Menno Hurenkamp

De kust van Tsjechië (2)

Ooit betekende vakantie «niet naar je werk hoeven». Die tijd is voorbij. Je móet weg van huis, al beland je erdoor aan de Middellandse Zee waarvan je denkt dat die in Tsjechië ligt. Gelukkig is thuisblijven terwijl je weg bent makkelijker dan ooit. Na radio, tv en satellietschotel gaat nu ook de mobiele telefoon mee naar de camping. Dat leverde ooit voorspelbare augustusberichtjes in de krant van wakker Nederland op – «vrouw belt voor dertigduizend euro naar moeder». Inmiddels weet iedereen hoe je goedkoop vanuit Spanje kunt bellen naar je buren die op dat moment in Italië zitten. En geen bereik, geen paniek. Buitensportzaken verhuren satelliettelefoons, om je huisgenoten deelgenoot te maken van «wildlife» op de Zuidpool. Zou de absurdistische toneelschrijver Eugene Ionesco zich gewaagd hebben aan de dialogen die dat oplevert? «Het is hier min vijftig, de zon schijnt terwijl het nacht is en ik zie nu wel vijftig pinguïns.» «O. Ik heb gisteren het schuurtje geverfd.»

En natuurlijk kun je fotograferen: dingen vastleggen om thuis nog eens te bekijken of te laten zien, en zo de hele tijd aan thuis denken. Vroeger gingen die foto’s in een album. Tegenwoordig staan ze op het internet, in zogenoemde vakantieblogs, die vaak nog tijdens de reis ontstaan. Zoek zelf eens met Google, want blogs van vreemden zijn leuker dan die van vrienden: je hoeft niet beleefd te blijven bij de stuitende intimiteit die soms vrijkomt. Ondanks onze individualistische cultuur zijn er maar drie soorten.

Er is het vakantieblog van de jolige, jonge mensen. Ze fotograferen elkaar, op het strand, in hotelkamers, op terrassen, tijdens omhelzingen, in discotheken. Zo nu en dan fotograferen ze het uitzicht van de hotelkamer, de buschauffeur of het vliegtuig. Altijd gewone dingen, nooit eens een oud vrouwtjes met maar één tand of een stoomtrein. Het maakt deze jongeren duidelijk niet uit waar ze zijn, als je er maar kunt dansen, zonnen, sporten. Als het maar léuk is, want leuk is voor deze mensen een plicht.

Dan is er het familieblog. Daarin doet een club mensen – vaak een gezin, maar dat hoeft niet, het kan ook een groep hondenliefhebbers zijn – verslag van het leven op de camping, van de reis met de zelfopgeknapte camper of van de staat waarin het tweede huisje in Frankrijk verkeert. We zien ze eten voor de tent, kijken naar kerkjes en heemtuinen, zwembadderen. Gezelligheid is hier de opgave, de kijkers thuis moet duidelijk worden dat de vakantie gezellig is.

Ten slotte zijn er nog de uitgebreide verslagen van reizen naar verre oorden. Met vaak goede foto’s en hoogwaardige websites over Kamtsjatka, Chili of Groenland. Hoge bergen, een eenzame wandelaar, het vrouwtje met één tand (en zelden moderne zaken als auto’s, antennes of elektriciteitsdraden) maken de thuiswacht duidelijk dat hier een avontuurlijk en sociaal mens op reis is.

De blogs drukken voor alles uit hoe Nederlanders thuis gezien willen worden. Neem tenslotte de groei van het aantal internetcafés over de hele wereld als illustratie van thuis blijven terwijl je weg bent. Het zijn er letterlijk al honderdduizenden: je kunt overal mailen, chatten, skypen en dat doen we ook. Het klinkt hip om nooit meer thuis te zijn, maar in praktijk lijkt het er meer op dat we nooit meer weg zijn.