Yuya Endo als Onoda in de film Onoda: 10,000 Nights in the Jungle. Regie Arthur Harari © Imagine Filmdistributie

Als Hiroo Onoda, officier in de inlichtingendienst van het Japans Keizerlijk Leger, zich in de jungle op een eiland in de Filipijnen overgeeft, is hij tot de tanden toe gewapend: een zwaard, een Arisaka-geweer Type 99, vijfhonderd stuks munitie, een aantal handgranaten en het mes dat zijn moeder aan hem gaf om zelfmoord mee te plegen in het geval dat hij gevangen zou worden genomen. Dat deed zij in 1944. Het jaar van Onoda’s overgave: 1974.

29 jaar lang verschool Hiroo Onoda zich in de bossen op het eiland Lubang. Hij weigerde berichten te geloven die hem via pamfletten bereikten die het ‘einde van de oorlog’ aankondigden. Want was hij niet zélf een meester in de kunst van rookgordijnen opwerpen, van covert manoeuvres en desinformatie? Bovendien werd tijdens zijn training die ene hoofdopdracht er bij hem ingestampt: je hebt het recht niet je over te geven, noch is het toegestaan jezelf om het leven te brengen; het enige wat je koste wat het kost moet doen is overleven.

Het waargebeurde verhaal van Hiroo Onoda is nu verfilmd door de Franse regisseur Arthur Harari. Hierover kunnen we kort zijn: filmisch is Onoda plat, met ongeïnspireerde cameravoering, fletse belichting, een vervelend tempo in de montage (de film is te lang) en acteurs die de nuance missen in hun vertolking van soldaten voor wie eergevoel botst met het overlevingsinstinct.

Maar op een vreemde manier boeit Onoda, alsof het verhaal uitstijgt boven de stilistische verbeelding ervan. Wat dit betreft speelt er nog iets: de film zien terwijl in de werkelijke wereld de laatste westerse militairen halsoverkop uit Afghanistan vertrekken, roept de vraag op: wat zou Onoda hebben gedaan? Zijn verhaal dwingt lastige vragen af over ethische en morele verantwoordelijkheid, over de clash tussen eergevoel en zelfbehoud.

De mooiste scène in de film komt tegen het einde wanneer een toerist midden jaren zeventig naar Lubang reist waar hij de plaats ontdekt waar Onoda (Yuya Endo en Kanji Tsuda) woont. Nog steeds weigert de soldaat, inmiddels van middelbare leeftijd, te stoppen met zijn missie. Het enige wat erop zit, is zijn toenmalige bevelvoerende officier, nu een stokoude boekverkoper, naar het eiland te brengen om Onoda ambtelijk te ontheffen van zijn verantwoordelijkheden. Wanneer dit gebeurt, is duidelijk dat juist de officier degene is zonder eergevoel. Lang geleden zadelde hij Onoda en andere, jonge soldaten op met een onmogelijke taak. Gewone, jonge mensen werden geïndoctrineerd totdat ze echt geloofden in het verhaal dat jezelf opofferen voor vage noties over ‘vaderlandsliefde’ of ‘een strijd tegen duistere krachten’ een nobele manier van leven is. Aan de andere kant, dat is het natuurlijk wel: er is iets diep bewonderenswaardigs aan soldaat Onoda.

Eigenaardig genoeg was Onoda niet de enige die weigerde zich over te geven. Hier rept de film met geen woord over, maar een paar maanden nadat Onoda officieel was gestopt met vechten, werd Teruo Nakamura op het eiland Morotai gearresteerd door Indonesische soldaten. Zijn militaire kamp bestond uit een hutje. Híj was de laatste soldaat.

Te zien vanaf 2 september