De laatste tocht van benito en claretta

De vrouw die Mussolini tot het bittere einde toe trouw bleef, was was Clara Petacci. Zij was sedert 1932 zijn maitresse. De toen negentienjarige was de laatste in een lange reeks van vrouwen die poogden Mussolini langer dan een enkel herdersuurtje, waarvoor hij soms niet eens zijn uniform uitdeed, te boeien.

De Duce liet een aparte kamer voor Petacci inrichten in zijn paleis, waar ze hem tot 1940 dagelijks, tijdens de oorlog tenminste driemaal per week overdag bezocht. Voor zijn vrouw Rachele en het katholieke Italie hield Mussolini angstvallig de gezinseer hoog - nooit sliep ‘Claretta’ een nacht met haar 'Ben’, aan wie ze tenminste driehonderd erotische brieven schreef. Van haar bekoorlijkheden, bekende de Duce haar in een brief, raakte hij bijna bewusteloos terwijl ze hem tegelijk geheime krachten schonk.
Ze wist niets van politiek, ze las niets, ze verrijkte haar corrupte familie, maar ze stond altijd achter Mussolini. Ook in juli 1943, toen de Grote Fascistische Raad de motie aannam dat Mussolini zijn bevoegdheden moest teruggeven aan de koning van Italie: 'Ben, bijna ben ik gestorven zondag, op die tragische zondag, de dag waarop de zon van Italie zo afschuwelijk verduisterde, een zon die helaas bleef schijnen over beschamende judassen en zakkenvullers.’ Mussolini liet zich gevangen nemen, maar Hitler bezette Italie, bevrijdde Mussolini uit de Gran Sasso en herstelde een fascistisch satellietbewind in Salo.
Toen zij vernam dat Mussolini half april 1945 plotseling zijn villa aan het Gardameer had verlaten om zich in Milaan bij zijn laatste getrouwen te voegen voor de laatste slag, stond haar besluit vast: ze zou naast en met hem sterven. Mussolini had besloten tot zijn verrassende sprong naar Milaan, nog altijd de hoofdstad van de beweging, na de ontvangst van Hitlers laatste telegram uit de Berlijnse Bunker: 'De strijd op leven en dood tegen de machten van het bolsjevisme en het jodendom heeft zijn finale fase bereikt. De loop van de oorlog op dit historische moment zal beslissen over het lot van Europa voor eeuwen.’ Mussolini besloot hoe dan ook zelf zijn ondergang te kiezen of nog eenmaal te ontsnappen. Hij overwoog de vlucht naar de Val Tellina, de Italiaanse vesting in de bergen waar de laatste honderdduizend getrouwe zwarthemden zich tot het einde zouden verdedigen. Hij overwoog ook Zwitserland, het land waar hij het in zijn wilde anarchistische jeugd nog tot ereburgemeester van Neuchatel had geschopt. Het werd Zwitserland toen Mussolini vernam dat de Duitsers achter zijn rug om al onderhandelingen met de geallieerden voerden, ook over zijn lot en dat van de Italiaanse Sociale Republiek.
Op 24 april 1945 verlaat hij Milaan met een handjevol getrouwen. Dag en nacht worden al zijn bewegingen gevolgd door de SS-Untersturmfuhrer Birzer en de SD'er Kisnatt, die van Hitler de opdracht hebben te voorkomen dat hij naar Zwitserland vlucht. Birzer en Kisnatt beschikken over een kleine gewapende macht en hopen door de partizanenlinies langs het Como-meer heen te komen om hun commandopost in Merano te bereiken, met Mussolini als hun vuistpand. Op 26 april stuit de stoet op een barricade vlak bij Dongo. Het handjevol partizanen weet de indruk te wekken over een hele strijdmacht te beschikken en de Duitsers gaan in op de onderhandelingen, die uren zullen duren. Als de Duitsers hebben prijsgegeven ook enkele Italiaanse burgers met zich te voeren, eisen de partizanen controle van alle auto’s. Mussolini zit ineengezonken tussen de Duitsers, een Luftwaffe-jas om zich heengeslagen. De Duitsers maken gebaren van een beschonkene, wijzend op de licht wiegende Mussolini. De partizanen druipen af, op Giuseppe Negri na, die ooit als soldaat Mussolini vlak langs zich heen zag lopen. Hij wil de dronken Duitser nog fouilleren, slaat de jas terug en kijkt hem in zijn gezicht. Schijnbaar onbewogen verlaat Negri de auto maar verderop stort hij zich in de armen van de commandant van de 52ste partizanenbrigade Garibaldi: 'Het is Mussolini, het is de verrader.’ De Duitsers leveren Mussolini en de andere Italianen uit.
Inmiddels heeft ook de broer van Clara Petacci zich bij de groep gevoegd, samen met zijn vermomde zuster, die haar identiteit prijsgeeft als ze Mussolini ziet praten met een jong meisje. Een nieuwe vriendin? Claretta stort zich op de vrouw, ze rollen vechtend over de grond. De partizanen halen ze uit elkaar. De jonge vrouw blijkt Elena Curti, de twintigjarige dochter van een vroegere geliefde van Mussolini.
De partizanen krijgen bevel Mussolini zo snel mogelijk uit te leveren en hem zo lang mogelijk in het geheim gevangen te houden. Ook de communisten en de geallieerden maken immers jacht op hem - de communisten wensen een snelle liquidatie, de geallieerden een proces. De partizanenleider Pedro meent Mussolini en Claretta, die zich nu voortdurend aan elkaar vastklampen, in verzekerde bewaring te kunnen onderbrengen buiten Dongo, op een boerderij in het nabijgelegen Bonzanigo di Mezzegra.
Voor het eerst in hun leven brengen Mussolini en Claretta de nacht bij elkaar door, de nacht van 27 op 28 april 1945, op een schraal zolderkamertje, terwijl de regen op het dak slaat. Mussolini heeft dagenlang niet gegeten of gedronken en lijkt een spookverschijning. Claretta is voortdurend met hem in de weer. Het ochtendgrauw wordt plotseling doorbroken door de zon, de regen houdt op, elkaar strak omarmend leunen zij uit het raam. Dan slaat het noodlot toe.
De keiharde communist Audisto, bijgenaamd kapitein Valerio, die familie en vrienden heeft verloren in de strijd tegen de fascisten, heeft hem gevonden. Met een op raadselachtige wijze in zijn handen geraakte volmacht van de verzetsleider in Milaan, generaal Cadorna, is hij in Dongo gekomen. Pietro, een van de partizanen, weigert te zeggen waar Mussolini precies zit, maar begeleidt Valerio wel naar Bonzanigo di Mezzegra. Valerio dringt door tot het kamertje van Mussolini en Claretta, die nauwelijks is aangekleed. Hij komt hem zogenaamd bevrijden, Claretta krijgt zelfs geen tijd haar broek aan te trekken. In de auto zitten ze versteend tegen elkaar aangedrukt. Even verderop stopt Valerio. Ze moeten uitstappen. Claretta gilt, Mussolini lijkt verdoofd. Wie het eerst of het langst heeft geschoten, is nooit komen vast te staan, Valerio of Pietro. In elk geval gebeurde het met een Frans machinegeweer 7.65 D-Mas, model 1938, serie nummer F.20830. Mussolini wijst nog op zijn borst, maar Claretta stelt zich voor hem op en zijgt als eerste ineen.
Men laat de lijken enige uren liggen om eerst in Dongo alle Italiaanse fascisten, onder wie drie ministers en de broer van Clara, te liquideren. Valerio voltrekt deze executies tot de laatste kogel, terwijl honderden bewoners van Dongo toekijken. Allen worden in de rug geschoten. Daarna worden de lijken van Mussolini en Clara Petacci overgebracht naar Milaan, waar ze op het Loretoplein worden vrijgegeven aan het volk. Een vrouw schiet vijf kogels in het lichaam van Mussolini, voor elke zoon die ze aan de oorlog verloor. Een man snijdt stukken vlees uit Mussolini’s lijk. een vrouw urineert op zijn gezicht.
Eerst wordt de fascistische minister Storace geexecuteerd. Dan worden alle gedode fascisten aan de benen opgehangen aan het dak van een benzinestation. 'De hoer heeft geen broek aan’, gilt een vrouw, wijzend op het lijk van Claretta. Het is zaterdagmiddag 29 april 1945, een uur. Het fascisme is voorbij.