De laatste adem van d66

In 1974 haalde op het partijcongres van D'66 het (voorstel om de partij op te heffen net niet de vereiste tweederde meerderheid. Keren die crisisjaren terug, nu een nieuwe gemiste tweederde meerderheid de partij opnieuw doet wankelen? De doodsstrijd duurt voort.

BINNEN HET KABINET was geen onenigheid en de Tweede Kamer steunde de regering als nooit tevoren. Toch kwam er een crisis. En een conflict tussen Eerste en Tweede Kamer is daar de oorzaak van, analyseerde informateur Tjeenk Willink afgelopen dinsdagochtend na een gesprek met demissionair premier Kok. Toch wordt VVD-senator Hans Wiegel verantwoordelijk gehouden: zijn halsstarrigheid, zijn principes zouden het kabinet in crisis hebben gebracht, vonden de kranten in hun commentaren. D66, praatte menigeen Thom de Graaf na, wilde ‘gewoon zuiverheid’. En door die 'zuiverheid’ heeft D66 haar eens grootste doel bereikt: het heeft zich zelf overbodig gemaakt. Christen-democraten nemen niet meer per definitie deel aan een regeringscoalitie, en tussen sociaal-democraten en liberalen is dankzij de Democraten een vrij stabiel huwelijk gegroeid. De 'smeerolie’ van D66 die in het eerste kabinet nog zo wezenlijk en noodzakelijk was, lijkt niet meer nodig. Alle pogingen van Tjeenk Willink ten spijt - lijmen willen de Democraten echt niet meer. De leuze 'Zonder D66 geen Paars’, die bij gebrek aan eigen items vorig jaar inzet van de verkiezingen werd, kan dankzij de gulzigheid van de partijleiding voorgoed in de kast. Want in het door Jaap de Hoop Scheffer aangevraagde spoeddebat in de Tweede Kamer, woensdag, liet VVD-fractievoorzitter Hans Dijkstal er geen twijfel over bestaan: hij wilde door met de PvdA, zonder D66. Natuurlijk reageerde PvdA-collega Melkert hier negatief op: eerst lijmen. Maar, langzaam went ook zíjn partij aan het idee: D66 heeft zichzelf onmogelijk gemaakt en is voor een coalitie niet meer nodig. In het PvdA-Vlugschrift zei Karin Adelmund zaterdag: 'Wanneer er geen doorstart komt sluit ik niet uit dat doorgegaan wordt zonder D66. Wanneer dit kan op basis van goede afspraken, waarmee de PvdA haar beloften aan de kiezer kan 0 waarmaken, vind ik dit legitiem.’ En ook partijkopstuk Ed van Thijn suggereert, zij het niet van harte en vooral omwille van de Navo-luchtaanvallen op Joegoslavië, een VVD-PvdA-coalitie. 'Het is verbijsterend te zien hoe lichtzinnig er met het landsbelang wordt omgesprongen dezer dagen’, zegt Van Thijn in het Vlugschrift. 'Het is geen aantrekkelijk vooruitzicht, maar het land heeft nu behoefte aan een regering om te regeren.’ Maar er is van de kant van de PvdA wel wat durf voor nodig: de nieuwe Eerste Kamer, die afgelopen dinsdag geïnstalleerd is, heeft niet langer een PvdA-VVD-meerderheid. Maar vervelender is het duel met de Tweede Kamer, waar de sociaal-democraten zullen moeten opboksen tegen een oppositie van D66, SP, een groot GroenLinks en zelfs, op de zogenaamde 'zachte’ thema’s, het CDA. Da’s lastig regeren. Maar in PvdA-kringen wordt hoe langer hoe meer ingezien dat een tweepartijencoalitie feitelijk wel de uiterste consequentie is van wat met het Des Indes-beraad in de jaren zeventig begon en wat met Paars serieus gestalte kon krijgen. De belemmeringen voor samenwerking tussen sociaal-democratie en liberalisme zijn keurig uit de weg geruimd, vooral dankzij D66. Het opblazen van het zielloze kabinet-Kok II zou een nieuwe impuls kunnen krijgen door de kamikazeactie van Thom de Graaf, eindelijk kans weer 'iets nieuws’ te doen: Paars zonder D66, dat als bruggenbouwer zichzelf na 33 jaar onstuimige geschiedenis onnodig heeft gemaakt. IN SEPTEMBER 1966 presenteerde in perscentrum Nieuwspoort in Den Haag het Initiatiefcomité D'66 het fameuze Appèl aan iedere Nederlander die ongerust is over de ernstige devaluatie van onze democratie. Een 'gevoel van hachelijkheid aangaande sommige verschijnselen in onze parlementaire democratie’ bracht de jongelieden bij elkaar. Die belazerde parlementaire democratie had juist een jaar eerder een nieuw kabinet weten te formeren op basis van twee jaar daarvoor gehouden verkiezingen. Binnen het kabinet-Marijnen (KVP, ARP, CHU, VVD) was in 1965 onenigheid over de omroeppolitiek, met een kabinetscrisis tot gevolg. Een meningsverschil met de Tweede Kamer was er niet echt, dus zon1 der verkiezingen meende de KVP onder aanvoering van Jo Cals een nieuw kabinet van KVP, ARP en PvdA te kunnen smeden. Zónder CHU en VVD dus, de partijen die hun bezwaren tegen de nieuwe omroepwet hadden. Een nieuw kabinet, zonder tussentijdse verkiezingen? Buitengewoon ondemocratisch, zou D'66 in 1966 zeggen.Zoals het dat ook nu weer zegt, in 1999. Al weet het dat het van verkiezingen het grootste slachtoffer zal worden, de burger moet nu eenmaal het laatste woord hebben.Krap een maand na de presentatie van het Appèl in 1966 struikelde ook het kabinet-Cals in de Nacht van Schmelzer. Het drama is bekend: de begroting van PvdA-minister Vondeling werd door KVP-fractievoorzitter Schmelzer getorpedeerd en de PvdA weigerde nog langer met de katholieken samen te werken. Van de verkiezingen die het interimkabinet-Zijlstra (AR, KVP) uitschreef - nu maar wel dus - profiteerde natuurlijk vooral de partij van Hans van Mierlo: zeven kamerzetels en een foto van de partijleider op de voorpagina van de The New York Times, weinig partijen beginnen zo overtuigend. OM NET ZO makkelijk eens in de zoveel jaar weer volledig in elkaar te donderen. Na de verkiezingen van 1972 bijvoorbeeld, als de partij door al te veel progressieve samenwerking - met PvdA en PPR wordt het gezamenlijke verkiezingsprogramma Keerpunt '72 gelanceerd - van de elf kamerzetels er vijf verliest en toch zonder eigen identiteit in het kabinet-Den Uyl regeren gaat. Onder de kop 'Opkomst en ondergang van een beweging’ schrijft NRC Handelsblad twee jaar later een grafmonument voor de noodlijdende partij, die dan inmiddels serieus overweegt de boel op te doeken. 'Politiek als vrijetijdsbesteding, gecombineerd met intellect en idealisme, uitgeoefend in een sfeer van dictatoriale democratie - dat moest wel leiden tot frustraties, ruzies en conflicten’, analyseert de NRC vernietigend.In het Amsterdamse zaaltje Marcanti komt alles in september 1974 tot een uitbarsting. Op het partijcongres stemt een zeer ruime meerderheid van de afgevaardigden vóór een motie om de partij staande de vergadering op te heffen: 242 tegen 188 stemmen. Waarom de partij nu nog bestaat? Een tweederde meerderheid was vereist. Die werd net niet gehaald.Zoals een tweederde meerderheid vorige week ook weer net niet gehaald werd. Nu in de Eerste Kamer, niet over de opheffing van de partij - dat kan altijd nog - maar over dat vermaledijde referendum. 'Net niet’, betekende voor Thom de Graaf deze keer 'helemaal niet meer’: in het televisieprogramma Netwerk had hij de vrijdag voor het debat in de senaat het dreigement van senator Eddy Schuyer uit maart herhaald en de zaak op scherp gesteld: als dat referendum er niet komt, dan stapt D66 uit het kabinet.En hij maakte het dreigement nog waar ook. 33 jaar partijgeschiedenis werd door het D66 van 1999 in één week gereduceerd tot één enkele reden van bestaan: het referendum. Een one-issuebeweging die een heel kabinet en zichzelf in gevaar brengt. 'Chantage’ en 'ondemocratisch’, gonsde het in Den Haag al meteen na het dreigement in Netwerk: de Eerste Kamer ope2 reert toch 'zonder last of ruggespraak’? Een meer bescheiden rol zou de democraten sieren.Maar ja, net als halverwege de jaren zeventig, en natuurlijk ook na de val van het tweede kabinet-Van Agt in 1982, kampte de partij sinds Paars met een serieus identiteitsprobleem. De jongerengroep Opschudding suggereerde een soort beginselprogram en de ondertitel 'sociaal-liberaal’. En zoals dat gaat bij een partij in verwarring: de voorstellen werden als moties op het partijcongres direct aangenomen en de kopstukken van Opschudding kregen in de partij al te makkelijk functies op centrale plaatsen. In het partijblad werd meteen een paginaatje voor de Opschudders ingeruimd en in een mum van tijd werd Opperopschudder Lousewies van der Laan lijsttrekker voor de Europese Parlementsverkiezingen van 10 juni.Oprichter Hans van Mierlo, die afgelopen jaar het zinkende schip tijdig verliet, heeft er geen geheim van gemaakt niets in de vernieuwingspogingen van Opschudding te zien. Zijn statutair vastgelegde pragmatisme maakte dan toch plaats voor een soort ideologie. En tot dusver heeft dit de partij og niet echt ergens toe gebracht. En dat is begrijpelijk, gezien de wijze waarop VVD en PvdA tot elkaar gegroeid zijn. De sociaal-democratische 'sociale rechtvaardigheid’ en de liberale 'individuele vrijheid’ hoeven dankzij vier jaar Paars geen tegengestelde idealen meer te zijn. Een partij die 'sociaal-liberaal’ in de naam voert, heeft maar weinig recht van bestaan. HET SPOEDDEBAT van woensdag was door Jaap de Hoop Scheffer aangevraagd. In de heilige veronderstelling dat er verkiezingen zouden komen, maakte hij van de gelegenheid gebruik het startschot voor de campagne van het CDA te lossen. Het kabinet dat enkele uren daarvoor viel, was volgens De Hoop Scheffer 'een kabinet zonder vlag en zonder lading’ waarvan de architecten halsoverkop de benen hadden genomen naar respectievelijk Groningen (PvdA-onderhandelaar Wallage), Amsterdam (oud-D66-leider Van Mierlo) of de achterhoede van de Tweede Kamer (oud-VVD-leider Bolkestein). Van Jaap de Hoop Scheffer werd niemand woensdag wijzer.Anders was het een-tweetje tussen Ad Melkert en Thom de Graaf over het opnieuw indienen van een wetsvoorstel voor het correctief referendum. Dit was van meer betekenis en leverde op zijn minst een aardige illustratie bij de algehele verwarring die zich van de referendumapostelen meester heeft gemaakt. Melkert was in de volle overtuiging Thom de Graaf een dienst te bewijzen door te proberen het wetsvoorstel opnieuw door de kamer te loodsen, maar hoongelach was zijn deel. De Graaf was de leeftijd voor 'fopspenen’ ontstegen, zei hij. En Boris Dittrich, Roger van Boxtel, Hans van Mierlo - allen herhaalden ze dit standpunt. Stellig: cadeautjes hoeft D66 niet.Principes of overleven? Doemdenkers binnen D66 kijken er niet van op als crisisjaren zoals halverwege de jaren zeventig de partij opnieuw zullen opblazen. D66 terug naar Marcanti om te stemmen over het bestaansrecht van de partij? Misschien is het niet eens nodig, de net-niet-tweederde meerderheid in de Eerste Kamer was genoeg.