ISRAËL, PACIFISTEN IN DE MARGE

De laatste pacifisten

Op je achttiende minimaal twee jaar het leger in, en daarna nog tientallen jaren op herhaling. Bijna iedere Israëliër is soldaat. Kritiek op het leger is er nauwelijks. Maar de kritiek die er is, is ongezouten.

TEL AVIV – Café Jaffa in het stadje Jaffo onder de rook van Tel Aviv is geen gewone kroeg. Jaffa is een van de weinige plaatsen waar zowel joden als Arabieren komen en ook een van de weinige plekken waar kritiek wordt geuit op het alom tegenwoordige leger in Israël. De bezoekers komen vrijwel uitsluitend uit linkse hoek, van radicaal tot gematigd. De meeste habitués zijn lid van de splinterpartijen Balad of Hadash. Balad is een progressieve Arabische partij in de Knesset (drie zetels). Hadash (ook drie zetels) bestaat uit bijeengeharkte linkse groepjes en heeft als enige een gemengde joods-Arabische lijst. Advocaat Dov Khenin, de derde man in de partij, verdedigde drie jaar geleden refuseniks (dienstweigeraars). De partij wil een twee-statenoplossing conform de grenzen van voor 1967, recht op terugkeer voor de Palestijnse vluchtelingen uit 1948 of compensatie voor verloren eigendommen.

Alleen Hadash, een partij die politiek weinig voorstelt, spreekt zich expliciet uit tegen het leger. Zelfs Meretz, een centrum-linkse partij, houdt zich op de vlakte. Tot en met de ultra-orthodoxe en antizionistische Shaspartij is het leger geen thema. Het leger wordt gezien als een noodzakelijk kwaad waar je aan mee zult moeten doen als je in Israël woont. Zonder leger geen Israël, is de redenering. Het leger is boven alle kritiek verheven. Al is de houding van Shas verwonderlijk, omdat ultra-orthodoxe joden net als anarchisten hun snor drukken als het gaat om de dienstplicht.

Geen kritiek op het leger? «Als we zo doorgaan, duurt dat niet lang meer», zegt Shai, die Meretz stemt. De visser uit Jaffo is boos: op Israël, op de overheid en op het leger. Zijn neef kwam in Libanon bij een gevecht om, gevolgd door meer vrienden en familieleden. «Totaal zinloos.»

Aan de muur van het café, tevens boekenwinkel, hangt een groot portret van Ghandi. De boekenkast staat vol met Arabische en Hebreeuwse titels, hier en daar een Engelse vertaling. Een Arabische man van een jaar of vijftig speelt backgammon met een joodse Israëli van dezelfde leeftijd. Ze spreken afwisselend Arabisch en Hebreeuws. Een vrouw is in een hoek aan het studeren in een Hebreeuws sociologieboek.

Shai en zijn vriendin Hadal zitten met wat vrienden aan een tafel te praten en te lummelen. Israël heeft volgens Shai nog meer haat gezaaid dan er al was: «Zo is een gesprek helemaal niet meer mogelijk, terwijl dat echt de enige oplossing is.» Ook zijn partij Meretz zal zich ooit tegen het leger moeten keren. Want volgens Shai gaan de militairen steeds meer buiten hun boekje: «Het leger mag wettelijk geen politieke uitspraken doen. Het moet uitvoeren wat de overheid zegt. Maar steeds meer generaals geven hun mening over de situatie. Zo groeien de verhoudingen scheef. Het is zelfs gevaarlijk.»

Shai wordt overstemd door het stampende geluid van Apache-gevechtshelikopters die op weg zijn naar Noord-Israël. Als ze voorbij zijn blijkt zijn vriendin Hadal, grafisch vormgeefster en Balad-aanhanger, gematigder. Ze is een aanhanger van Rabin en hoopt dat er ooit weer een leider op zal staan als hij: «Het probleem is dat Israël een survivalhouding heeft ontwikkeld. We weten alleen hoe we ons moeten verdedigen en hoe we oorlog moeten voeren. We weten niet hoe we vrede moeten stichten. Van de weeromstuit is het leger tot een soort overlevingssymbool geworden. We scheppen op dat we het beste leger ter wereld hebben. En we etaleren onze kracht in Libanon. Maar het is niet goed.»

Dergelijke pacifistische geluiden zijn spaarzaam in Israël. Shai en Hadal vormen een minderheid. Een handjevol klassieke hanenkam-anarchisten kan daartoe ook worden gerekend. Die hebben een eigen kroeg in Tel Aviv waar ze dagelijks met elkaar over het leger en andere «fascistische» onderwerpen mopperen. Voeg daar nog een paar linkse groepen aan toe, en dan heb je het wel gehad.

Een kentering is niet in zicht. Volgens journalist Gil Husman van de Jeruzalem Post groeit de populariteit van het leger nu juist: «Er is wel kritiek vanuit de samenleving op de rol van het leger bij de joodse nederzettingen. Maar tijdens het conflict in Libanon gaat het om het bewaken van grenzen. Het aanzien van het leger is groter dan ooit.»

Maar Avigaïl, laatstejaarsstudent psychologie, betwijfelt of die trend duurzaam is. «De motivatie is juist sterk aan het afnemen», zegt ze. «Steeds meer jonge mensen willen het leger niet meer in.» Zelf heeft ze wel in het leger gediend, net als Shai en Hadal. Ze zat niet bij de gevechtstroepen, maar bij een ondersteunende unit. «De strijders zijn nog steeds erg gemotiveerd, hoewel ook daar het enthousiasme begint af te nemen», weet ze. «Het is tegenwoordig veel gemakkelijker om onder je dienstplicht uit te komen en vervangende dienstplicht te doen. De overheid is minder strikt dan vroeger.»

Het aantal satirische strips over het leger neemt ook toe, maar dat zijn volgens Avigaïl randverschijnselen. «Het is natuurlijk belachelijk dat iedereen hier op zijn achttiende het leger in moet. Maar het leger blijft onze heilige koe.»