De laatste vrije media vanhet Westen

Was de periode van Amsterdamse televisiepiraten als PKP TV en Rabotnik TV een uniek, eenmalig verschijnsel in de geschiedenis van de westerse media? De grootste gemene deler: vrijheid.

Eind jaren zeventig kreeg Amsterdam te maken met een nieuw fenomeen: kabeltelevisie. Voortaan hoefden televisiesignalen niet meer met een antenne uit de vrije ether te worden opgepikt, maar werden ze per coaxkabel bij de kijker thuis afgeleverd. Kabelnetten zijn eigenlijk centrale antenne-installaties die als een soort doorgeefluik fungeren. Grote schotelantennes, dikwijls bevestigd aan hoge objecten binnen of aan de rand van de bebouwde kom, vangen de signalen van binnen- en buitenlandse televisiezenders op. Die worden vervolgens gedistribueerd naar de aan het kabelnet aangesloten huishoudens (in Amsterdam waren dat er destijds 150.000 tot 200.000).

In de begintijd van het Amsterdamse kabelnet waren die schotelantennes de achilleshiel van het systeem. Want op het moment dat de reguliere aanbieders (Nederland 1 en 2 en een aantal buitenlandse zenders, zoals de brt en Duitsland 1, 2 en 3) ophielden met uitzenden, stonden de door deze zenders benutte kanalen als het ware leeg. Ze konden door andere, illegale aanbieders worden gekraakt. En dat gebeurde ook, op grote schaal. Zogenoemde piratenzenders schoten als paddenstoelen uit de grond. Ze lieten door amateurs kleine televisiezendertjes bouwen die ze vervolgens koppelden aan antennes waarmee op die grote schotels werd ingestraald. Het enige waar je op moest letten, was dat je zicht had op die schotels en dat je er zo recht mogelijk voor ging zitten. Het gevolg was dat er in twee Amsterdamse buurten een grote concentratie piratenzenders was, in de Staatsliedenbuurt (met zicht op de schotels aan de schoorsteen van de Hemwegcentrale) en de Pijp (met zicht op de schotels aan het dak van het Okura Hotel).

Aanvankelijk waren de meeste Amsterdamse televisiepiraten louter commercieel. Ze bedienden zich van namen als Einstein TV, Randstad TV, Star TV en TV Sinclair en zonden speelfilms (dikwijls porno) en veel reclamespotjes uit. Soms bestond er zelfs een directe relatie tussen de naam van een station en een adverteerder, zoals in het geval van Edison TV (van Edison Tapijten aan de Elandsgracht). Deze piraten maakten nauwelijks eigen programma’s, maar na verloop van tijd doken er andere zenders op die dat wél deden. Een daarvan was de Vrije Keyser, de zender van de Amsterdams kraakbeweging. Een andere was de Satanische Omroep Stichting (sos), de zender van de op de Wallen gevestigde Satanskerk, die ook een seksclub exploiteerde.

In 1981 kwam daar nog een zender bij: pkp tv, van Peter Klashorst en de broertjes Maarten en Rogier van der Ploeg. Klashorst en Maarten Ploeg zaten op de Rietveldacademie en Rogier zat op de Filmacademie. Met spullen van school en een grote groep vrienden maakten ze filmpjes over zichzelf en de dingen waarmee ze zich bezighielden. De drie initiatiefnemers hadden ook een eigen band, Soviet Sex, dus werden er clips gemaakt en reportages van hun optredens. Er was een nieuwsrubriek, NAP Nieuws van Jos Alderse Baas, vernoemd naar het gelijknamige stencilkrantje dat Jos op onregelmatige basis uitgaf. Julius Vischjager mocht iedere uitzending opluisteren met een Nocturne van Chopin. Er werden ook commercials uitgezonden, maar altijd met een ‘twist’. Zo werd in de reclamefilmpjes voor garage Volvo Parts de Volvo van een van de programmamakers op onnavolgbare wijze onder handen genomen door een ad-hocteam van automonteurs bestaande uit Jos Alderse Baas en acteur Raymond Thiry. Kenmerkend voor pkp tv was de speelsheid en creativiteit waarmee dit alles in beeld werd gebracht.

Eind 1981 besloten Ploeg, Klashorst en Ploeg het voor gezien te houden. Ze hadden het te druk gekregen met het maken van kunst en met hun band, en de lol van het piraatje spelen was er voor hen ondertussen wel een beetje af. Dat laatste gold echter niet voor een aantal leden van de vriendenclub die ze om zich heen hadden verzameld. Onder een nieuwe naam, Rabotnik TV, werden de uitzendingen voortgezet. Sommige onderdelen van pkp werden overgenomen, zoals het NAP Nieuws van Jos Alderse Baas. Maar waar pkp vooral de belevenissen van de makers zelf belichtte, koos Rabotnik TV ervoor meer afstand te nemen en reportages te gaan maken. In principe kon van alles daarvoor in aanmerking komen, mits het zich maar op een spontane manier aandiende. Dus toen Julius Vischjager zei dat het misschien leuk zou zijn om in Den Haag de opening van de gerenoveerde Ridderzaal te komen filmen, toog Rabotnik TV naar Den Haag. Daar werd Ruud Lubbers op het Binnenhof aangeschoten met de vragen 'Wat vindt u van kabeltelevisie?’ en 'Wat vindt u van piraten?’ Uiteindelijk belandde de interviewer zelf op de troon van de koningin om een amechtige poging te doen het volk toe te spreken, waarna hij hardhandig werd verwijderd door twee beveiligers.

Een van de mooiste reportages van Rabotnik TV ging over het piepschuimvlot van Robert Jasper Grootveld, dat in Ameide aan de Lek op raadselachtige wijze in vlammen was opgegaan. Ter plekke werden twee jongetjes uit de buurt geïnterviewd. Een van hen vertelde vol vuur hoe Jasper een week na de brand plotseling in de kerk opdook: 'Hij ging heel raar doen en met zijn armen zwaaien. Toen rende hij de kerk uit en gingen de dominee en de koster achter hem aan.’ Vervolgens kwam Jasper zelf in beeld, in beschonken toestand, bij het schamele licht van een met een oude krant omhuld peertje. 'De Friese Geheime Dienst is nog steeds bezig met het onderzoek naar de brand’, verklaarde hij plechtig.

Hoewel de makers van pkp tv en Rabotnik TV ervan overtuigd waren dat ze met iets heel nieuws bezig waren, blijkt uit het bovenstaande dat er de nodige lijntjes naar het verleden liepen. En zo merkwaardig is dat niet als je bedenkt dat de generatie van eind jaren zeventig, begin jaren tachtig een 'tussengeneratie’ was: te jong om de jaren zestig bewust te hebben meegemaakt, te oud om punk te zijn geweest. Deze mensen hadden een flinke tik van de molen van de hippietijd meegekregen, maar werden vooral geïnspireerd door de tomeloze energie van de punk.

Die energie manifesteerde zich in deze periode op allerlei terreinen: in de kunst, waar jonge kunstenaars hun eigen expositieruimtes inrichtten (zoals W139 en Aorta in Amsterdam en V2 in Den Bosch); in de muziek, waar talloze nieuwe bands ontstonden die zich beriepen op de punk maar die van daaruit nieuwe wegen insloegen; en in de (Amsterdamse) politiek, waar Mike von Bibikov en zijn Reagering in 1982 meededen aan de gemeenteraadsverkiezingen.

Al deze elementen kwamen samen in de programma’s van pkp tv en Rabotnik TV. Er werd gefilmd tijdens openingen in Aorta en V2; er werden concerten geregistreerd van plaatselijke bands en buitenlandse bands die in Nederland kwamen optreden (legendarisch zijn de opnamen van Einstürzende Neubauten in de Bajes aan het Amsterdamse Leidseplein, waar nu De Balie is gevestigd); en de verkiezingscampagne van de Reagering werd ondersteund met reportages, spotjes en vermanende toespraken van partijleider Von Bibikov zelf ('Kijkers van Rabotnik TV, sta op en kom in beweging!’).

In oktober 1982 kwam toch nog vrij onverwacht een einde aan het bestaan van Rabotnik TV als televisiepiraat. De betrekkingen tussen de gemeente Amsterdam en de kraakbeweging waren sinds de Vondelstraatrellen van 1980 steeds grimmiger geworden en geëscaleerd in een orgie van geweld en contrageweld door de gebeurtenissen rond het kraakpand de Lucky Luijk in de Jan Luijkenstraat. Daar werd een pand tot tweemaal toe ontruimd door een knokploeg (waarbij merkwaardig genoeg een andere tv-piraat, Einstein TV, betrokken lijkt te zijn geweest) en weer herkraakt door een groepje militante krakers. Burgemeester Polak van Amsterdam zag zich gedwongen de noodtoestand uit te roepen. Op grond daarvan werd besloten Rabotnik TV en krakerszender de Vrije Keyser met onmiddellijke ingang de toegang tot de kabel te ontzeggen. Een week later ging de knop ook om voor de overige piraten. Daarmee was een einde gekomen aan een ongekende, kortstondige, en uiterst roerige periode van absolute mediavrijheid.

De grote vraag is hoe we deze episode nu, ruim dertig jaar later, moeten duiden. Was hier sprake van een eenmalig, uniek verschijnsel in de geschiedenis van de westerse media, of is er meer aan de hand? Het lijkt erop dat de grootste gemene deler van de Amsterdamse televisiepiraten van begin jaren tachtig inderdaad het begrip 'vrijheid’ was. Vrijheid van iedere vorm van overheidsbemoeienis en regelzucht, of het nu ging om de vrijheid om onbelemmerd commercie te mogen bedrijven, om de vrijheid je mening te laten horen of om de vrijheid je cultuur uit te dragen. Eigenlijk is het merkwaardig dat die vrijheid moest worden bevochten, want is ons niet altijd voorgehouden dat de media in het Westen vrij zijn, in tegenstelling tot die in andere delen van de wereld?

In de jaren tachtig was de Koude Oorlog nog springlevend en wees niets er aanvankelijk op dat het communistisch systeem op instorten stond. In de Sovjet-Unie had je dissidenten en samizdat (ondergrondse literatuur) die in het Westen werden verheerlijkt; bij ons luidde de orthodoxie dat de media in principe 'vrij’ waren en dat die vrijheid hooguit enigszins moest worden ingeperkt vanwege een gebrek aan beschikbare frequenties of kanalen (in het geval van radio of tv).

De televisiepiraten stelden deze orthodoxie ter discussie. Hoewel pkp tv niet was geboren uit een doelbewust verzet tegen de maatschappij of tegen de heersende media was het ook geen toeval dat nog geen jaar voor de opkomst van deze zender een voortijdig einde was gekomen aan het roemruchte televisieprogramma Neon, uitgezonden door de vpro. Neon kwam voort uit dezelfde (sub)cultuur als pkp en stuitte op de grenzen van de tolerantie toen Jules Deelder zich in een reportage over Berlijn iets te lovend uitliet over de Rote Armee Fraktion. Prompt werd het programma door de vpro gecensureerd, tot groot ongenoegen van de makers.

Later, toen de vpro naar het voorbeeld van pkp tv met een nieuw programma (BGTV) was gekomen, waarvoor Ploeg, Klashorst en Ploeg werden uitgenodigd items te maken, bleek opnieuw dat in Hilversum lang niet alles kon. En het van de kabel weren van Rabotnik TV en de Vrije Keyser tijdens de Amsterdamse noodtoestand in de herfst van 1982 geeft ook te denken. Ook al zijn dit misschien kleine voorbeelden, ze duiden op een fundamentele controledwang die evenzeer voor de westerse media geldt als voor die van het voormalige Oostblok. Niet voor niets noemden de makers van Rabotnik TV zich op een gegeven moment geen piraten meer, maar 'etherdissidenten’.

Deze discussie is plotseling weer actueel geworden door de ontwikkelingen rond het internet. Je zou de tv-piraterij van begin jaren tachtig kunnen omschrijven als pogingen om te komen tot een vorm van 'public access’, rechtstreekse toegang tot de (audiovisuele) media voor doodgewone burgers. Door de komst van internet leek die droom in één klap werkelijkheid te worden, maar niets is minder waar. Aan alle kanten wordt momenteel geprobeerd de vrijheid op internet in te perken, of het nu gaat om de invoering van wetgeving als acta (tegen piraterij op het gebied van speelfilms, muziek en software) of om het weren van bepaalde onwelgevallige 'content’ op platforms als YouTube en Facebook.

Intussen doen met name de Verenigde Staten hun uiterste best om mensen in andere landen in staat te stellen de locale controlemechanismen via slimme hard- en software te omzeilen. Hier wordt duidelijk met twee maten gemeten, eigenlijk net als in de tijd van de Koude Oorlog: zíj zijn slecht (lees: 'zíj manipuleren en controleren de media’) en wíj zijn goed. Maar de geschiedenis van de Amsterdamse tv-piraten toont aan dat er op de mediavrijheid in het Westen óók het nodige valt af te dingen. Sterker nog: zij waren feitelijk de laatste werkelijk vrije media van het Westen.

Over dit onderwerp is op 29 april een symposium in het auditorium van het Centraal Museum.

_

  • * *_

Menno Grootveld is schrijver/vertaler, uitgever en cultureel ondernemer