Arnold Heertje over het regeerakkoord

De kwaliteit van het bestaan

Onder leiding van de informateur hebben de drie onderhandelaars van CDA, VVD en LPF zich gezet aan het uitstippelen van beleid, zonder na te denken over de aard van de problemen in onze samenleving. Daardoor is een bonte mengeling ontstaan van verheven gemeenplaatsen en heel concrete, soms ordinaire, maatregelen. Terwijl aan de politieke vernieuwing, die in elk geval CDA en LPF in het vooruitzicht hadden gesteld, intellectuele diepgang vooraf had moeten gaan.

Onder leiding van Kok heeft de nadruk gelegen op de kwantitatieve dimensie van de maatschappelijke vraagstukken. Het ging om een lager financieringstekort, meer werkgelegenheid en hogere economische groei. Die eenzijdige oriëntatie ging gepaard met grote aandacht voor financiële calculaties, marktresultaten en rendementen. Harder groeien dan het vorig jaar en de Belgen, was het parool. Met geld smijten was het wachtwoord. De vakbeweging nopen de lonen te matigen en de toppen van het bedrijfsleven onevenredig laten profiteren, werd het middel. Dit niet voor publieke discussie vatbare schema heeft tot de nederlaag van Kok en de ontluistering van Melkert geleid. Wat noodzakelijk is hoeft niet voldoende te zijn. Over het hoofd is gezien dat voor de burgers uiteindelijk de kwaliteit telt. Ook kwaliteit die niet calculeerbaar is, zich onttrekt aan financiële kosten-batenanalyses. Niet alleen de omvang van de werkgelegenheid, ook de aard is van belang. Welke soorten werk moedigen we aan, welke ontmoedigen we? Welke kwaliteit van het reële kapitaal in Nederland beogen we? Harde of zachte infrastructuur, hoogwaardige havens en luchthavens of elkaar in de weg zittende mainports? Gaan we onder de grond of blijven we in het platte vlak? Deze vragen hebben betrekking op de kwaliteit van het bestaan voor nu en later. Dat geldt ook voor de omgang met natuur, open ruimte, milieu en cultuur. Is er respect voor het onvervangbare of laten we ongebreidelde groei opslokken wat door vorige generaties is aangereikt in de vorm van al het waardevolle dat geen marktprijs kent? Het gaat niet alleen om kwantitatieve groei maar ook om kwaliteit. En niet zelden betekent minder kwantitatieve groei meer kwaliteit.

Op de behoefte aan kwaliteit van de burgers dient een regeerakkoord een voorlopig antwoord te geven. Hiervan is geen sprake omdat thema’s die het verbeteren van de kwaliteit in onze samenleving blokkeren, niet op de agenda zijn gezet. Ik noem er enkele.

Fraude is in allerlei vormen en maten aan de orde van de dag. Fraude in de bouw, in het onderwijs, in de begrotingen van de lagere overheid en in de verslagen van ondernemingen. Accountants zijn daar rechtstreeks of indirect bij betrokken. Om nog maar te zwijgen van de dienaren van de overheid. Met geen woord rept het regeerakkoord over dit ernstige verschijnsel, dat elk kwaliteitsbeleid frustreert. Een frustratie die wordt versterkt door klokkenluiders met de nek aan te kijken in plaats van ze op handen te dragen.

Voorts is in de publieke en private sector sprake van een spanningsveld tussen beleid en uitvoering. Te veel beleidsmakers, te veel beleidsrapporten, te weinig aandacht voor uitvoering. Geen communicatie tussen werkvloer en top, waardoor essentiële informatie niet wordt benut. Mede hierdoor ontstond het tweede spanningsveld. Regelgeving, die bureaucratisering bevordert in plaats van ontmoedigt en niet wordt getoetst op handhaving. Legio zijn in de samenleving de voorbeelden van door de overheid uitgevaardigde regels, waarvan de handhaving wordt overgelaten aan niet-toegeruste partijen. Door onvoldoende communicatie tussen de regelgevers en de burgers waarop de handhaving betrekking heeft, wordt cruciale informatie gemist over de kosten en baten van maatschappelijke normen.

De verdeling in de ruimste zin is volledig van de agenda verdwenen. Niet alleen de inkomensverdeling, maar de ongelijkheid in kansen op goed onderwijs, leefbaar wonen, leefbaar werken, op vrijheid van meningsuiting en op deelnemen aan de cultuur. Deze verdelingsproblemen ontnemen het zicht op een kwalitatief hoogwaardiger bestaan van een deel van de burgers. Zelfs een begin van aandacht voor deze sluimerende tijdbom ontbreekt in het regeerakkoord. Hier wreekt zich de afstand tussen Den Haag en de ellende in buurten van de grote steden.

Tegen deze achtergrond passeert het regeerakkoord kort de revue. De paragraaf over veiligheid stelt niet aan de orde dat de overheid zelf op allerlei niveaus fraudeert en onvoldoende de uitvoering controleert van getroffen beleidsmaatregelen. Als in Amsterdam de burgemeester bescherming beoogt van joodse scholen, als deze beginnen, geven de agenten ter plekke geen uitvoering aan dit besluit. Het regeerakkoord dient te voorzien in het oplossen van dergelijke wantoestanden. Er zijn voorbeelden te over. Ook de recente schokkende gebeurtenissen rond de onthulling van het slavernijmonument vloeien voort uit de minachting van beleidsmakers voor het uitvoeren en controleren van richtlijnen.

Over het onderwijs wordt nauwelijks iets gezegd. Hier wreekt zich dat de betekenis van het onderwijs voor de kwaliteit van de samenleving in het algemeen en van de arbeid in het bijzonder niet in het licht wordt gesteld. Geen woord over de ondeugdelijke lerarenopleidingen, de volstrekt verouderde en geldverslindende overbodige didactische instituten, zoals het Kohnstamm Instituut in Amsterdam, over instellingen zoals Cito, Cevo en SLO die nodig op de schop moeten. Geen woord over het mislukken van de basisvorming, de tweede fase en het studiehuis, de verschraling van vakkennis en het ontbreken van deskundige controle op de eindexamens.

Leraren weten wat het beste is, zo staat te lezen. Wat een miskenning van de werkelijkheid. Van hoog tot laag schieten leraren tekort ten opzichte van hun leerlingen, door gebrek aan vakkennis. De berustende houding van de overheid staat haaks op wat in het onderwijs nodig is. De fraude door de verkeerde financiële prikkels zal ongetwijfeld toenemen, waardoor de kwaliteit van het onderwijs nog verder daalt. Het uitsluitend toelaten van specifieke opleidingen in het hoger onderwijs met een erkende meerwaarde, illustreert ten overvloede het ondergeschikt maken van vakken als theologie, geschiedenis, zuivere wiskunde en theoretische natuurkunde aan het dogma van het kwantitatieve rendement.

De paragraaf over het sociaal-economische beleid staat bol van de beheerste loonkostenontwikkeling, maar spreekt met geen woord over het beheersen van topsalarissen en het democratiseren van optieregelingen. Het onderdeel ruimtelijke ordening en milieu munt uit door het verkwanselen van niet-reproduceerbare natuur. De besluitvorming wordt overgelaten aan frauderende projectontwikkelaars en verkwistende provincie- en gemeentebesturen. Achter de Betuwelijn wordt geen punt gezet, wegen worden verbreed zonder te denken aan grootscheepse flexibilisering van arbeidstijden, waardoor files nog langer worden, publiek-private constructies komen niet in het hoofd op omdat de kennis in Nederland ontbreekt, en het milieu is de dupe van het verlagen van de benzineaccijns. Het noodzakelijke publieke debat over deze onderwerpen dreigt in de kiem te worden gesmoord door de handel en wandel van de media aan banden te leggen. Berusting is noch oogmerk, noch instrument van een levendige democratie.

Wat overblijft is het voortzetten van een gezond financieel beleid. Daarover verheug ik mij, ook al zijn de huidige problemen mede het gevolg van het besteden van veel geld aan onderwijs en zorg, zonder beleidsplannen. Men krijgt geen betere maar nog slechtere leraren door hun salaris te verhogen. Men krijgt nog langere wachttijden door geld te geven aan managers die zelf niet kunnen opereren. Voor die verspillingen betalen wij nu een prijs. Financiële behoedzaamheid kan gepaard gaan met kwalitatieve verbetering als er grondig en overal wordt gesaneerd. Maar dan moeten er uiterst bekwame bewindslieden komen, die verder kijken dan het regeerakkoord lang is. Het beleid en de uitvoering, de regelgeving en de handhaving, de communicatie met de werkvloer en de verdeling van lasten en lusten afstemmen op de kwaliteit van het bestaan van de burgers van nu en straks, dat is de opgave.