Cobra’s op Cyprus

De kunstenaar is het tobben voorbij

De Biënnale van Venetië heeft een optimistische, bijna vrolijke teneur. Bush is weg, Obama regeert, we kunnen weer gewoon doen, en de Nederlandse bijdrage van Fiona Tan is een opmerkelijk succes.

Medium biennale 3

DE BIËNNALE VAN VENETIË is het wereldkampioenschap kunst. Omdat de kunsten de laatste jaren wereldwijd – zelfs in de crisis – gestaag aan sociaal-economisch en maatschappelijk belang winnen neemt ook het belang van de Biënnale toe, of men dat nou leuk vindt of niet. Hetzelfde geldt voor ArtBasel en voor de Dokumenta in Kassel, maar de eerste is een beurs, met alle commerciële hoepla van dien, en de tweede vindt alleen vijfjaarlijks plaats. Daarbij is Venetië Venetië, een sierlijke fantasie, een absurditeit in zee, en dat is een onverwoestbaar voordeel. Dat wil niet zeggen dat de Biënnale altijd een hoogwaardig evenement is. Veel hangt af van de hoofdcurator van de belangrijkste tentoonstelling, in het Arsenaal, en evenzo van de curatoren van de honderden andere presentaties in de nationale paviljoens in de Giardini en in de tijdelijk gehuurde palazzi en kerken elders in de stad.

Medium biennale 4
Medium biennale 5

Het Russische paviljoen

Medium biennale 7

Het Italiaanse Paviljoen, Tomás Saraceno

De laatste jaren bepaalde een verlangen naar serieuze interactie van de kunstenaar met de wereld en haar problemen het tableau. Dat pakte niet altijd even goed uit. In 2003 repten de kranten over ‘grote schraalheid en inhoudelijk stuitende politieke correctheid’, met als markant punt het Spaanse paviljoen, waar Spaanse ‘grensbeambten’ alleen houders van een Spaans paspoort binnenlieten, om de rest van de wereld te laten voelen hoe het is om een ongewenste vreemdeling te zijn. In 2005 kampten de kunstenaars volgens de curatoren María de Coral en Rosa Martínez met stevige schuldgevoelens over de Noord-Zuid-verhoudingen en de oorlogen van het Bush-regime, en zij zaten ook nog vol twijfel over de waarde van identiteit en cultuur. In het Amerikaanse paviljoen toonde Ed Ruscha dat jaar de schemering van een supermacht, weliswaar in de vertrouwde beeldtaal van de vitale pop-art van weleer, maar dan met Japanse en Koreaanse namen op leegstaande bedrijfsgebouwen, een land in verval, onder een oorlogslucht.
In 2007 was het al niet veel beter.
Nu wel. Daniel Birnbaum (1963), de curator, beloofde ver weg te blijven van commerciële en modieuze dictaten, en dat is hem aardig gelukt, maar bovenal heeft hij een optimistische toon weten te treffen, veel vriendelijker en milder dan voorheen. Daarmee laat hij het ernstige maatschappelijke engagement varen, en hij komt dichter bij de essentiële intuïtieve creativiteit van de kunstenaar.
Birnbaums manifest (Fare Mondi Making Worlds) wijst erop dat kunstenaars zich onherroepelijk bevinden in het krachtenveld tussen lokale cultuur en globaliserende bewegingen.

Medium biennale 6

Biënnale café ontworpen door kunstenaar Tobias Rehberger

Internationalisering kan kunstenaars bevrijden van de beperkingen van hun lokale kaders, maar kan ook een uniformerende, vervlakkende werking hebben, waardoor de wereld monotoon en gelijkvormig wordt. De kunstenaar moet daarom niet op zoek naar grote algemene visioenen of utopieën, maar ‘gewoon’ beginnen aan de bouw van zijn eigen wereld. Zoals kunstenaars dat nu eenmaal kunnen.
Birnbaums tentoonstelling in het Arsenaal legt de nadruk op het creatieve proces en op het erkennen van verschillen in de artistieke benadering van de wereld. Dat gaat met een montere bescheidenheid, met speelsheid, met merkbare aandacht voor ‘het maken’ zelf. Dat ‘maken’ kan best met enige virtuositeit, misschien ook met gebruikmaking van die goeie ouwe schilderkunst, die nog verrassend goed van pas kan komen. Hier ontbreekt ook niet het grote gebaar, zeker niet, het Arsenaal laat heel grote werken toe. Maar er zijn vrijwel geen tobberige uitspraken over zweet, tranen en bloed, geen boze Bono-Geldof-persconferenties. Bush is weg, Obama regeert, we kunnen weer gewoon doen.

Medium biennale 8
Medium biennale10

Het Arsenaal

HET IS NIET MOEILIJK om die toon ook elders in de presentaties te bespeuren. Een voorbeeld uit de marge: Cyprus. In het kleine Palazzo Malipiero richtte Socratis Socratous de vierkamertentoonstelling Rumours in, een ensemble zonder veel ophef of artisticiteit, losjes, geestig. Het omvat het interieur van een Indiase woning, zoals je die vroeger in het Tropenmuseum kon zien, verder drie stammen van palmbomen, wat foto’s van de Cypriotische kust met een Turks fregat in zee en een uitvoerige documentatie van de Italiaanse douane over het al of niet mogen importeren van levende gifslangen in Venetië. Bij de opening van de Biënnale transporteerde Socratous een palmboom op een bootje door het Canal Grande.
Je zou misschien verwachten dat een Cypriotische kunstenaar bovenal een stevig politiek commentaar op de scheiding van zijn eiland formuleert, maar dat blijkt anders te liggen: de samenhang zit in een raar broodje-aap-verhaal, dat Cyprus – heel Cyprus – in zijn greep hield. Een lokale overheid wilde een boulevard verfraaien met palmen en liet die invoeren uit India. Vervolgens ontstond het gerucht dat uitgerekend in die soort palmen Indiase cobra’s hun eieren legden. Met de bomen zouden dus levensgevaarlijke gifslangen worden geïmporteerd. Er ontstond flinke commotie aan beide zijden van de demarcatielijn. In de kamertjes is die voelbaar, want de kijker vraagt zich af of er nou ook echt slangen aanwezig zijn, daar in dat Indiase kamertje.
Natuurlijk is Socratous’ werk een commentaar op de politieke actualiteit, de Turkse aanwezigheid, de globalisering, handel met Azië, angst voor immigratie, et cetera, maar even onmiskenbaar is de vriendelijke satire, die het werk motiveert. Dat fregat ligt daar wel stoer te doen, maar het is een achterhaald symbool. Als het om slangeneieren verpakt in palmbomen gaat heb je er niks aan. Daar heb je andere ‘vormen en gedachten’ voor nodig.

In dezelfde geest is het Belgisch paviljoen te zien, waar Jef Geys biologisch veldwerk presenteert naar wilde planten in de stedelijke omgeving, die zouden kunnen dienen als voedsel of medicijnen voor daklozen. En ook: de meesterlijke grap van het duo Elmgreen en Dragset, dat de paviljoens van Denemarken en Scandinavië heeft ingericht tot twee ‘huizen van een verzamelaar’, toonbeelden van een rijk vormgegeven leven. Het ene huis staat te koop – je kunt je door een makelaar laten rondleiden – en van het andere, een James Bond-achtige fantasie in het prachtige modernistische paviljoen (1958-1962) van Sverre Fehn, is de eigenaar gestorven. Hij dobbert face down in zijn eigen zwembad. U kunt vrij rondkijken in zijn hippe woning, liggen in zijn bed en zitten op zijn stoel. De kunst is van u, gaat uw gang.

Medium biennale 1
Medium biennale 2

Het Deense paviljoen

Dat heeft allemaal een zekere vrolijkheid en een zeker vernuft. Natuurlijk heeft niet iedereen dat. In Armenië blijkt Marc Chagall nog alive and well, de Topological Gardens van Bruce Nauman (VS) zijn een grote teleurstelling, en in Egypte vlechten ze met riet, tsja, dat wist Mozes al.

HET NEDERLANDS PAVILJOEN komt zeer goed uit de verf. Het presenteert een drietal prachtige videowerken van Fiona Tan. Er zijn twee oudere, Rise and Fall en Provenance, die enigszins de context van de herkomst en interesse van Tan duidelijk maken. Ze is geboren in Indonesië, opgegroeid in Australië, opgeleid in Nederland en is daar woonachtig; mede daardoor wordt ze geboeid door vragen over waar je vandaan komt en wat dat zoal betekent.
Haar hoofdwerk, Disorient, is een film van een minuut of twintig met een concept dat even eenvoudig is als subtiel. Disorient toont een rustige montage van beelden van mensen tussen de Zwarte Zee en de Stille Oceaan, Aziaten van allerlei allooi en tenue, op straat, aan het werk, in het verkeer, et cetera. Sommige beelden zijn zelfgemaakt, maar vele zijn verzameld bij nieuws- en actualiteitenrubrieken. Wij horen een kalme stem op een nieuwsgierig-dromerige toon voorlezen uit het reisverslag van Marco Polo, die in de dertiende eeuw in dat gebied reisde. Hij vertelt over de zeden en gewoonten van Georgiërs en Armeniërs, Chinezen en Tibetanen, onbekende volkeren van Indo-China en Indonesië, enzovoort. Af en toe licht de actualiteit op: bij beelden van het bombardement op Bagdad horen we Polo de grootsheid van de stadsaanleg en de kwaliteit van de lokale textiel prijzen. Als hij vertelt dat de hoofdstad van Tibet door Mongu Khan verwoest is, zien we beelden van moderne Chinese soldaten. Maar verder laat Tan in het midden of de mensen die zij toont ook werkelijk de volkeren zijn waar Polo het over heeft, of liever: ze zet de kijker vriendelijk op het verkeerde been. ‘Op de Andamanen’, vertelt Polo, ‘hebben de mannen de koppen van honden.’ Die zien wij niet, want die koppen hebben ze niet. We zien wel mannen met zakken over hun hoofd, maar dat zijn Taliban-gevangenen, toch? Zitten wij hier in Karachi, of in Kandahar?

De werking van deze disoriëntatie is simpel, elegant en krachtig. Je wordt je ervan bewust dat Polo maar nauwelijks wist waar hij was en vooral niet begreep wat hij zag. Hij nam onbetrouwbare informatie over, van Plinius, bijvoorbeeld, die nog veel meer in het duister tastte. In de juxtapositie van Polo’s tekst en de moderne beelden wordt duidelijk dat wij er niet veel beter aan toe zijn. Wij nemen de berichten van de hedendaagse Marco Polo’s even gemakkelijk voor waar aan. Een journalist zegt dat hij ons toespreekt vanuit Kandahar. Hij toont beelden van mensen op straat. Ze zijn hier vredelievend en gastvrij, zegt hij. Of juist humeurig en achterbaks. Dat is te zien.
Maar Disorient is geen ernstige vermaning. Het is geen nadrukkelijk politiek statement over onze onverschilligheid tegenover de rest van de wereld, of over de onbetrouwbaarheid van de moderne verslaggeving. Het is veel meer een rustige meditatie. Fiona Tan laat ons eenvoudigweg zien dat wij de wereld alleen intuïtief, vanuit ons eigen schamel denkraampje, kunnen kennen. Dat is niet erg. De kunstenaar is zelf ook zo.


La Biennale Venezia, Fare Mondi Making Worlds. T/m 22 november; www.labiennale.org, www.cyprusinvenice.org.
Fiona Tan, Disorient. Nederlands paviljoen; www.fionatanvenice.nl, www.fionatan.nl.
Met dank aan Ramona Tamara Narkevicius-Fleischer en Andrea A. La Bozzetta

Foto’s: Bob Bronshoff