijft Franzen over families, dan heeft hij een boek over Amerika geschreven. Aldus Weiner, die vast iedere dag thuiskomt met weer heel ergens anders kramp. Het is allemaal waar, maar het klinkt zo verongelijkt.
Nu ken ik Weiner alleen van de verfilming van haar roman In her Shoes. Mooiste scène: als de dyslectische Cameron Diaz het gedicht One Art van Elizabeth Bishop voorleest aan een stervende literatuurprofessor. Het is het gedicht met de beginzin 'The art of losing isn’t hard to master.’ Ik heb de film al zo vaak gezien, maar ga ’m straks wéér uit de videotheek halen. Lijkt me voor iedereen het beste.