HOLLAND FESTIVAL

De kwetsbare mens N.

Dionysos

Het is een overvloedig Holland Festival dit jaar, dat inzette met veel zwaartepunten waar De Groene Amsterdammer al over heeft geschreven (Christoph Schlingensief, Peter Brook) of nog over gaat schrijven (Un tramway, met Isabelle Huppert). Maar voor mij is het absolute hoogtepunt de overweldigende voorstelling van Dionysos, de nieuwe opera van de Duitse componist Wolfgang Rihm (1952).
Het is blijkbaar, als ik de gemengde recensies lees, een verwarrende ervaring. En terecht. De opera heet Dionysos, maar er komt geen enkele wijngod in voor. Friedrich Nietzsche, op wiens late gedichten, de Dionysos-Dithyramben, Wolfgang Rihm het grootste deel van zijn libretto baseert, identificeerde zich bijwijlen met Dionysos, daar is niets van te zien. Zoals Nietzsche de Griekse mythologie naar zijn eigen hand zette, zo heeft Wolfgang Rihm een eigen greep in zijn werk gedaan en regisseur Pierre Audi heeft Rihms opera weer op een eigen wijze geïnterpreteerd. Met de filosofie van Nietzsche heeft deze opera voorzover ik kan zien niets te maken, maar Nietzsche zegt het zelf ook in deze teksten, hij wil geen denker meer zijn, maar: ‘Nur Narr! Nur Dichter!’
We zien hier zeker geen uitbundige Dionysos, maar een schuchtere jonge man met een snorretje, N., de jonge Nietzsche. Hij lijkt ook op Kafka, op Proust, in zijn bewegen soms op Charlie Chaplin en in zijn uitdrukking op Buster Keaton. Hij wordt geplaagd door twee nimfen (zoals de dwerg Alberich in het begin van Wagners Rheingold door drie Rijndochters) en is doodsbang voor ze. Hij vlucht weg in een roeibootje voor de droevige, verlaten Ariadne. De muziek van Rihm is op deze tekst van Nietzsche heel melodieus en lyrisch, nergens flauw of zoetig. N. heeft tot nu toe nog geen woord uitgebracht, eindelijk kan hij haar zeggen: 'Ich bin dein Labyrinth!’ De betekenis van deze zin is heel anders dan bij Nietzsche, hij wordt verzelfstandigd tot een moeilijke bekentenis van een angstig mens, die pas rust lijkt te krijgen in de gekte en die gelukkig wordt als hij denkt aan de dood.
We zien hem in een bordeel en zien dan in de woorden van Nietzsche de woestijn groeien: Die Wüste wächst. Audi kiest voor een beeld van een kring van grotesk gesluierde vrouwen met enorme vagina’s, de nachtmerrie van de Europeaan N. Het is bijna profetisch dat N. zich hier, net als Wilders bij zijn proces, op Luther beroept: 'Hier sta ik, ik kan niet anders.’ Alsof daarmee alle haat, angst en vooroordelen worden gerechtvaardigd.
Pas aan het einde van de opera kan N., als hij op z'n allerkwetsbaarst is en zijn huid zelfs is afgestroopt, zoiets als een daad stellen. Zijn afgestroopte huid snelt Ariadne te hulp als die als een paard door een man wordt geslagen. Een scène die teruggaat op een ware gebeurtenis uit Nietzsche’s leven, vlak voor zijn geestelijke ineenstorting.
Ariadne kan N. niet meer bereiken en roept wanhopig uit dat hij de steen is, de woestijn, de dood. N. kan daar aan het eind alleen tegenover stellen: 'Ik ben jouw waarheid…’
Dionysos is een aangrijpende, nieuwe, ongekende opera, met prachtige muziek, grandioos gespeeld door het Nederlands Philharmonisch Orkest onder Ingo Metzmacher. Met schitterende, schematisch vormgegeven decors van beeldend kunstenaar Jonathan Meese. Prachtig gezongen en gespeeld, vooral door de Oostenrijkse bariton Georg Nigl als N., en de Amerikaanse sopraan Cyndia Sieden als Ariadne.

Dionysos van Wolfgang Rihm, t/m 22 juni in de Gashouder, Cultuurpark Westergasfabriek in Amsterdam, www.dno.nl