De laatste dag film

Op het eerste gezicht is het verhaal eenvoudig. Een doodzieke schrijver gebruikt de laatste dag voor een definitief verblijf in het ziekenhuis om nog wat kleine dingen te regelen. Van het een komt het ander, en een kleine keten van gebeurtenissen brengt een omvattende reeks associaties op gang. Zo wordt een dag uit het aflopende leven van de schrijver tot meer dan een terugblik op zijn eigen leven. De actuele politiek dringt zich in zijn laatste dag binnen en de herinneringen beginnen zich uit te strekken tot ver voor zijn geboorte. Langzaam maar zeker wordt de terugblik van de schrijver tot een compacte en weemoedige geschiedenis van het huidige Griekenland.

Maar eerst de kleine dingen. Wie kan er op zijn hond passen? Hij gaat bij zijn dochter langs. Hij geeft haar een stapel brieven die haar moeder aan hem schreef. Ze leest een brief voor. Nee, die hond kan niet blijven. Mijn man heeft dat liever niet. En o ja, we hebben het huis bij de zee verkocht. Met de staarten tussen de benen vertrekken ze weer. Het huis bij de zee. Herinneringen beginnen hem te omspoelen. Golven nemen hem mee naar een gelukkige jeugd aan het strand en naar gelukkige tijden met zijn vrouw en zijn familie. Tijden dat nog niemand zich kon voorstellen dat de kolonels de macht zouden grijpen. Hij vergaat van de pijn en stopt bij een drogist. Als hij de pijnstiller met een glas water wegspoelt krijgt hij weer oog voor zijn omgeving. Is dat niet dat illegale Albaneesje dat hij aan de politie hielp ontsnappen? Overigens meer als een vaderlijke reflex dan als een daad van politiek verzet. De jongen wordt in een auto gesleurd en weer reageert hij instinctief. Zonder dat de film ook maar een moment een actiefilm wordt, achtervolgt hij de ontvoerders. Kinderhandelaars. Hij dringt in hun roversnest binnen en komt met het kind weer buiten. Nog is het geen actiefilm. Je kunt niet bij mij blijven. Ik moet morgen weg. Je kunt met die bus mee en met dit geld kun je een taxi nemen tot de grens. Maar zo werkt het niet. De jongen met het aandoenlijke boerenblonde koppie en het droef-ouwelijke gezichtje stapt gewoon weer uit de bus. Dan maar met de auto naar de grens. Waar is nu de hond gebleven? Die zat toch ook in de auto? Ze hebben voor de grens gestaan. De poorten van de hel gehuld in een dichte mist. Mensen kleven aan de hekken als stukgevlogen insecten. Terug naar de stad. De hond is weer in de auto. Een bruid danst zich een weg naar het huis van haar bruidegom. Hier is de hond. Ik heb niemand gevonden om ervoor te zorgen. Maar mijn dochter trouwt. Het kan niet anders. Hij heeft misschien nog niet gegeten. Wie kan nu beweren dat de film langzaam gaat en dat er weinig gebeurt? Er gebeurt te veel om op te noemen. Het bezoek van die negentiende-eeuwse dichter aan de film heeft hier nog niet eens een plaats gehad. De onderwereld van de illegaaltjes ook niet. Zeker niet de vermoeide demonstrant met de rode vlag. Statig en trefzeker beweegt de camera van Théo Angelopoulos en zijn cameraman (bij al zijn elf speelfilms) Yorgos Arvanitis zich door tijd en ruimte. Langzaam wordt betrekkelijk als langzaam kan betekenen dat de tijd in dat ene langzame beeld een eeuw kan verspringen. Doden tot leven kan wekken. Oude herinneringen tot nieuwe gebeurtenissen kan maken. Het verhaal is dan allang niet eenvoudig meer. De laatste dag van de schrijver is bijna om. De nacht is over de stad gevallen. De schrijver en het Albaneesje nemen een geluidloze bus. Vreemde passagiers stappen in en uit. Daar is die negentiende-eeuwse dichter weer. Men zegt dat hij je geld geeft als je een Grieks woord voor hem weet dat hij nog niet kent. De acteur die de schrijver speelt kent helemaal geen Griekse woorden. Het is Bruno Ganz. De engel van Wenders. Beroofd van zijn zachte bedachtzame Duits rest hem louter zijn houding en zijn lopen om de laatste woorden van de schrijver te doen horen. En dat blijkt ook al te kunnen. + De appel( Sib) van Samira Makhmalbaf bewijst maar weer eens dat Iran het wonderlijkste filmland op aarde is. Want waar ter wereld krijgt een meisje van nog geen achttien (ook al is ze de dochter van een filmmaker) de gelegenheid een film te maken over een waargebeurde sociale misstand? Waar anders krijg je de slachtoffers zo ver dat ze zichzelf spelen in een fictie-documentaire? En noem mij een ander land waar hardvochtige leerstukken steevast uitgroeien tot mooie en ontroerende films.