Colombia krijgt na 68 jaar vrede

De laatste dag van de oorlog

Geen enkele Colombiaan onder de 68 jaar heeft vrede meegemaakt. Het leger, guerrillagroepen en drugsbendes beheersten het land sinds 1948. Met het recente akkoord tussen FARC en regering moet de rust nu weerkeren.

Medium 472c5dee275c4ab095d4bed74ca69be9 0

‘Dit land is naar de kloten.’ Het is 9 april 1948, schrijft Gabriel García Márquez in zijn memoires Leven om het te vertellen, en hij zit aan tafel voor de lunch in zijn studentenpension in Bogotá. De soep is nog niet opgediend als een vriend de eetzaal komt binnenrennen met het nieuws: ‘Dit land is naar de kloten. Ze hebben Gaitán vermoord voor de deur van de Zwarte Kat.’ De schrijver in spe spoedt zich naar het genoemde café en ziet nog net hoe het lichaam van Jorge Eliecer Gaitán in de ambulance wordt geschoven.

De advocaat Gaitán pleitte als presidentskandidaat van de liberalen voor grote landhervormingen in Colombia. Die dag kreeg hij drie kogels door het hoofd geschoten. ‘Een groep mannen drenkte hun zakdoeken in de plas warm bloed om ze te bewaren als historische relikwieën’, zag Márquez. Hij schrijft: ‘Het land begon al af te glijden in de afgrond van dezelfde burgeroorlog die ons plaagde sinds de onafhankelijkheid van Spanje en die nu al reikte tot de achterkleinkinderen van de oorspronkelijke hoofdrolspelers.’

De aanhangers van Gaitán kwamen in opstand, maar werden afgeslacht door de politie. In een week tijd kwamen meer dan drieduizend mensen in de hoofdstad om het leven. Het bloedbad vormde het begin van een nieuwe jarenlange geweldsgolf die zich over het hele land verspreidde en die tweehonderdduizend mensen het leven kostte. Deze episode, die in de geschiedenisboekjes kortweg vermeld staat als La Violencia – Het Geweld – was de zoveelste niet-verklaarde burgeroorlog in Colombia. De strijd verdreef twee miljoen mensen van huis en haard, een vijfde van de totale bevolking. Het was een periode compleet met guerrillalegertjes en rondtrekkende gewapende groepen criminelen, en het uitroepen van onafhankelijke republiekjes op Colombiaaans grondgebied. Een van de groepen die uiteindelijk uit deze chaos te voorschijn kwam was de farc, de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia, een marxistisch-leninistische guerrillagroep die in 1964 in actie kwam.

Het bloedbad in 1948 in Bogotá werd ook gadegeslagen door de twintigjarige Cubaanse studentenleider Fidel Castro. Ruim tien jaar voor Castro’s revolutie in Cuba was hij ooggetuige van het begin van de Colombiaanse strijd. Geen enkele Colombiaan onder de 68 jaar heeft meegemaakt dat er vrede heerste in zijn land.

Vanaf de eerste dag van zijn bestaan als onafhankelijk land is Colombia in de greep geweest van geweld. De hele negentiende eeuw bestond uit een eindeloze reeks burgeroorlogen tussen liberalen en conservatieven, waarbij voor buitenstaanders vaak moeilijk te zien was wat de verschillen tussen beide partijen waren. Een dieptepunt was de Oorlog der Duizend Dagen (1899-1902) die de conservatieven weer aan de macht bracht en de liberalen voor zeker dertig jaar uitschakelde. De episode vertoont veel overeenkomsten met de laatste oorlog die kolonel Aureliano Buendía in Márquez’ roman Honderd jaar eenzaamheid voert. De hieraan voorafgaande eeuwige opeenvolging van burgeroorlogen transformeerde García Márquez in ‘De 32 opstanden van kolonel Buendía’ en dat was geenszins een literaire overdrijving.

Ook voor het Colombiaanse geweld van de twintigste eeuw kunnen we terecht bij ’s lands grootste auteur. In Ontvoeringsbericht (1996) schrijft hij over de terreur van drugscapo Pablo Escobar en zijn bende. Een journalistieke reportage, maar, meldt de schrijver, ‘deze geschiedenis is nog ongelooflijker dan alle romans die ik heb geschreven. Hier gebeurden ongelooflijke dingen.’

Binnenlandse oorlog is altijd de ‘normale’ status geweest in Colombia, de perioden van vrede duurden nooit lang. De laatste vijftig jaren waren een eindeloze zee van geweld met een ingewikkeld scenario. Niet alleen was er de voortslepende halve burgeroorlog tussen het leger en de guerrillagroepen, daartussendoor schoven ook nog eens de privé-legers van de drugscapo’s, paramilitaire groepen die tot de dag van vandaag actief zijn. Ook al zijn ze officieel ontwapend, hun activiteiten gaan gewoon door: drugshandel en moorden in opdracht van buitenlandse bedrijven.

En om de zaak nog wat complexer te maken: behalve de farc waren er nog twee guerrillagroepen. M19 staakte de gewapende strijd in de jaren negentig. Met de kleine groepering Leger van Nationale Bevrijding (eln) is er nog altijd geen akkoord. Alle partijen in de geweldsdriehoek (leger, guerrilla en drugsbendes) hebben zich schuldig gemaakt aan extreem geweld.

Medium anp 47209681

Een onderzoek van het Nationaal Centrum voor Historisch Geheugen in 2013 stelde dat tussen 1980 en 2012 in Colombia 1982 bloedbaden plaatsvonden, 1166 door paramilitairen, 343 door de guerrilla, 295 door leger en politie, de rest door onbekende groepen. De conclusie was dat paramilitairen meer hebben gemoord en de farc meer heeft ontvoerd. Er zijn naar schatting 25.000 mensen door de guerrilla ontvoerd, waarbij velen jarenlang in extreme omstandigheden in de jungle werden vastgehouden.

De situatie werd helemaal uitzichtloos doordat Colombia ook nog een belangrijk front werd in de internationale drugsoorlog geleid door de Verenigde Staten, die tien miljard dollar in het Plan Colombia staken.

Pablo Escobar, ’s werelds grootste drugshandelaar in de jaren tachtig van de vorig eeuw, zette de paramilitaire organisaties op om een eind te maken aan de ontvoeringen van landeigenaren door de guerrilla en ging vervolgens zelf mensen ontvoeren en bomaanslagen plegen, om het einde af te dwingen van de uitlevering van Colombiaanse narcos aan de VS. ‘Liever een graf in Colombia dan een cel in de Verenigde Staten’, was de leus van de leider van het kartel van Medellín. Zijn gebed werd verhoord toen de Colombiaanse politie hem in 1993 doodschoot.

‘Liever een graf in Colombia dan een cel in de Verenigde Staten’, was de leus van Escobar, de leider van het kartel van Medellín

‘Bij de eerste bommen vroeg de publieke opinie om celstraffen voor de narcoterroristen’, schrijft García Márquez in Ontvoeringsbericht. ‘Bij de volgende vroeg zij om uitlevering, maar vanaf de vierde bom begon zij te vragen om vrijspraak.’ Tegelijkertijd moordden politie en leger erop los in Medellín en Cali, omdat ‘iedereen daar voor een van de kartels werkte’.

Na bijna zeventig jaar is de oorlog dan eindelijk voorbij. ‘Dit is de laatste dag van de oorlog’, zei farc-leider Rodrigo Londoño Echeverri, alias Timochenko, op 22 juni 2016 in Havana. Hij had zojuist de hand geschud van president Juan Manuel Santos, onder het toeziend oog van de Cubaanse president Raúl Castro, een handvol andere Latijns-Amerikaanse presidenten en VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon. Na drie jaar onderhandelen in de Cubaanse hoofdstad lag er een vredesakkoord. ‘We hebben een punt gezet achter het gewapend conflict met de farc’, jubelde Santos. ‘Het bereikte akkoord betekent het einde van de farc als gewapende groep.’

De kerkklokken in heel Colombia luidden en de bevolking ging de straat op met teksten als ‘rip oorlog in Colombia 1964-2016’ en ‘Moge de oorlog in vrede rusten’.

Het Colombiaanse hooggerechtshof heeft inmiddels het groene licht gegeven voor het houden van een referendum over het akkoord. Dat zal op 2 oktober plaatsvinden. Een eventueel ja als uitslag van het referendum maakt de akkoorden rechtsgeldig. Ze kunnen dan niet meer door een nieuwe regering worden herroepen, zoals oppositieleider en ex-president Álvaro Uribe wil. Dat kan alleen als er dan weer een nieuw referendum wordt gehouden.

‘Colombia is in handen gevallen van de communisten’, brieste de rechtse senator na de ondertekening van het akkoord in Havana. ‘Santos levert het land uit aan de farc.’ De senator zette tijdens zijn presidentschap (2002-2010) alles op alles om de farc militair te verslaan, hetgeen hem net als al zijn voorgangers niet lukte.

Uribe is een van de meest omstreden politici van Colombia. Hij wordt er al jaren van beschuldigd innige banden te hebben gehad met Pablo Escobar, vanaf de dagen dat hij burgemeester was van Medellín. Tijdens zijn bewind werden tientallen parlementsleden uit zijn politieke omgeving opgepakt vanwege hun betrekkingen met paramilitaire groepen. Onder president Uribe werd half Colombia afgeluisterd, tot en met de leden van het hooggerechtshof, en richtte het leger grote bloedbaden aan. Wellicht zou hij zich daar ooit nog eens voor moeten verantwoorden, maar voorlopig geniet hij als senator onschendbaarheid.

Een van de lastigste en meest omstreden punten van het vredesakkoord is hoe de misdaden bedreven tijdens het conflict berecht zullen worden. In een document getiteld Speciale jurisdictie voor vrede staat dat het doel is ‘het genoegdoening geven aan het recht op recht van de slachtoffers; de Colombiaanse maatschappij de waarheid presenteren; bijdragen aan schadeloosstelling van de slachtoffers en de strijd tegen straffeloosheid; wettelijke garanties geven aan allen die direct of indirect hebben meegedaan aan het gewapend conflict’.

Tijdens de onderhandelingen is gekeken naar de voorbeelden van het voormalig Joegoslavië Tribunaal in Den Haag, de Waarheidscommissie in Zuid-Afrika en de Goede Vrijdag-akkoorden tussen de Ieren en de Britten. Uiteindelijk is besloten tot het oprichten van een speciaal tribunaal om de misdaden te onderzoeken, te vervolgen en te berechten. Dat tribunaal wordt geleid door Colombiaanse rechters, ondersteund door een ‘beperkte deelname van internationale deskundigen’.

Medium lichter 20bebc72bd820a46538aa4e24e28396daa 0

Er komen verschillende soorten procedures. Degenen die in een vroeg stadium hun verantwoordelijkheid erkennen voor de zwaarste misdaden komen weg met alternatieve straffen of taakstraffen. Degenen die hun verantwoordelijkheid in een laat stadium erkennen worden berecht en kunnen vijf tot acht jaar cel krijgen. Degenen die weigeren hun verantwoordelijkheid te erkennen en schuldig worden bevonden, kunnen tot twintig jaar krijgen. Dit geldt niet alleen voor de guerrillastrijders, maar ook voor soldaten van het regeringsleger en hun commandanten.

farc-leider Timochenko heeft in een online interview laten weten: ‘Wij zijn bereid de verantwoordelijkheid te nemen voor onze daden tot de periode van verzet.’ Critici zeggen dat degenen die zware misdaden hebben gepleegd wel erg gemakkelijk wegkomen en dat een bekentenis al snel neerkomt op straffeloosheid. Ook Human Rights Watch heeft kritiek. ‘Het akkoord is een schaakmat tegen justitie’, stelt Amerika-directeur José Miguel Vivanco: het leger moet zich met name verantwoorden voor het tussen 2002 en 2008 systematisch doden van duizenden onschuldige burgers vermoord om de aantallen gedode guerrillastrijders kunstmatig op te schroeven. Dat gebeurde niet alleen om de werkelijke kracht van de guerrilla te overdrijven, maar ook omdat op die cijfers bonussen en vakanties van de militairen waren gebaseerd.

Het gaat om meer dan vierduizend ‘valse positieven’, zoals de slachtoffers worden genoemd. Inmiddels zijn al achthonderd militairen veroordeeld voor hun bijdragen aan deze acties. In maart dit jaar werd de eerste generaal gearresteerd voor zijn rol bij de moorden op burgers. Het Openbaar Ministerie wil ook generaal Mario Moytoya arresteren, een naaste medewerker van ex-president Uribe, die hem benoemde tot ambassadeur in de Dominicaanse Republiek. De generaals komen met de bekende verdediging dat het excessen waren waarvan zij niets wisten. De beschuldigingen zijn het werk van ‘extreem-links en ngo’s’, aldus de generaals. Human Rights Watch kwam tot een tegengestelde conclusie: het is ondenkbaar dat de commandanten niet op de hoogte waren. Dergelijke zware schenders van de mensenrechten lopen nu ook de kans er met een lichte straf van af te komen.

‘We zullen de strijd voortzetten voor het veroveren van de macht door het volk voor het volk’

Het gewapend conflict, zoals de binnenlandse oorlog al een halve eeuw eufemistisch wordt genoemd, heeft tenminste 260.000 levens gekost en 45.000 vermisten en 6,8 miljoen ontheemden opgeleverd. Colombia is daarmee in de wereld het land met het grootste aantal interne vluchtelingen.

Colombia is het tweede land qua slachtoffers van landmijnen na afloop van een oorlog: meer dan tienduizend doden en gewonden. De farc heeft in het akkoord toegezegd in kaart te zullen brengen waar ze de duizenden mijnen hebben gelegd. Maar dat zal in de praktijk lastig blijken: veel mijnenexperts en -leggers van de guerrilla zijn dood of herinneren zich niet meer waar ze die dodelijke dingen hebben gelegd.

In oktober vorig jaar besloten de onderhandelaars in Havana al speciale eenheden te vormen voor het zoeken naar de 45.000 vermisten. Forensische teams zijn begonnen met het openen van anonieme (massa)graven in een poging desaparecidos te identificeren. Maar dit gaat langzaam: er zijn in het hele land meer dan 21.000 naamloze graven gevonden. In La Macarena bevindt zich wat wel eens het grootste clandestiene massagraf in de wereld zou kunnen zijn. Hierin liggen de resten van meer dan tweeduizend personen, vlak naast de basis van de elite-eenheid Omega.

Twee eerder getekende deelakkoorden zijn onderling sterk afhankelijk en essentieel voor het werkelijk bereiken van vrede. Het eerste betreft de ‘politiek van agrarische ontwikkeling’. De grondpolitiek is een van de hoofdoorzaken van de huidige oorlog (en feitelijk van alle eerdere burgeroorlogen). Het akkoord voorziet in het beschikbaar stellen van grond aan de miljoenen verdreven boeren, het formaliseren van hun eigendomsrecht en plannen voor het ontwikkelen van de gebieden middels infrastructuur en openbare voorzieningen. Dit hangt nauw samen met de overeenkomst betreffende drugsproductie, die voorziet in de vervanging van coca door andere gewassen en de strijd tegen de georganiseerde misdaad en het witwassen van drugsgeld. Dat lijkt een heidens karwei.

Colombia is al decennialang een van de voornaamste fronten van de drugsoorlog. Nu is president Santos echter een van de pleitbezorgers van een wereldwijde wijziging van de drugspolitiek. Op een speciale VN-zitting in het voorjaar pleitte de president voor een ‘menselijke oplossing’ van het drugsprobleem in plaats van de repressieve aanpak die al een halve eeuw niet blijkt te werken. Op een conferentie in Bogotá vergeleek hij de huidige aanpak met een hometrainer: ‘We doen een enorme inspanning, we zweten, maar als ik naar links of rechts kijk, zie ik dat we nog steeds op dezelfde plaats staan.’ De productie van coca in Colombia groeit al weer een paar jaar. De oude grote kartels zijn met succes aangepakt, maar dat is nauwelijks van invloed geweest op de handel.

De afspraak is dat ex-farc en regering samen de drugshandel gaan bestrijden. De meeste cocaplantages bevinden zich in gebieden die nu gecontroleerd worden door de farc. Wat betreft alternatieve gewassen: het is al zo vaak geprobeerd, ook in landen als Peru en Bolivia, maar het werkt nooit, omdat de ‘markt’ geen rechtvaardige prijzen aan de boer betaalt en de coca-handelaren wel.

De vraag is of dat nu gaat veranderen. De overheid heeft nu eindelijk erkend dat de guerrillagroepen en de narcogroepen het resultaat zijn van een sociaal probleem dat niet met militaire middelen kan worden opgelost. De gebieden in kwestie moeten simpelweg ontwikkeld worden. Maar een grote bijkomende hindernis is dat vrijhandelsverdragen en investeringsverdragen de multinationals beschermen, waardoor potentiële landhervorming een moeizame zaak wordt. Zo kunnen Britse bedrijven de Colombiaanse overheid aanklagen in geval van landhervorming. En om het vredesakkoord succesvol te maken, moeten de meesten van de vijf miljoen ontheemden terug kunnen keren naar huis en grond hebben om van te leven.

De FARC neemt al sinds een jaar een eenzijdig bestand in acht. Sinds dat moment hebben ze niet meer gevochten tegen het leger of de politie, maar wel tegen criminele groepen die door de farc gecontroleerde gebieden proberen over te nemen, inclusief de drugshandel daar. Dergelijke groepen worden door de farc-leden gezien als een enorme bedreiging op het moment dat zij zelf de wapens inleveren. Officieel zijn deze paramilitaire groepen, zo’n dertigduizend manschappen, een jaar of tien geleden ontbonden, maar vele hebben het oude handwerk weer opgenomen. De regering belooft ze te ontwapenen, maar veel guerrilleros hebben daar weinig vertrouwen in. Het lijkt erop dat de criminele groepen wachten op het moment om toe te slaan. Volgens de verklaring van Havana moet de farc binnen zestig dagen na het tekenen van het definitieve akkoord de wapens inleveren.

Voor de demobilisatie van de farc zal de regering beveiligde zones inrichten waar begonnen kan worden met de reïntegratie in de burgermaatschappij. Er heerst bij de farc echter veel wantrouwen om wapens af te geven aan degenen die tot gisteren de vijand waren. In de jaren tachtig was een poging om de farc te demobiliseren en om te vormen tot een politieke partij gigantisch mislukt en werden drieduizend guerrilleros in wraakacties gedood.

Het vredesakkoord biedt de farc de mogelijkheid zich om te vormen tot een politieke beweging, waarna de eigen leiders in het parlement kunnen worden gekozen. Het is natuurlijk de vraag hoeveel van de jongeren die op de ‘romantiek’ van de guerrilla en de wapens af kwamen, mee gaan doen aan het politieke werk. Critici willen voorzieningen om te voorkomen dat de commandanten met de ergste misdrijven op hun geweten straks in de bankjes van het parlement zitten.

Er zijn dissidenten in het farc-kamp. Het Armando Ríos Eerste Front, een eenheid van tweehonderd personen in de jungleprovincie Guaviare, liet vorige week weten niet te zullen demobiliseren: ‘We zullen de strijd voortzetten voor het veroveren van de macht door het volk voor het volk, onafhankelijk van de beslissing van de rest van de leden van de organisatie.’

Het Eerste Front was het onderdeel dat onder meer ex-presidentskandidate Ingrid Betancourt en drie Amerikaanse contractors jarenlang gegijzeld hield en evidente relaties met de drugshandel heeft. Hun woordvoerders stellen nu dat het akkoord de sociale en economische problemen, die leidden tot het besluit in 1964 om de wapens op te nemen, niet oplost, en roepen andere eenheden op ook door te vechten.

President Santos onderstreept dat doorvechten geen optie is. Wie zich niet bij het akkoord aansluit zal worden opgejaagd, tegen die personen gaat de oorlog door: ‘Het is de laatste kans die ze krijgen hun leven te veranderen, want ik verzeker u dat ze anders zullen eindigen in een graf of in een cel.’


Beeld: (1) (Fernando Vergara / AP / HH) ;(2) Bogotá, 24 augustus. Op een groot scherm in een park wordt het tekenen van het vredesakkoord in Havana gevolgd; er zijn foto’s van vermisten neergelegd (Guillermo Legaria / AFP / ANP); (3) Leden van de FARC luisteren naar uitleg van het vredes- proces in de jungle van Putumayo, 17 augustus (Fernando Vergara / AP / HH)