De laatste dagen van saddam

Saddam voert nog steeds een schrikbewind, maar over een slinkend aantal onderdanen. Zelfs zijn schoonzoons nemen de benen. En buurman koning Hoessein kapittelt hem op zijn eigen tv. Resultaat van de internationale boycot, of gevolg van een ordinaire stammenstrijd?
AMMAN - Hij ziet er niet uit zoals je je een vluchteling voorstelt. Het pak dat Hoessein Kamel draagt tijdens de eerste persconferentie die hij na zijn aankomst in Jordanie geeft, is van een onberispelijke snit en omdat de cameraman die de persconferentie voor de Jordaanse televisie moest vastleggen een ongelukkige beweging maakte, kan heel Jordanie bovendien zien dat hij op de vlucht ook zijn Italiaanse maatschoenen heeft meegenomen.

Hoe anders ogen zijn vele eveneens gevluchte landgenoten die, nog geen kilometer verderop, in de overvolle volkswijk al- Hasme een tijdelijke verblijfplaats hebben gezocht. Voor hen geen bewaakte paleizen en door grasvelden omzoomde zwembaden. In sommige woningen delen meer dan drie families een kamer. Deze mensen hebben de vlucht uit hun vaderland ook niet afgelegd in hun eigen air-conditioned Mercedes, maar verstopt in vrachtauto’s of gewoon te voet.
‘We zijn met een overvolle bus tot zestig kilometer voor de Jordaanse grens gekomen. Daarna moesten we verder lopen. Gelukkig zijn we op onze tocht geen militaire patrouilles tegengekomen.’ Um Marwa, een vijftigjarige Iraakse vrouw die vier weken geleden na een barre tocht in de Jordaanse hoofdstad aankwam, huivert nog bij de herinnering. Sinds kort beschikt zij voor zichzelf en haar zes kinderen over een klein appartement. Hoewel haar woning, op de zesde etage van een nog onafgebouwde flat, piepklein is en zowel de water- als de elektriciteitstoevoer onbetrouwbaar zijn, prijst Um Marwa zich gelukkig. 'Hier is tenminste te eten en hoeven we niet elk moment voor ons leven te vrezen.’
SINDS HET uitbreken van de Golfcrisis in 1990 is er al sprake van een constante stroom Iraakse vluchtelingen richting Jordanie. Het aantal is de laatste maanden echter enorm toegenomen. Officiele getallen zijn er niet, maar volgens een bericht in de Jordan Times van drie weken geleden was het aantal vluchtelingen dat zich sinds 1 mei van dit jaar bij de Jordaanse autoriteiten had gemeld de zesduizend al gepasseerd. Dat aantal zal zeker hoger liggen, want heel veel vluchtelingen nemen niet de moeite zich te melden.
Die enorme toename van het aantal vluchtelingen is volgens Yoessoef al-Khoi, een van de woordvoerders van de Iraakse oppositie in Jordanie, het beste bewijs dat de situatie in Irak nu echt onhoudbaar is geworden. 'De politieke en economische situatie in Irak is zo slecht geworden dat zelfs draconische straffen en een opgevoerde terreur de mensen er niet meer van kan weerhouden te vluchten.’
En alles wijst erop dat deze nieuwe golf vluchtelingen zijn hoogtepunt nog lang niet heeft bereikt. Het regime in Bagdad wankelt namelijk. Velen vrezen dat de val van het regime het land in anarchie zal dompelen.
Dat de dagen van Saddam Hoessein na een terreurbewind van twintig jaar geteld zijn, blijkt vooral ook uit het feit dat de laatste maanden een aantal mensen uit zijn directe omgeving de wijk heeft genomen naar het buitenland. Behalve de twee schoonzoons van Saddam, die begin deze maand het land ontvluchtten, meldde zich onlangs nog een andere belangrijke man uit het Iraakse staatsapparaat in Amman: Ibrahim Takriti, het hoofd van de Iraakse veiligheidsdienst.
Ibrahim Takriti vluchtte na een enorme ruzie met Oeday, Saddams oudste zoon, in allerijl naar Jordanie. Tijdens deze ruzie - waar ook een neef van Saddam, een voormalig minister van Handel, en een aantal leden van Saddams eigen Takriti-clan bij betrokken waren - heeft Oeday, die berucht is om zijn wrede en onvoorspelbare gedrag, twee van zijn ooms met een bijl om het leven gebracht. Het was niet de eerste keer dat Oeday, die al een aantal jaren geleden door zijn vader als zijn opvolger naar voren werd geschoven, betrokken is bij uit de hand gelopen familieruzies. Zo heeft hij in 1986 van een andere lid van de Takriti-clan, de toenmalige kolonel Ahmed Takriti, in koelen bloede een aantal vingers afgehakt. Oeday beriep zich voor deze wandaad later op zijn vader en op de vermeende lafheid van Ahmed Takriti in een van de vele bloedige veldslagen aan het Iraans-Iraakse front.
VETES TUSSEN de verschillende clans, onderlinge ruzies en religieuze twisten hebben altijd al een belangrijke rol gespeeld in de strijd om de macht in Irak. En tot voor kort was Saddam Hoessein een meester in dit delicate spel. Zo heeft hij zich met geweld, manipulatie en nepotisme een onaantastbare plaats veroverd aan het hoofd van de Takriti-familie. Deze clan heeft haar oorsprong in Midden-Irak en de leden ervan zijn allemaal soennitische moslims.
Als leider van deze groep heeft Saddam Hoessein zijn machtspositie versterkt door handig gebruik te maken van de interne verdeeldheid die van oudsher in Irak heerst. Steeds wisselende allianties met andere soennitische families en met sjiitische groepen uit het zuiden hielden hem aan de macht. Die allianties wisselden elkaar zeer snel af. Wie vandaag een vriend was, kon morgen een vijand zijn en omgekeerd. Hoewel dat ook risico’s inhield voor Saddams machtspositie, was het grote voordeel dat hij op die manier zijn potentiele tegenstanders onderling verdeeld kon houden.
Daar kwam nog bij dat hij intern een vijand heeft gecreeerd die alle anderen samenbond, namelijk de Koerden. Bovendien kon hij altijd rekenen op de onvoorwaardelijke steun van zijn stamleden en van de niet onaanzienlijke christelijke minderheid van Irak (de eeuwige tweede man van Saddam, Tariq Aziz, is uit deze groep afkomstig). Die steun werd beloond met baantjes in de regering. Vrijwel alle belangrijke posten in het land zijn in de loop van de twintig jaar dat Saddam Hoessein nu aan de macht is dan ook in handen gekomen van zijn relaties, zowel uit de directe kring van zijn (schoon)familie als uit de wijdere kring van families die tot de Takriti-clan behoorden en christelijke meelopers uit de omgeving van Tariq Aziz.
AL DIE JAREN heeft Saddam Hoessein op die manier de touwtjes strak in handen gehouden. Zelfs de desastreus verlopen oorlog tegen Iran, de inval in Koeweit en de nederlaag tegen de Amerikanen konden daar geen verandering in brengen. En ook vier jaar Amerikaanse boycot leek nauwelijks meer dan een barst in Hoesseins burcht te veroorzaken.
Maar schijn bedriegt. Het onneembare bastion wankelt op zijn grondvesten. Daar zijn de daden van Oeday, zijn gedoodverfde opvolger en veruit favoriete zoon, voor een groot deel debet aan. 'Zijn gedrag heeft het regime meer schade toegebracht dan vier jaar Amerikaanse boycot’, aldus al-Khoi. 'Hij heeft het subtiele machtsevenwicht binnen de regerende kliek verstoord. Zijn optreden heeft zo veel kwaad bloed gezet - niet alleen binnen de clan maar ook binnen de directe familie - dat de positie van Hoessein voor het eerst sinds twintig jaar reeel gevaar loopt.’
Een ruzie binnen de clan wordt ook door veel andere Iraakse vluchtelingen in Amman als de meest logische verklaring gezien voor het plotselinge en spectaculaire vertrek van deze twee aangetrouwde familieleden. De beide broers waren overigens, behalve via hun huwelijken met dochters van Saddam, ook langs lijnen van stamverwantschap verbonden met Saddam Hoessein.
De vlucht van zijn twee schoonzoons maakt duidelijk dat Saddam Hoessein de controle over zijn belangrijkste steunpilaar, zijn stam, verloren heeft. Het is in dit verband ook tekenend dat de twee dochters beiden met hun man zijn meegegaan; zelfs een poging van Saddams vrouw om hen over te halen terug te keren heeft niets uitgehaald.
De opengevallen plaatsen in zijn kabinet heeft Saddam Hoessein dit keer niet opgevuld met familie- of stamleden, maar met hoge legerofficieren uit andere families. De nieuwe minister van Defensie, Hassan Shnam, is zelfs afkomstig uit een van de leidende families uit het zuiden. Zoon Oeday, de aanstichter van dit alles, heeft Saddam echter gehandhaafd. Sterker nog: hij heeft diens volmachten nog uitgebreid. Sinds kort staat Oeday aan het hoofd van een snelle interventiemacht van twintigduizend militairen. En die interventiemacht is niet bedoeld om buiten de grenzen op te treden, maar juist daarbinnen. Oeday heeft een absolute volmacht gekregen om alles te doen wat het regime kan beschermen.
Dat belooft niet veel goeds. Want ook in zijn vorige functie, als hoofd van de paleisgarde en van de speciale troepen die zijn vader permanent bewaken, heeft Oeday al van zich doen spreken. Van alle wreedheden die een regime kan bedenken wordt Oeday inmiddels beschuldigd. Duizenden tegenstanders van het regime van zijn vader zijn in Oedays opdracht of door hem persoonlijk gemarteld, verkracht of vermoord. Vooral onder de opstandige Koerden schijnt hij op beestachtige wijze te hebben huisgehouden. Onder Koerdische verzetsstrijders gaat zelfs het verhaal dat Oeday een collectie heeft aangelegd van de afgehakte neuzen en geslachtsdelen van zijn slachtoffers.
TOCH LIJKEN deze laatste veranderingen de stuiptrekkingen van een ten dode opgeschreven regime. 'De situatie waarin Saddams regime verkeert, begint steeds meer te lijken op die van Hitler tijdens zijn laatste dagen in de bunker. De mensen om hem heen beseffen dat het een verloren zaak is en proberen hun hachje te redden’, zei onlangs een dissident in het in Londen verschijnende Arabische blad Al-Watani.
En niet alleen de volgelingen van Saddam verlaten het zinkende schip. Ook de bevolking vlucht en masse. Men is bevreesd voor de gevolgen van een interne machtsstrijd, die misschien wel eens op een complete burgeroorlog zou kunnen uitlopen.