De lammeling spreekt

Heeft een weldenkend mens een groter ideaal dan het streven zichzelf te leren kennen? Zo heeft iedereen de geheime afgrond in zijn karakter die hij liever verzwijgt. Ik niet. Ik ben jaloers op gehandicapten. Zo, het is er uit.

Blinden, doven, medemensen zonder ledematen, dwergen en reuzen, ik benijd ze allemaal. Ik had het al als kind. Terwijl mijn leeftijdgenootjes Robert Redford of Brigitte Bardot boven hun bed hadden hangen, zwoer ik bij de poster van de Vereniging ter Behartiging der Belangen van de Rolstoelrijders. Gehandicapt zijn was en is voor mij helaas een onbereikbaar ideaal gebleven, omdat ik tegen kunstgrepen ben. Een haarspoeling staat me al tegen, laat staan een zelf uitgelokte dwarslaesie.
En zo moet ik voorlopig mijn kruis dragen. Want ik ben lang, atletisch gebouwd en walgelijk ijdel. Mijn zintuigen zijn nog altijd in optimale conditie.
Waarom ben ik tòch jaloers? Omdat een handicap je ertoe dwingt een leven zonder valse romantiek te leiden. Verscheurende passie, kolkende hartstocht, bedwelmend geluk, verschijnselen waar ik dagelijks uren aan verspil, die komen in het vocabulaire van de doorsnee gehandicapte niet voor.
Plotseling voel ik dat mijn openhartigheid op uw onbegrip stuit. Daarom sta ik erop te benadrukken dat al die honderden grappen over gehandicapten niet door mij, maar door jullie verzonnen zijn, jullie die kennelijk net zo jaloers zijn als ik, maar daar niet voor uit durven komen.
Daarom, aan de vooravond van jullie vakantie, allemaal Hals- und Beinbruch gewenst!