Een steeds zeldzamer beeld: een dagpauwoog op een distelbloem bij het Vuurtoreneiland, Durgerdam, Amsterdam © Frans Lemmens / ANP

Probeer eens te bedenken wanneer je voor het laatst een vlinder zag. Misschien was het afgelopen zomer, of het jaar daarvoor, maar waarschijnlijker is dat je het je niet meer kunt herinneren. Het aantal vlinders in Nederland is tussen 1890 en 2017 met 84 procent afgenomen, vijftien soorten komen inmiddels helemaal niet meer voor, bleek een paar jaar terug uit Nederlands onderzoek. De vlinderstruiken bloeien nog, maar hun gasten zijn niet meer.

Dat diersoorten uitsterven is een natuurlijk verschijnsel, zo is het miljoenen jaren gegaan, ook zonder invloed van de mens. Maar sinds de industriële revolutie is dat natuurlijke proces verstoord en steeds verder afgegleden in een oncontroleerbare en vooral angstaanjagende vaart waarvan niemand precies weet hoe je die anders zou moeten definiëren dan een nieuwe, zesde uitstervingsgolf – tijdens de laatste, zo’n 66 miljoen jaar geleden, luidde een meteorietinslag het einde van de dinosauriërs in.

Momenteel worden minstens een miljoen diersoorten met uitsterven bedreigd, schreven wetenschappers drie jaar geleden in een VN-rapport. De snelheid waarmee dat gebeurt is ongekend: we verliezen momenteel honderd tot duizend keer meer soorten dan als natuurlijk kan worden beschouwd. Deze eeuw nemen we mogelijk nog afscheid van een derde van alle zoogdieren, vogelsoorten en amfibieën.

De grootste oorzaak van die versnelling zijn wij. We hebben de wereld naar onze hand gezet, we kapten wouden en bouwden steden, verpestten het evenwicht van talloze ecosystemen door de introductie van exoten, vervuilden de diepste troggen en hoogste bergen. Van alle milieu- en klimaatproblematiek is het biodiversiteitsverlies het verst buiten de oevers van de planetaire grenzen getreden. Een ramp die zich veelal buiten ons bewustzijn voltrekt.

Biodiversiteitsverlies is meestal een regionaal verschijnsel, zoals de afname van het aantal vlinders in Nederland, maar kan verregaande gevolgen hebben voor het grotere geheel. In het vlindervoorbeeld betekent die afname minder voedsel voor vogels, die vervolgens wegtrekken, waardoor de verspreiding van zaden van bomen en planten zal stagneren, de overlevingskans van daarvan afhankelijke soorten zal afnemen, met als uiteindelijk gevolg een algehele biodiversiteitscrisis. Het ene verlies zet zo het andere in gang.

Mensen zullen vertrekken, vluchten, naar plekken waar een paar dieren in een dierentuin verkwijnen

De wereld is tot 19 december bijeen in het Canadese Montreal voor een VN-top over biodiversiteit. Eigenlijk zou de conferentie twee jaar geleden al plaatsvinden in China, maar dat ging vanwege de pandemie niet door – kostbare tijd gezien de huidige staat van de natuur. De inzet is om een nieuw akkoord te sluiten om het biodiversiteitsverlies in 2030 wereldwijd een halt toe te roepen en de diversiteit in 2050 zelfs weer te laten toenemen. Wat Parijs betekende voor het klimaat, moet Montreal worden voor de biodiversiteit, zei conferentievoorzitter Elizabeth Mrema voorafgaand aan de top. Het is volgens wetenschappers en andere experts de laatste kans om de natuur te redden. Is het grootste roofdier ooit ook in staat om te voorkomen dat ecosystemen wereldwijd ineenstorten?

Hoewel het hoopvol stemt dat in Montreal waarschijnlijk een akkoord wordt gesloten, lijkt het belang van de top bij wereldleiders niet door te dringen – alleen de Canadese premier Justin Trudeau is aanwezig, de rest lijkt de ontknoping van het WK voetbal voorrang te geven. Het belangrijkste doel van de top is om overeenstemming te bereiken over 22 biodiversiteitsdoelen voor 2030. De conceptplannen, die de afgelopen jaren door een groep wetenschappers werden opgesteld, zijn zo ambitieus dat het onzeker is of de gedelegeerden eensgezind naar de kerstdis zullen terugkeren.

Een van de doelen is om dertig procent van de planeet te beschermen. Het idee vindt zijn oorsprong bij de Amerikaanse bioloog Edward O. Wilson, die in 2016 in zijn boek Half-Earth ervoor pleitte om de helft van de natuur te beschermen. Hij berekende dat op die manier 85 procent van de biodiversiteit gewaarborgd zou kunnen worden, mens en natuur zouden dan in harmonie samenleven – de slogan en visie ‘Living in harmony with nature’ in Montreal is daarvan een afgeleide. De wereldwijde biodiversiteit moet volgens het conceptvoorstel tegen 2050 gewaardeerd, geconserveerd en hersteld zijn.

Maar het kapitalistische systeem is weerbarstig. Wereldleiders en beleidsmakers wijzen het liefst naar economische groei, zelfs als de natuur daarvoor moet wijken. Om hen er toch van te overtuigen dat natuur een waarde kan vertegenwoordigen, ging de wetenschap aan het eind van de vorige eeuw mee in hun kapitalistische denkwereld. De waarde van een ecosysteem wordt sindsdien regelmatig uitgedrukt in geld. De natuur kreeg een prijskaartje, beleidsmakers begrepen die, maar deden er vervolgens weinig mee.

Een goed voorbeeld speelt zich af onder het wateroppervlak van een ander land binnen ons koninkrijk: de helft van alle koraalriffen in het Caribisch gebied is verloren gegaan door een combinatie van klimaatverandering, overbevissing, massatoerisme en vervuiling. Als er niets verandert, verdwijnt de komende dertig jaar nog eens zestig procent van de resterende riffen. Het is een trend die over de hele wereld waarneembaar is. De algemene wetenschappelijke consensus luidt dat vrijwel alle riffen deze eeuw in de moeilijkheden komen, wat uiteindelijk zal leiden tot een halvering van de biodiversiteit in zee.

De gevolgen van biodiversiteitsverlies zullen aanvankelijk moeilijk te zien zijn

Het verlies van die koraalriffen is niet alleen vanuit milieuoogpunt onwenselijk, ook de economische impact is desastreus. Koraalriffen vervullen namelijk allerlei functies, die ecosysteemdiensten worden genoemd. De riffen trekken bijvoorbeeld toeristen, zijn een bron van voedsel, zorgen voor minder erosie, bevatten belangrijke bestanddelen voor medicijnen tegen allerlei soorten kanker, en vervullen zo nog tientallen functies. Op Curaçao werd de economische waarde van al die functies in 2017 geschat op grofweg 420 miljoen euro per jaar, een zevende van het bbp. In het mondiale zuiden zijn mensen, net als de inwoners van Curaçao, erg afhankelijk van het koraal. Wereldwijd zouden minstens 424 miljoen mensen in de problemen komen als de riffen verdwijnen. Voor ons, maar al helemaal voor hen, is het dus van cruciaal belang dat de biodiversiteit niet nog verder afneemt.

Door een prijskaartje aan de natuur te hangen, hack je het kapitalistische systeem waarin die ecosystemen zich proberen staande te houden. Maar juist vanwege die geldbeluste visie op natuur stuit deze denkwijze ook op kritiek. Stel dat de Curaçaose overheid overweegt om een nieuwe haven aan te leggen, dan is de keuze snel gemaakt: een haven brengt meer op dan een rif, dus komt die haven er. De intrinsieke waarde van de natuur kan onmogelijk worden uitgedrukt in dollarbiljetten, waarmee ook deze loophole tegen zijn beperkingen aanloopt. En, misschien wel het belangrijkste, ook de doorbraak van ecosysteemdiensten heeft op wereldschaal nauwelijks bijgedragen aan een einde van de biodiversiteitscrisis.

Het redden van de biodiversiteit betekent het behoud van de natuur zoals die nu is, door soorten te beschermen en te behouden. Maar daarmee zijn we er nog niet. Natuurbehoud wordt gekenmerkt door een zekere mate van dierentuinisering: in Artis is de biodiversiteit hoog, maar leven er van elke soort maar een paar dieren – de genetische diversiteit is laag, waardoor soorten kwetsbaarder zijn voor bijvoorbeeld klimaatverandering. Tegenwoordig creëren landen steeds vaker beschermde gebieden op plekken waar nog een paar dieren van een soort over zijn, veelal om te voldoen aan afspraken die tijdens eerdere biodiversiteitstoppen werden gemaakt en te voorkomen dat een diersoort uitsterft. Eigenlijk is het dan vaak al te laat. Als wereldleiders willen voorkomen dat de laatste vlinders in een dierentuin te vinden zijn, is de top in Montreal het laatste moment om daar iets aan te doen.

Zelfs als de 196 deelnemende landen volgende week tot een heus biodiversiteitsakkoord van Montreal komen, blijft het onzeker of wereldleiders daadwerkelijk de daad bij het woord zullen voegen. De afgelopen decennia hebben geleerd dat het waarderen, beschermen en herstellen van de natuur sinds het Biodiversiteitsverdrag van Rio de Janeiro in 1992 eigenlijk nooit helemaal van de grond is gekomen. Er waren destijds drie hoofddoelen, die vrijwel overeenkomen met de conceptdoelen van deze top in Montreal, en om het nog wat deprimerender te maken: twaalf jaar geleden, op een eerdere editie van de top in Japan, stemden landen in met twintig doelstellingen om natuurverlies tegen te gaan, maar geen daarvan werd behaald.

Nu, dertig jaar na het eerste verdrag van Rio de Janeiro, wordt dus opnieuw aangestuurd op oude doelen, op balans tussen mens en natuur. Maar het verschil is dat de doelen concreter en meetbaarder moeten worden dan voorheen, onder meer door de economische waardebepalingen van de natuur te hanteren en waarschijnlijk door een soort biodiversiteitsdashboard in het leven te roepen dat elke vier jaar moet worden geüpdatet. Landen moeten blijkbaar eerst aan de publieke schandpaal worden genageld voordat ze de waarde van natuur werkelijk willen inzien.

Alle horden op deze top lijken zo aan het eind van het jaar, na een enigszins teleurstellende klimaattop vorige maand, een stukje hoger te liggen. De landen zullen, ook zonder hun wereldleiders, tot een akkoord komen – niemand wil de geschiedenisboeken in als de laatste generatie die het verschil niet maakte. Maar zelfs als we ecosystemen een monetaire waarde toekennen of elke paar jaar een spreekwoordelijke thermometer in de natuur steken, zullen de gevolgen van biodiversiteitsverlies moeilijk te zien zijn.

De meerderheid zal pas merken dat alle koraalriffen verdwenen zijn zodra de gevolgen zichtbaar worden, tegen de tijd dat bijna een half miljard mensen in acute hongersnood verkeren. Mensen zullen vertrekken, vluchten, naar plekken waar een paar dieren in een dierentuin verkwijnen, zoals vogels wegblijven wanneer de vlinders definitief uit de tuinen zijn verdwenen. Dan zul je wellicht terugdenken aan het moment dat je voor het laatst een vlinder zag.