De kunstenaar als niet meer zo jonge vrouw

Tijdens een etentje in Los Angeles met haar oudere echtgenoot Sylvère Lotringer en zijn nieuwe, jongere collega Dick wordt Chris Kraus verliefd.

Dick is een Britse cultuurcriticus, vol zelfvertrouwen en net gearriveerd in Californië om les te geven. Voor ingewijden in academische-kunstenaarskringen is hij herkenbaar als de criticus Dick Hebdige. Chris begint met medewerking van haar man brieven te schrijven aan Dick, die de liefde duidelijk niet beantwoordt. En terwijl haar huwelijk met Sylvère uit elkaar begint te vallen veranderen de brieven in een soort dagboekaantekeningen: ‘Dear Dick’ wordt langzaam maar zeker ‘Dear Diary’. Aanvankelijk gaan deze brieven over verliefdheid en lust, allengs worden het steeds meer stukken over ouder worden en de positie van vrouwen in de kunstwereld.

Medium chris 20kraus 20 c2 a9 20nic 20amato

Chris Kraus’ I Love Dick, de roman in brieven, verscheen voor het eerst in 1997 bij de kleine uitgeverij Semiotext(e). In 2006 verscheen een herdruk, die ook niet op groot succes kon rekenen, maar niet onopgemerkt bleef. In 2015 werd het boek bejubeld in The Guardian en datzelfde jaar verscheen een profiel van de auteur in The New Yorker, het onmiskenbare signaal dat Kraus was doorgedrongen tot de gevestigde orde. En nu dus een vertaling in het Nederlands onder dezelfde onvertaalbaar dubbelzinnige titel die het enigszins gênant maakt om het werk publiekelijk te lezen. Het is zeldzaam dat een boek nog bij het leven van de auteur herontdekt wordt door een nieuwe generatie lezers, maar blijkbaar is na bijna twintig jaar de tijd rijp voor een herwaardering.

In de roman krijg je de biografie van ‘Chris’: geboren in de VS, opgegroeid in Nieuw-Zeeland, daar piepjong begonnen als journalist, op haar 21ste naar New York vertrokken om kunstenaar te worden. Maar zelfs in het New York van de jaren zeventig en tachtig kon bijna niemand leven van kunst, dus kluste ze bij in een topless-bar. Nu stopt Chris al haar tijd in het bijeenschrapen van geld om haar experimentele film, die geen festival wil vertonen, af te maken. Of in Sylvère Lotringers kleine maar invloedrijke uitgeverij Semiotext(e) – uitgever van Franse filosofie in vertaling. Filosofen waar Lotringer goed betaalde colleges over geeft, terwijl Chris onderhandelt over zijn honoraria. Daarnaast is ze een gewiekste huisjesmelker die zelf in deprimerende stadjes ver buiten de stad (Los Angeles of New York) woont om geld te sparen.

Na die wilde performance-jaren in New York staat haar leven voornamelijk in dienst van haar echtgenoot. ‘Ze herinnerde zich alle keren dat ze hadden samengewerkt en haar naam was weggelaten (…). Ze herinnerde zich de abortussen, alle feestdagen waarop ze het huis had moeten verlaten zodat Sylvère alleen kon zijn met zijn dochter. In tien jaar tijd had ze zichzelf uitgewist.’ Het is te laat voor kinderen, haar huwelijk loopt op de klippen en haar carrière als kunstenaar wil zelfs na bijna twee decennia van zwoegen niet van de grond komen. Vanuit deze positie van totale mislukking begint ze te schrijven. Maar, zoals ze zelf opmerkt is ‘het “serieuze” heteroseksuele mannenboek van deze tijd (…) een amper verholen Verhaal-over-mij, net zo vraatzuchtig consumptiegericht als de rest van het patriarchaat. De auteur is duidelijk de held/antiheld, maar verder wordt iedereen tot “personage” teruggebracht.’

Chris hoeft niet aardig gevonden te worden. Ze wil koste wat het kost erkenning als intellectueel

In navolging van de feministische strategie om het persoonlijke politiek te maken, om zo erkenning te krijgen voor het leven en werk van vrouwen op hun eigen voorwaarden, schrijft Kraus een schaamteloos autobiografische roman. In reactie op de schijn van onpersoonlijkheid gebruikt ze haar eigen leven en neemt ze simpelweg alles op in dit boek wat ze van belang acht.

Direct na het verschijnen van deze roman werd ze verguisd als een exhibitionist die haar stalkerige belangstelling voor Dick had uitgebuit voor een sensationele roman. Dick wilde niets van dit boek weten, ondanks een uitnodiging om de inleiding te verzorgen. Kraus schrapte zijn achternaam en verving citaten uit zijn werk door haar eigen werk. Hij verraadde zichzelf alsnog door zijn vernietigende reactie mét naam te laten citeren in een van de eerste (en matige) besprekingen van het boek. Dick, het onwelwillende object van verlangen, is een persoon, maar staat natuurlijk symbool voor veel meer; het is wat dat betreft ironisch dat er nog steeds recensies verschijnen die meer aandacht besteden aan Dick dan aan Chris.

In een schijnbaar ongekunstelde vorm weet Kraus analyses van seksualiteit en verlangen, de pijnlijke, diep-persoonlijke én algemene wens begeerd te worden, macht en seksisme in de kunstwereld, essays over de joodse schilder Kitaj en de kunstenares Hannah Wilke, feminisme en filosofie te combineren. Het boek loopt daarbij bijna over van verwijzingen naar literatuur en filosofie. Volgens de schrijfster zelf is het geen toeval dat de roman na de herdruk in 2006 ontdekt werd door jonge schrijvers. Op internet ontstond toen een specifieke vorm van schrijven in blogs, korte stukken waarin persoonlijke emoties en overpeinzingen dagelijks werden gedeeld met vreemden. I Love Dick kan gezien worden als een voorloper in die vorm. Het is net voor de alomtegenwoordigheid van internet geschreven, en er wordt nog, ongelooflijk genoeg, gewerkt met de fax.

Wat dit boek werkelijk sympathiek maakt is dat Chris, als personage, dat zelf niet altijd is. Ze hoeft niet aardig gevonden te worden. Ze wil koste wat het kost erkenning als intellectueel, als de kunstenaar als niet meer zo jonge vrouw. En daar is ze met I Love Dick, haar debuutroman, glansrijk in geslaagd.


Beeld: