Pop: Springsteen & The E Street Band

De laatste man

Bruce Springsteen © Danny Clinch

Dat Bruce Springsteen op zijn 71ste nog steeds tot de populairste live-artiesten ter wereld behoort, heeft twee redenen: er bestaat geen opwindendere, waarachtigere rockband dan Springsteen en zijn E Street Band, en alleen op het podium hoor je hun werkelijke kwaliteiten.

Op bijvoorbeeld Wrecking Ball stond zijn meest krachtige werk van dit millennium, maar al het boze en soms ronduit bittere engagement kwam pas voluit tot leven op het podium. Het leek wel of de nummers daar pas uitgepakt werden, uit hun doos van platgeslagen overproductie. De perfectionist Springsteen, berucht om zijn eindeloze nieuwe takes, staat de songwriter geregeld in de weg.

Alleen daarom is het luisteren naar Letter to You al zo’n vreugdevolle ervaring: voor het eerst in lange tijd laat Springsteen zijn band klinken als de beste kroegband ter wereld, die ze nog steeds zijn. Springsteen kwam aanzetten met demo’s, en liet zijn band daar E Street-nummers van maken, zonder de in menig opzicht veelzeggende regieaanwijzing die hij ze vroeger weleens gaf: dat ze níet te veel als de E Street Band mochten klinken. Het maakt van Letter to You een ouderwéts album in de beste zin van het woord: hier klinkt een band vol hoorbare inspiratie zonder restricties zichzelf te zijn. Dus buitelen ook de déjà vu’s over elkaar heen, vrolijk en onbeschaamd. De man wiens oeuvre draait om mensen die proberen te ontsnappen aan zichzelf glorieert nu hij dat zelf niet meer probeert.

Drie nummers op Letter to You schreef Springsteen al vele decennia geleden, maar nam hij nu pas op. Ze zijn meteen herkenbaar: het zijn de drie nummers die langer dan zes minuten duren, omdat de jonge Springsteen veel langer van stof was dan de 71-jarige, en veel duidelijker door Dylan is beïnvloed. Het is een extra emotionele laag in het album dat de jonge schrijver Springsteen en de oude zanger Springsteen door elkaar lopen. Zijn stem klinkt tegelijk vitaal en doorleefd wanneer hij gromt, croont, zingt en schreeuwt.

Springsteen wijdt een nummer aan een demagoog die een volk misleidt om aan de macht te komen (‘Rainmaker’) en in ‘House of a Thousand Guitars’ gaat het over ‘The criminal clown has stolen the throne/ He steals what he can never own’. Maar ook in deze magnifieke bezweringsformule van een nummer is de remedie: muziek. ‘May the truth ring out from every small town bar/ We’ll light up the house of a thousand guitars’. Zoals ook in het welhaast gekmakend opzwepende ‘Ghosts’ muziek het tegengif is. Niet voor demagogen hier, maar voor het onderwerp dat van het openingsnummer (‘One minute you’re here/ Next minute you’re gone’) tot het slotakkoord ‘I’ll See You in My Dreams’ als een rode draad door dit album loopt: de confrontatie met sterfelijkheid, met eindigheid. In ‘Last Man Standing’ bladert Springsteen door oude plakboeken van een van zijn eerste bands. ‘You count the names of the missing as you count off time’, zingt hij, en de conclusie is bitterzoet: ‘I’m the last man standing now.’

En hóe. In volle glorie.


Bruce Springsteen – Letter to You