Toneel: Gidsland

De lach die niet kwam

Wat me de laatste tijd steeds vaker verontrust is mijn obstinate verveling bij gelegenheden waar een ‘gulle lach’ bijna standrechtelijk wordt opgeëist. Op het podium nemen plaats: toneelspelers die ironisch en sarcastisch stoeien met de maatschappelijke waan van de dag. Ben ik dol op. Het heet soms ‘cabaret’. Daar zult u mij zelden aantreffen. De acteurs waar het hier echter om gaat noemen hun eindproduct een ‘actuele komedie’. Toneel dus. Daar houd ik toevallig van. Daarom zit ik hier. Om mij heen lazeren toeschouwers bij bosjes van het lachen in ravijndiepe appelflauwtes. Ik ben jaloers, gaap nog eens wat voor me uit, herlees de folder en verlaat na het slotapplaus braaf het pand. Weer een avond naar de filistijnen. Wat te doen? Proberen te beschrijven wat ik zie, dan toch maar. Wat moet ik anders?

Het gaat om de voorstelling Gidsland van de gerenommeerde toneelformatie mugmetdegoudentand. Naast een proloog en een toegift krijgen we vier scènes. Een. De slotfase van een ruige kabinetsformatie: het ‘afkaarten’ van knelpunten over asielzoekers. Twee. Ruzies in de kantine van een omroep over de elasticiteit van televisieformules. Drie. Het ensceneren van een documentaire over onverkoopbare aardbevingshuizen in Groningen. Vier. Een talkshow waarin asielzoekers en aardbevingsslachtoffers tegen elkaar worden uitgespeeld onder leiding van een ooit kritische tv-presentatrice (uit scène twee) die ondertussen format-eieren voor haar honorariumgelden heeft gekozen.

Alles wordt opgediend volgens een ogenschijnlijk uitgekiend recept. Eerst bouwen de makers een rabiate karikatuur uit de vertegenwoordigers van de menselijke soort die ze zeggen onder handen te willen nemen: ministers, tv-presentatoren, de bewoner van een huis met aardbevingsscheuren, een ingeburgerde Turk en een sneue puber. Die karikaturen worden vervolgens tot hun voetzolen ritueel afgefakkeld. Je zit dus anderhalf uur te kijken naar het verbranden van mensen die al verbrand zijn. Mensen die bovendien onder de spotzucht van de makers zijn bedolven voordat ze ook maar één moment tot iets geloofwaardigs kunnen uitgroeien. En voor de lach is geloofwaardigheid een minimaal vereiste. Nathan Vecht heeft dialogen geschreven die spitsvondig doen, maar dat zelden zijn. Lineke Rijxman regisseert handig het verkeer in een kunstzinnige uitdragerij. Gespeeld wordt er door Guy Clemens, Anniek Pheifer, Xander van Vledder en Ilke Paddenburg. Of liever: ze spelen dat ze toneel spelen. Met een ‘kijk ons eens’-flair. Eigenlijk een erge vorm van metatoneel. Een doodlopende steeg aan platitudes, waarvoor iemand bij gebrek aan beter ooit het woord cabaretteketet heeft verzonnen.

Maar, het ligt vast anders. Ik zie overal advertenties voor Gidsland waarin feitelijke mededelingen worden weggedrukt door kletterende sterrenregens. Dit wordt dus goed gevonden. Mogelijk ben ik de verbinding met moderne humor aan het verliezen. Of gaat dit over smaak? Dus (Van Dale) ‘het vermogen om over de schoonheden van kunstwerken te oordelen’. Wat te doen? Ik weet het niet. Behalve misschien: als er weer ergens een ‘actuele komedie’ wordt aangekondigd, blijf ik voortaan weg.


Gidsland door mugmetdegoudentand speelt t/m 3 februari in Theater Bellevue in Amsterdam