De kus

Een goede vrijscène in een roman, wat is dat? Is dat een scène die prikkelt? Het zou eigenlijk wel moeten. Van een goed boek verlangen we dat het iets met ons doet. We willen dat het ons meesleept, aan het denken zet, ontroert, doet huiveren, lachen. Willen we ook dat het ons opgewonden maakt?

Onzin.
Alles wat we meemaken terwijl we lezen heeft, als het goed is, maar weinig met onszelf te maken. Als we lezen zijn we weg van onszelf, we zijn in de wereld die de schrijver voor ons geschapen heeft. Daar geldt zijn wet, en niet de onze. En zijn erotiek.
Natuurlijk heeft die wereld altijd wel iets met de onze te maken. Anders zouden we haar niet begrijpen. Maar juist het verschil maakt dat we geraakt worden.
Denk ik.
Maar ik wil het niet alleen denken, ik wil het weten. Dus ga ik op onderzoek uit. Eens in de twee weken zal ik op deze plek schrijven over seks in de letteren. Ik doe dat, het moge duidelijk zijn, met eerbare motieven. Ik wil weten hoe literatuur werkt. Wat doen seksscènes met mij? Wanneer vind ik ze mooi, wanneer afstotend? Wanneer vind ik ze goed, wanneer slecht? En wanneer opwindend?
We beginnen bij het voorspel. Bij het begin van het voorspel. De kus.
Onlangs stuitte ik op de volgende kus. ‘Een jongen, bijna nog een tiener, keek haar indringend en hongerig aan. Mira danste naar hem toe. Ze nam hem bij zijn dikke zwarte haar en begroef zijn gezicht tussen haar borsten. Ze liet hem zuigen, haar tepels kregen een zilveren glans van zijn speeksel, en duwde vervolgens zijn hoofd omlaag. Ze deed haar rok omhoog en ging met gespreide benen op hem zitten. Zijn tong had zijn eigen dans, snel toeschietende, tokkelende bewegingen en diepe, wellustig slurpende…’
Zo is het wel genoeg.
De scène is uit een verhaal van Lucy Taylor. Ik heb nog nooit van haar gehoord. Ik heb ook niet het verhaal gelezen waar de passage in voorkomt. Het citaat heb ik uit De kus van de Engelse journaliste Adrianne Blue. Heb ik ook nooit van gehoord. Het boek, zojuist vertaald bij Prometheus, wil 'een kleine encyclopedie’ zijn. Het staat vol onzinnige theorieën en rare analysen. Het citaat illustreert volgens Blue de oorsprong van de kus uit het zogen. Helpt zo'n gedachte? Begrijpen wij er de scène beter door? Misschien moet de gedachte aan de oorsprong ons geruststellen. Als we bedenken dat vleselijke honger niet meer is dan gewone, gezonde honger, hoeft de scène ons minder op te winden, denkt Blue. Voor haar is denken bij het lezen een cerebraal nat washandje.
Dat roept de vraag op: moeten we wel denken bij het lezen? Denken kan heel goed de lust in het lezen bederven. Maar het kan die ook verhogen. Ik denk dat wat een seksscène opwindend maakt, veel heeft te maken met wat de lezer denkt. Maar dat is dan wel een ander soort denken dan waar Blue op doelt.
Kijk, daar ga ik het nu de komende tijd over hebben.