De laatste roker

Zie: Richard Klein, De goddelijke sigaret. Vertaald door Auke Leistra, uitgeverij Arena, 258 blz., \f54,90; Allen Carr, Stoppen met roken: de eenvoudige methode. Vertaald door Eveline de Mooij, uitgeverij De Boekerij, 151 blz., \f22,50.
De scenes zijn uit de film Casablanca (1942), regie: Michael Curtiz, met Humphrey Bogart (Rick), Ingrid Bergman (Ilsa), Paul Henreid (Victor Laszlo, hier: Allen Carr) en Claude Rains (capitaine Louis Renault).
(Dwars over het doek beweegt een hand richting asbak, een sigaret tussen duim en wijsvinger. Met een licht tikje stoot de hand de as van de sigaret alvorens haar in de asbak te leggen. De hand neemt een blocnootje in ontvangst, legt het neer en pakt een pen.

Hij schrijft: ‘Okee, Rick.’ De hand neemt het blocnootje weer op en geeft het aan een andere man. Dan pakt de hand opnieuw de sigaret en beweegt hem naar de mond.
We zien het gezicht van Humphrey Bogart. Hij neemt een grote haal, ongefilterd, inhaleert diep, en grimast als hij de scherpe scheut die een nicotinekick pleegt te vergezellen, overmeestert en de baas blijft. Wanneer hij het gif weer uitblaast, nog nagenietend van de kleine overwinning op zichzelf, blaast hij de rook kwaadaardig langs zijn neus omhoog. De blauwige slierten verspreiden zich boven zijn hoofd en tooien hem met een grijze halo. Dan begint hij te spreken tegen de zwarte pianist die vlak bij hem zit.)
Rick: Als het in Casablanca december 1994 is, Sam, hoe laat is het dan in New York?
Sam: Wat? Mijn horloge staat stil.
Rick: Ik wed dat ze in New York slapen. Ik wed dat ze in heel Amerika slapen. (Bonkt met de vuist op de tafel.) …’t Is toch niet te geloven, van alle kroegen in de wereld komt ze uitgerekend de mijne binnenlopen… (Slaat z'n hand tegen z'n voorhoofd.)
(Ilsa Lund, op en top Ingrid Bergman, komt Rick’s Cafe binnenlopen, in het gezelschap van haar man Allen Carr en politie-inspecteur Louis Renault.)
Renault: Je moet onmiddellijk een vliegtuig voor deze mensen regelen, Rick. Ze moeten zo snel mogelijk naar Amerika. (Fluistert in Ricks oor, terwijl hij met zijn vinger een onderste ooglid naar beneden trekt:) Ze willen de wereld van de nicotine verlossen!
Rick (tegen Ilsa): Ik zou je haast niet herkennen, schat, zo zonder sigaret.
Ilsa: Echt iets voor jou, Richard, om daar meteen over te beginnen.
Renault (wederom in Ricks oor): Ik wed om tienduizend francs dat je deze vrouw binnen een dag weer aan het roken krijgt.
Rick: Je ben nog steeds een goddelijke vrouw, Ilsa. Jammer dat het allergoddelijkste aan je ontbreekt - je sigaret!
Ilsa: Richard, je bent onuitstaanbaar! Neem die peuk uit je mond, dan kan ik je aan mijn man voorstellen. Mister Allen Carr. Hij helpt mensen van het roken af.
Rick: Aangenaam. Rick Klein, een hopeloos geval.
(Enige tijd later. Rick staat met Allen Carr aan de bar te praten.)
Rick (een sigaret in zijn mondhoek): Waarom Amerika?
Carr: In Amerika heeft de strijd tegen het roken de grootste successen behaald. En de Amerikanen hebben een mondiale voorbeeldfunctie. Ze hebben de wereld aan het roken geholpen, ze kunnen haar er ook weer van af helpen.
Rick: Luister eens, vriend, een land dat het roken verbiedt, verliest zijn gevoel voor goed en kwaad.
Carr: Een land dat het roken verbiedt, verliest niets, het wint alleen maar. Het betekent een gigantische bevrijding, vergelijkbaar met de bevrijding van het fascisme in de Tweede Wereldoorlog.
Rick: Zelden is er zo veel gerookt als destijds aan het geallieerde front in Europa.
Carr: Dat is het bewijs dat roken samengaat met minachting voor het leven.
Rick: Gun die jongens toch hun orale bevrediging. De herinnering aan de moederborst verzacht de pijn van het sterven.
Carr: Freudiaanse onzin. Roken is geen terugkeer naar de kindertijd. Het is omgekeerd, mensen roken om te laten zien hoe volwassen ze zijn. Het Humphrey Bogart-syndroom, zal ik maar zeggen.
Rick: Vraag je je nooit eens af waar het allemaal goed voor is? Ik bedoel, die oorlog van jou tegen het roken.
Carr: Waar het goed voor is? Je zou je net zo goed kunnen afvragen waarom we ademhalen. Als we niet meer ademhalen, gaan we dood. Als we niet meer tegen het roken vechten, gaat de hele wereld eraan.
Rick (steekt een nieuwe sigaret op): En wat dan nog? Dat scheelt een hoop ellende.
Carr: Weet u waar u me aan doet denken, meneer Klein? Aan iemand die zichzelf van iets probeert te overtuigen waar hij diep in zijn hart niet in gelooft.
Rick: Weet u wat ik geloof, meneer Carr? Ik geloof dat de demonische kwaliteiten die u aan sigaretten toekent, slechts de schaduwzijde zijn van hun goddelijke attributen.
Carr: Kijk, dat is dan ook de beste reden om het roken te bestrijden. Wie ophoudt met roken, hoeft niet meer door het leven te gaan met die zwarte schaduwen op de achtergrond, ik bedoel, met de wetenschap dat de helft van de mensheid je veracht, en erger nog, dat je jezelf veracht.
Rick: Het is met roken als met masturbatie: het is geen enkel probleem voor wie in staat is enige sympathie voor de duivel te betonen.
Carr: Mijnheer Klein, ik moet u gelijk geven, u bent een hopeloos geval.
(Weer enige tijd later. We zien Rick en Ilsa op een hotelkamer.)
Ilsa (richt een revolver op Rick): Geef hier, die sigaretten…
Rick: Okee, ik zal het je gemakkelijk maken. Schiet maar. Je doet me er een plezier mee.
Ilsa: Richard, het is me tot nu toe gelukt ervan af te blijven. Omdat ik je niet meer zag, omdat je uit mijn leven was verdwenen. Toen je me in Parijs achterliet, ben ik door een hel gegaan. Als je eens wist hoeveel ik van je hield, jij met je eeuwige sigaret. En hoeveel ik nog altijd van je hou… (Ze kussen elkaar.)
Rick: Waarom heb je me zonder jou laten vertrekken?
Ilsa: Vanwege dat verdomde roken, begrijp dat nou eens. Ik voelde me bij jou als in een gevangenis, je verstikte me. Je maakte me wijs dat roken lekker was, je hebt me gehersenspoeld, je hebt me in de val gelokt.
Rick: En toen kwam je je grote bevrijder Allen tegen.
Ilsa: Hij heeft me de ogen geopend.
Rick (steekt kribbig een sigaret op): Moet ik nu aanhoren wat een grandioze man jouw echtgenoot is? Voor wat voor belangrijke zaak hij vecht?
Ilsa: Hij is grandioos, Richard. De wereld heeft hem nodig. Maar ik heb jou nodig. Laat me bij je blijven. Allen kan de mensheid ook wel redden zonder mij. Kom, geef me een sigaret.
Rick: Niet zo snel. Al het goede heeft tijd nodig.
Ilsa: We hebben geen tijd. Morgenochtend gaat het vliegtuig.
Rick: Zo ver vooruit denken kan ik niet. Ik heb geen flauw idee hoe dit zal aflopen. Jij?
Ilsa: Met ons? Ik weet het niet. Ik weet alleen dat ik niet meer de kracht heb om je op te geven.
Rick: En Allen dan?
Ilsa: Je moet hem helpen, Richard. Je moet hem helpen naar Amerika te komen. Daar heeft hij alles voor over.
Rick: Zelfs jou?
Ilsa: Ik kan er niet meer tegen vechten. Ik heb je al een keer opgegeven, ik kan het geen tweede keer. O, ik weet niet meer wat goed voor me is… Jij moet maar zeggen hoe het verder moet.
Rick: Nou goed dan, dat zal ik doen… Here’s looking at you, kid.
Ilsa: Ik wou dat ik niet zo veel van je hield. (Ze kussen elkaar.)
(Op het vliegveld. Rick, een sigaret in zijn mondhoek, dwingt Ilsa met zachte hand samen met Allen op het vliegtuig te stappen en hem achter te laten.)
Ilsa: Nee, Richard, nee! Wat is er met je aan de hand? Vannacht zeiden we nog…
Rick: Vannacht hebben we zo veel gezegd. Jij zei dat ik voor ons allebei moest denken. Welnu, ik heb een hoop nagedacht en kwam telkens weer op hetzelfde uit. Jij stapt op dat vliegtuig met Allen, jullie horen bij elkaar.
Ilsa: Maar Richard, nee, ik, ik…
Rick: Nu moet je eens goed naar me luisteren. Weet je wel wat je te wachten staat als je hier blijft? Negentig procent kans dat we allebei op de afdeling longkanker van het ziekenhuis eindigen.
Ilsa: Je zegt dat alleen maar om van me af te komen.
Rick: Ik zeg het je omdat het zo is. Diep van binnen weten we allebei dat je bij Allen hoort. Je bent een deel van zijn missie. Hij kan het niet zonder jou.
Ilsa: Maar wij dan? Rick, ik kan niet buiten je.
Rick: Het moet, het is beter zo. Ik heb mijn eigen weg te gaan. De weg van het verderf, Ilsa, en op die weg kun je me beter niet volgen. Er komt een dag dat je dat zult begrijpen. De problemen van drie kleine mensen hebben geen enkele betekenis in deze krankzinnige wereld. (Er verschijnt een traan in Ilsa’s linkeroog.) Kom, kom nu maar… Here’s looking at you, kid.
(Op de achtergrond stijgt het vliegtuig op in de mist. Rick en Renault kijken het na.)
Renault: Wel Rick, je bent niet alleen een sentimentele zeikerd, maar ook nog een antirookheld.
Rick: Tja, het leek er even op.
Renault (ziet dat z'n pakje sigaretten leeg is en gooit het weg): Misschien zit er toch wat in. Zou het voor jou ook niet eens goed zijn om een tijdje te stoppen met roken?
Rick: Ik? Stoppen? Nooit! Daar durf ik tienduizend francs om te verwedden. (Hij steekt op karakteristieke wijze een sigaret op.)
Renault: O ja? Zou je dat nou wel doen? Ik krijg al tienduizend francs van je. Je hebt haar niet aan het roken gebracht. Nou ja, van dat geld kunnen we mooi onze onkosten betalen. Kom, geef mij er dan ook nog maar een.
(Ze lopen de grondnevels in die over het vliegveld hangen, de camera glijdt omhoog.)
Rick: Onze onkosten?
Renault: Uh-uh.
Rick: Louis, I think this is the beginning of a beautiful friendship.