Film: The Matrix Reloaded

De kunst van kungfu

Larry en Andy Wachowski

The Matrix Reloaded

Met onder meer Keanu Reeves, Carrie-Anne Moss, Laurence Fishburne

Wie de kritische theorieën van denkers als Jean Baudrillard eind jaren negentig losliet op de populaire cultuur ontdekte een boeiende wereld waarin de vraag luidde: hoe is het gekomen dat de mensheid zich heeft losgeweekt van de fysieke werkelijkheid en wat zijn de gevolgen hiervan? Deze vragen stonden niet alleen centraal in tv-series als The X-Files en Dark Angel en films als The Matrix van Larry en Andy Wachowski en eXistenZ van David Cronenberg. Ze worden ook gesteld in boeken als How We Became Posthuman (1999) van N. Katherine Hayles en Hamlet on the Holodeck (1997) van Janet H. Murray. Hoofdrolspeler in al deze verhalen en studies is de nieuwe mens, een verloren wezen in een wereld van enen en nullen.

The Matrix verbeeldde de tijdgeest. Inmid dels is het geheim bekend van de werkelijkheid waarin de Christusfiguur Neo (Keanu Reeves) samen met Trinity (Carrie-Anne Moss) en Morpheus (Laurence Fishburne) vecht tegen de machines van cyberspace, belichaamd door de verrukkelijk slechte Agent Smith (Hugo Weaving). Deze wereld bestaat namelijk uit schijnbeelden, simulacra in Baudrillard-jargon. De echte werkelijkheid is dat de machines de wereld hebben overgenomen. Ze azen op de mensheid om in leven te blijven en voort te planten. Het is oorlog.

Omdat The Matrix Reloaded deel twee van een trilogie is, wordt de filosofie van de schijnwerkelijkheid niet opnieuw uitgelegd, noch voegen de regisseurs er inhoudelijk iets aan toe. Maar dat hoeft ook niet. De eerste film bestaat immers nog terwijl het laatste deel van de trilogie al in september te zien zal zijn. Het is onmogelijk — en tamelijk zinloos — om iedere film afzonderlijk te beoordelen. Net als The Lord of the Rings uiteindelijk een lange speelfilm zal zijn, zal The Matrix op termijn een verhaal van meer dan zes uur vormen. De inspiratiebron voor deze werkwijze zijn oude filmfeuilletons van de jaren dertig en veertig, bijvoorbeeld Flash Gordon en Buck Rogers.

Behalve de existentiële filosofie, het gnosticisme en het Oude en Nieuwe Testament moet de kijker dus ook op de hoogte zijn van heel wat werken uit de populaire cultuur: de oude feuilletons maar ook klassieke martial arts-films, moderne Amerikaanse superheldstripverhalen en de cyberpunkromans van bijvoorbeeld William Gibson, waarin de virtuele wereld net als in de Matrix-films de echte werkelijkheid overschaduwt.

Door de brutale aanwezigheid van het populaire cultuurelement in The Matrix Reloaded was het voorspelbaar dat critici de film minder zouden bewieroken dan ze bij de eerste aflevering hebben gedaan. Sterker, sommigen sabelen de film genadeloos neer. The New York Times vindt hem, anders dan het origineel in 1999, veel te serieus. De krant is teleurgesteld dat het verhaal weinig nieuws bevat. Ook in Nederland is dit een vaak herhaalde klacht. Tevens zijn de plaatselijke recensenten allerminst te spreken over de dialogen, die volgens NRC Handelsblad een «overbodige toevoeging aan het beeld» zijn. Recensent Hans Beerekamp schrijft verder dat de vormgeving «nu al versleten is». In zijn ogen is de film «oppervlakkig».

Deze zure stukjes verraden twee dingen: opluchting dat het grote succes van The Matrix onder intellectuelen tijdelijk is gebleken en onwilligheid om de film te plaatsen binnen het kader van de martiale kunstenfilm.

En daar gaat het nu juist om. Het grote plezier van Reloaded ligt als bij de klassieke martiale kunstenfilm in de vorm, en wel in de esthetiek van beweging. De film personifieert de kunst van kungfu: door de inspanningen van lichaam en geest blijkt de mens de regels van de fysieke wereld te kunnen tarten. De meester en zijn pupil — Morpheus en Neo — vliegen daarom bovennatuurlijk door de lucht om Agent Smith — nu vele malen vermenigvuldigd — te bestrijden. Dat vechten tegen een ogenschijnlijk onoverwinnelijke massa is een kenmerk van de kungfufilm. Het benadrukt de heroïek van de held die met zijn vechtkunst de kijker het gevoel geeft dat de strijd tegen massale krachten valt te winnen.

Deze conventies zijn hoogst gecodeerd. Net als de martiale kunstenfilm is Reloaded schatplichtig aan de opera van Beijing. De actiescènes in de film zijn het werk van choreograaf Yuen Woo Ping, een legendarische kungfuregisseur die in de jaren vijftig en zestig door zijn vader werd opgeleid in de Chinese operakunst. Behalve Woo Ping was de Beijing Opera direct en indirect een leerschool voor belangrijke sterren van de martiale kunstenfilm: Jackie Chan, Sammo Hung, Yuen Baio en Bruce Lee. De kruisbestuiving was mogelijk door de overeenkomsten tussen opera en martiale kunstenfilm: eenvoudige verhalen verteld door middel van lichaamsbeweging, muziek en melodrama. Het accent ligt op de actie: in opera beleven acrobatische figuren met fel beschilderde gezichten heroïsche of komische avonturen, in film vliegen helden en schurken gracieus door de lucht onder het uitvoeren van antieke kungfubewegingen.

Wat Reloaded zo’n sterke film maakt, is de combinatie van gotische technopunk, religieuze allegorieën, de postmoderne existentiële filosofie en de martiale kunsten van Woo Ping. De stempel die Woo Ping en andere oosterse actiechoreografen die beïnvloed zijn door de Beijing Opera nu drukken op populaire films als The Matrix veroorzaakt een boeiende botsing tussen culturen — niet alleen tussen oost en west, maar vooral tussen hoog en laag. Ja, Baudrillard is nodig om deze film te kunnen begrijpen, maar minstens zo belangrijk zijn een voorliefde voor en kennis van de oude martiale kunstenfilms van Run Run Shaw en de nieuwe incarnaties van het genre in de vorm van de Hongkongse actiecinema.

«Ik ken kungfu!» zegt Neo blij verrast in de eerste Matrix-film. Het is een subliem multicultureel moment: de westerse filmster omarmt de stijl van «de ander». In Reloaded gaat dat verder. Het is nu een kungfufilm. En dat maakt de Matrix-serie alleen maar beter.