De laatste eer in Ryad

Bij de begrafenis van de Saoedische koning Abdullah zagen we onze eigen koning Willem-Alexander en nog meer staatshoofden van democratische landen. Abdullah, die negentig jaar is geworden, is net als zijn opvolger Salman, 79, een van de 38 zonen van Ibn Saoed.

Hij was getrouwd met vier vrouwen en heeft er 25 verstoten. Terwijl hij op zijn sterfbed lag ontstond grote internationale verontwaardiging omdat een Saoedische blogger tot duizend stokslagen was veroordeeld waarvan hij er intussen vijftig heeft gekregen. Nu moet hij herstellen om de rest in ontvangst te kunnen nemen. Op het eerste gezicht is de overleden vorst naar onze maatstaven niet iemand om de laatste koninklijke eer aan te bewijzen. De aanwezigheid van onze koning heeft dan ook grote morele verontwaardiging en woeste protesten veroorzaakt. Dat was te voorzien.

Bij dergelijke gebeurtenissen is het staatshoofd een politieke figuur die het landsbelang dient. Als het goed is doet hij dat altijd, maar ook in Nederland zijn er uitzonderingen. Ongeacht de aard van het bewind is Saoedi-Arabië voor Nederland een belangrijk land. We hebben traumatische ervaringen. In 1973 brak de eerste oliecrisis uit, een gevolg van de Jom Kipoeroorlog waarin we Israël krachtig steunden. De olieproducerende landen kondigden een boycot af die ook Nederland zwaar trof. Olie en benzine gingen op de bon, er werden een maximum snelheid en autoloze zondagen afgekondigd. Ook toen laaide het volksverzet op. Er kwam een stickertje dat je op je auto kon plakken: ‘Ik rij honderd als Den Uyl opdondert’. Ook toen was Saoedi-Arabië een orthodoxe islamitische staat, maar dat was in die tijd van minder belang.

Tijdens de tweede Golfoorlog van Amerika tegen Saddam Hoessein, begonnen in 2003, werd George Bush jr. door het Saoedische koningshuis gesteund. Verscheidene prinsen waren dikke vrienden met de Amerikaanse president. En nu is de Saoedische olie nog altijd van groot belang voor het Westen. Maar de tijden zijn veranderd. Vier jaar geleden begon in het Midden-Oosten de Arabische lente. We hoopten toen dat dit de inleiding zou zijn, dat hiermee de Arabische wereld tot de moderniteit zou worden bekeerd.

Met die lente is het slecht afgelopen. In plaats daarvan werden sommige landen de gevaarlijkste bronnen van onrust in de wereldpolitiek. Syrië is behalve een verwoest land ook een opleidingskamp voor jihadisten. Hetzelfde geldt min of meer voor Irak, dat gedoemd lijkt een failed state te blijven. In Jemen is een burgeroorlog aanstaande.

Door de koning te sturen heeft het kabinet een grote fout gemaakt

In vrijwel het hele Midden-Oosten is de politieke stabiliteit verloren gegaan terwijl niemand, geen partij, geen politiek leider, weet hoe er weer draaglijke verhoudingen bereikt kunnen worden. En in die baaierd van burgeroorlogen is Islamitische Staat tot ontwikkeling gekomen, de organisatie van fanatici die de terreur naar het Westen exporteert.

Een onverwacht gevolg daarvan is dat Saoedi-Arabië zich als enige stabiele grootmacht in de regio heeft gehandhaafd. De regering bewaart in het binnenland de strengste orthodoxie, maar in de buitenlandse politiek steunt het de krachten die een stabiliserende invloed hebben. Het is geen wonder dat het Westen dit land als een bondgenoot blijft beschouwen, waarschijnlijk de enige die we in deze regio nog hebben. Het is dus ook geen wonder dat westerse regeringen met behoedzaamheid en respect omgaan met de regering in Ryad. Dat is een zaak van weldoordachte buitenlandse politiek.

Nu sterft daar de koning. Wat moeten we doen? Gevarieerd landsbelang eist dat we het noodzakelijke eerbetoon betuigen. En tegelijkertijd wekken achterlijke toestanden op het gebied van huwelijk, de positie van de vrouw, het strafrecht onze diepe weerzin. Zullen we het staatshoofd sturen? De koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk, zegt de grondwet. Het kabinet heeft ervoor gekozen de koning te sturen. Daarmee wordt hij op twee manieren in een onmogelijke positie gebracht. Hoe graag hij het misschien en vooral in dit geval ook zou willen, hij kan daar zijn politieke mening niet geven. En dit terwijl hij zeker weet dat deze zwijgzaamheid hem in eigen land kwalijk zal worden genomen.

Door de koning te sturen heeft het kabinet een grote fout gemaakt. Minister Koenders van Buitenlandse Zaken kan zich uitstekend weren, en premier Rutte was ook mooi genoeg geweest.

De laatste eer in Ryad